Veenherstel na vernatting

Opslag van CO2 in venen – gratis bijvangst of belangrijk nevendoel van veenherstel?

Stichting Bargerveen
6-NOV-2026 - Verdroging van natuurveengebieden is niet alleen een groot probleem voor de biodiversiteit, maar leidt ook tot afbraak van veen. Hierdoor komt vastgelegde CO2 weer in de atmosfeer. Uit berekeningen voor de Algemene Rekenkamer blijkt dat veenherstel de uitstoot van CO2 voorkomt ter waarde van tientallen miljoenen euro’s. Een gratis bijvangst of een belangrijk nevendoel voor Nederlands natuurbeleid?

Het veenhooibeestje is strikt aan venen gebondenHoewel er tientallen Natura 2000-gebieden met veen zijn in Nederland betreft de totale oppervlakte van natuurveen minder dan 1 procent van ons land. Dit kleine deel is echter van groot belang voor de biodiversiteit. Zo zijn soorten als veenhooibeestje en hoogveenglanslibel strikt aan venen gebonden. Daarnaast kunnen natte veengebieden klimaatverandering tegengaan, omdat ze koolstof efficiënt duurzaam vastleggen in de vorm van onverteerbare plantenresten. Wanneer deze venen verdrogen, breken de plantenresten echter wel af en komt het koolstof dat al duizenden jaren vastligt weer als CO2 terug in de atmosfeer.

Sterk verminderde uitstoot

Uit berekeningen van Stichting Bargerveen – in opdracht van de Algemene Rekenkamer – blijkt dat veenherstel tot aanzienlijke vermindering van CO2-uitstoot leidt en plaatselijk kan zorgen voor hernieuwde opslag van CO2. De berekeningen zijn gemaakt voor vier Natura 2000-gebieden: De Groote Peel, De Wieden, Langstraat en het Fochteloërveen. Voor deze vier veengebieden wordt met recent uitgevoerde en lopende maatregelen tot 2050 al ruim 147.000 ton CO2-uitstoot vermeden. Wanneer deze veengebieden met aanvullende maatregelen verder worden hersteld om de vastgelegde Europese natuurdoelen voor kwaliteit en oppervlakte te halen, wordt er naar schatting ruim 220.000 ton CO2 minder uitgestoten. En waarschijnlijk meer, omdat voor twee van de vier onderzochte natuurgebieden nog niet duidelijk is welke herstelmaatregelen in de toekomst mogelijk zijn.

Wat betekent deze afname van CO2-uitstoot?

Infographic over de samenhang tussen veenherstel en klimaatopwarming uit het rapport van de Algemene Rekenkamer

De berekende afname van CO2-uitstoot vormt een serieuze bijdrage voor het behalen van onze klimaatdoelen. Ter vergelijking: bij verder herstel van de vier onderzochte gebieden samen is de jaarlijkse te vermijden CO2-uitstoot gelijk aan de gemiddelde jaarlijkse CO2-uitstoot van zo'n 10.000 huishoudens.

De Algemene Rekenkamer rekent voor dat de vermeden CO2-uitstoot van recent afgeronde en lopende herstelprojecten in de vier onderzochte gebieden over de periode 2026 tot en met 2050 een waarde heeft van minimaal € 6,5 miljoen. Dit zijn de kosten die door de overheid gemaakt moeten worden om deze hoeveelheid CO2 op een andere manier op te slaan, bijvoorbeeld in lege gasvelden onder de Noordzee. Als wordt uitgegaan van de kosten van CO2-uitstoot voor de maatschappij als geheel én hoeveel het kost om zo efficiënt mogelijk de doelstellingen voor de vermindering van broeikasgassen te halen, bedraagt de waarde van de vermeden CO2-uitstoot voor de vier gebieden over de periode 2026 tot en met 2050 al € 21 miljoen. Voor de potentieel te vermijden uitstoot in toekomstige herstelscenario’s die zijn doorgerekend, stijgt deze waarde tot minstens € 33 miljoen.

Voor alle 74 natuurveengebieden in Nederland samen ligt de potentiële hoeveelheid vermeden CO2-uitstoot uiteraard nog veel hoger. De veengebieden verschillen onderling echter zo sterk in type, kwaliteit en oppervlakte dat er geen simpele berekening is om deze totale waarde goed te schatten zonder aanvullende berekeningen.

