kaasjeskruiddikkopje - primair

Honderden rupsen van het kaasjeskruiddikkopje geteld langs de Westerschelde

De Vlinderstichting
8-OKT-2026 - Het kaasjeskruiddikkopje was in 1953 uit ons land verdwenen. In 2009 werden de eerste weer gemeld in Zuid-Limburg, waar dit vlindertje zich uitbreidde. In 2018 werden in Zeeuws-Vlaanderen kaasjeskruiddikkopjes gezien en nu is de soort in heel Zeeland aanwezig. In Zuid-Holland en West-Brabant worden ze ook al gemeld. Op 2 oktober werden 390 rupsen gevonden op een dijkdeel langs de Westerschelde.

Het kaasjeskruiddikkopje is een warmteminnende vlinder. De opwarming als gevolg van klimaatverandering is dan ook hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk voor de huidige uitbreiding. Het kaasjeskruiddikkopje wordt vooral waargenomen op droge en warme plekken, zoals graslanden, hellingen, strandjes, ruderale terreinen en bermen. In Zuid-Limburg zijn dit vooral de kalkgraslanden. In Zeeland komen ze voor op de dijken en in de polder. Met dit habitat erbij is er in Nederland veel geschikt leefgebied.

De waarnemingen van het kaasjeskruiddikkopje vanaf 2003

Het kaasjeskruiddikkopje is zwerflustig, aankomende jaren gaat de vlindersoort waarschijnlijk op meer plekken in Nederland opduiken. Op korte termijn zal dit voornamelijk in het zuiden van het land zijn. Het kan echter in heel Nederland lonen om oplettend te zijn: er zijn ook al incidentele meldingen uit Midden-Brabant en zelfs uit Arnhem.

De rups is hier goed te zien, maar zit overdag meestal verscholen in een 'vouwblaadje'

Kaasjeskruiddikkopjes vliegen in twee of zelfs drie generaties en kunnen dus gedurende een groot deel van het jaar worden gezien. De eerste generatie vliegt tussen half april en midden juni en de tweede tussen eind juni en midden augustus. In een warm najaar vliegt er een kleine derde generatie van eind augustus tot begin oktober. Deze laatste generatie was dit jaar vooral in Zuid-Limburg fors.

De rups is bijna het hele jaar te vinden. De vlindersoort overwintert als volgroeide rups in de strooisellaag, waarna in het voorjaar de verpopping plaatsvindt. Het vrouwtje zet de eitjes bij voorkeur af op jonge planten. Daarom moet iedere generatie opnieuw op zoek naar geschikte waardplanten en vaak groeien die in andere jaargetijden in andere biotopen. Het vrouwtje zet de eitjes een voor een af op de bovenzijde van het blad. De rups wikkelt een blad samen en leeft daarbinnen.

Kaartje links: de rupsenwaarnemingen in Zuidwest-Nederland. Je ziet dat een gerichte zoektocht vele rupsenvondsten op kan leveren. Foto rechts met inzet: samengesponnen bladeren waarin de rupsen overdag verscholen zitten

Op kaasjeskruid zitten meer rupsen die vraatsporen achterlaten, zoals deze van de zeldzame bleekschouderuilEen goede methode om de rupsen vinden is door kaasjeskruid te controleren op vraat en, als je dat hebt gevonden, door te zoeken naar de rupsen. Let wel op: alleen vraatsporen vinden is niet voldoende, want er zijn andere vlinderrupsen die kaasjeskruid lekker vinden, zoals de huismoeder, de distelvlinder en de zeldzame bleekschouderuil. Het dichtgevouwen blad is wel een goede aanwijzing voor de aanwezigheid van het kaasjeskruiddikkopje.

Op een dijkdeel van 1,5 kilometer langs de Westerschelde werden zo, op 2 oktober, in 3 uur tijd maar liefst 390 rupsen van het kaasjeskruiddikkopje gevonden.

Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling, De Vlinderstichting; NDFF