Pijpenstrootjevlakte in veengebied De Groote Peel

Natuur- en klimaatdoelen combineren

Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer maakt duidelijk dat het niet goed gaat met natuurveengebieden in Nederland. De wettelijke natuurdoelen voor oppervlakte en kwaliteit van natuurveen worden in meer dan 75 procent van de gebieden niet gehaald. Bovendien kan in ruim 80 procent van de veengebieden verdere verslechtering niet worden uitgesloten, zoals de Europese Habitatrichtlijn en Natuurherstelverordening wel voorschrijven. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn verdroging, slechte waterkwaliteit en stikstof uit de omgeving.

Natuurbeheer en -herstelmaatregelen die de laatste decennia zijn uitgevoerd – en nog uitgevoerd worden – hebben zeker een positief effect, maar zijn onvoldoende om alle natuurdoelen te halen. De hierboven genoemde bedragen krijgen beleidsmakers bij het uitvoeren van herstelmaatregelen in venen – en de daarmee vermeden CO2-uitstoot – er gratis bij, terwijl het om aanzienlijke bedragen én milieuwinst gaat. De Algemene Rekenkamer stelt dan ook dat het vermijden van CO2-uitstoot dankzij herstel van veengebieden meegenomen kan worden bij de bepaling van de urgentie voor natuurherstelprojecten. Natuurdoelen en klimaatdoelen gaan hier hand in hand.

Hoe bereken je de CO2-uitstoot?

Gezonde venen leggen koolstof vast, maar stoten CO2 uit wanneer ze verdrogen. Hoeveel CO2 – en eventueel methaan – venen uitstoten of kunnen vasthouden, hangt sterk af van de waterstand en van de aanwezige vegetatie. De berekeningen voor de vier casusgebieden zijn uitgewerkt via de zogenaamde GEST-aanpak (Greenhouse Gas Emission Site Types). Deze methode gebruikt het type vegetatie als beste indicator om een inschatting te maken van broeikasgasemissies. Alle veenvegetaties worden ingedeeld in ‘veentypes’, waarbij voor elk veentype bekend is hoeveel uitstoot of opslag van broeikasgassen er gemiddeld plaatsvindt per jaar. Met behulp van deze GEST-aanpak en kennis van de verschillende veengebieden is berekend welke veranderingen in waterstanden gaan optreden door het uitvoeren van herstelmaatregelen en hoe dit de verhouding tussen verschillende veentypen in een gebied laat verschuiven. Met deze gegevens kan vervolgens worden vastgesteld hoeveel minder CO2 daarmee wordt uitgestoten of duurzaam wordt vastgelegd. Bij vernatting van aangetast veen kan in eerste instantie juist meer methaan vrijkomen. Hiermee is in de berekeningen rekening gehouden door deze methaanuitstoot om te rekenen tot CO2-equivalenten. De genoemde getallen betreffen dus de ‘optelsom’ voor CO2 en methaan en zijn in de rapportage uitgedrukt in CO2-eq.

Berekeningen van koolstof uitstoot (rood) en vastlegging (groen) in veengebieden bij het nemen van herstelmaatregelen

Voor elk gebied zijn telkens drie scenario’s berekend: wat gebeurt er met CO2-uitstoot zonder herstelmaatregelen, hoe verandert de CO2-uitstoot nadat lopende en ingeplande herstelmaatregelen zijn uitgevoerd, en wat gebeurt er als alle herstelmaatregelen worden genomen die nodig zijn om te voldoen aan Europese verplichtingen voor oppervlakte en kwaliteit van de veengebieden.

Rapport Algemene Rekenkamer

De berekeningen van vermeden CO2-uitstoot zijn onderdeel van het rapport Natuurbeleid voor het veen: een moeras? – Knelpunten en kansen voor het beleid voor veengebieden dat kan worden gedownload op de website van de Algemene Rekenkamer. De berekeningsmethoden zijn in een apart document opgenomen.

Tekst: Marijn Nijssen, Gert-Jan van Duinen en Esther van Hoof, Stichting Bargerveen
Beeld: Marijn Nijssen (leadfoto: veenherstel na vernatting); Kars Veling; Algemene Rekenkamer; Esther van Hoof; Stichting Bargerveen