Een zwarte waterspitsmuis en een witte vlek op de kaart
ARK Rewilding NederlandDiep in de nacht rijdt een busje het Stramprooierbroek in, door een donker, vochtig en stil landschap waarin alleen het lage geronk van de motor te horen is. Af en toe moet de bestuurder flink gas geven om te voorkomen dat het busje met vrijwilligers in de modder blijft steken. Ze zijn op zoek naar een rij muizenvallen.
Mistflarden hangen boven het moeras en ergens houdt het asfalt op. Het zandpad wordt steeds hobbeliger, de kuilen dieper, de modder dikker en de plassen groter. In het moeras, tussen pitrus en de hoge pollen zegge is het moeilijk zoeken bij het licht van een hoofdlampje. “Oh ja”, zegt Marco Snijder van de Zoogdierbescherming, “hier zijn we de markeringsvlaggetjes vergeten.” Marco is een van de tientallen onderzoekers die meedoen aan het zoogdierinventarisatieweekend in KempenBroek, dat op initiatief van ARK is georganiseerd. Welke zoogdieren verschuilen zich in dit uitgestrekte, grensoverschrijdende landschap?
Meer natuur, meer ruimte voor zoogdieren
Ruim tweehonderdtwintig Longworth life-traps en twaalf wildcamera’s vormen dit weekend van 2 tot en met 4 oktober 2026 een fijnmazig onderzoeksnetwerk. Daarnaast zijn Struikrovers (speciale cameravallen voor kleine zoogdieren) onder de begroeiing verborgen op voor zoogdieren geschikte plekken. De vallen zijn al enkele dagen eerder geplaatst, gevuld met warm nestmateriaal en een menu van appel, wortel, haver, tarwe en levende meelwormen. Muizen en spitsmuizen konden zo vast wennen aan hun aanwezigheid. Pas op vrijdagavond werden de vallen op scherp gezet. Daarna volgden de controlerondes elkaar snel op, zodat geen enkel dier onnodig lang in een val bleef zitten.

Van rosse woelmuis tot zwarte waterspitsmuis
Bij eerder onderzoek in de regio naar DNA-sporen van dieren bleek het water opvallend veel DNA van de zeldzame waterspitsmuis te bevatten. Het enthousiasme was dan ook groot toen dit dier levend werd aangetroffen in de vallen, naast de algemeen voorkomende rosse woelmuis en bosmuis. Er was zelfs nog een tweede vangst van de waterspitsmuis, een bijzonder melanistisch exemplaar – hebben waterspitmuizen normaal gesproken een zilvergrijze tot spierwitte buik, deze was volledig zwart.
Ook werd een dwergspitsmuis gevangen en enkele gewone bosspitsmuizen. Dit was echt een verrassing vertelt Annemarie van Diepenbeek, een expert op het gebied van diersporen: “Op de verspreidingskaart voor KempenBroek zag ik hier nog een witte vlek: de gewone bosspitsmuis was voor dit gebied niet eerder vastgesteld. En dan vang je er tijdens zo’n weekend ineens een paar. Dat vind ik prachtig aan dit soort onderzoek: je ontdekt niet alleen welke dieren er zitten, maar je kunt ook letterlijk witte vlekken op de kaart inkleuren.”


Vleermuizen vangen in het luchtruim
De vleermuisspecialisten hebben ander gereedschap: mistnetten. Ze spannen ze over bospaden, boven sloten en op plekken waar open veld en gesloten bos elkaar raken, kortom over de vliegroutes van de vleermuizen. Oktober is wat laat voor vleermuizenonderzoek, maar toch vliegen beide avonden drie soorten in het net. Ze worden zorgvuldig gemeten en gewogen, en zelfs de hoeveelheid tandplak op hun kleine tandjes wordt bekeken. “Uit deze gegevens valt veel af te leiden over dieet, gezondheid en leefomgeving”, vertelt vleermuisexpert Laura Kijm.
En toen sprong er ineens een wallaby voorbij
De wildcamera’s zorgen ondertussen voor hun eigen verrassingen. Voor de lens verschijnen wilde zwijnen, edelherten, reeën, steenmarters en wezels. En dan is er, tot grote hilariteit in het veldstation, ineens een wallaby in beeld. Helemaal onverwacht is dat niet: lokale vrijwilligers wisten al dat deze exotische springer al enige tijd door KempenBroek zwierf, maar een sprong voor de camera is toch net even overtuigender.
Ook met de warmtebeeldcamera worden bijzondere momenten vastgelegd. Tijdens een avondexcursie verschijnt een spectaculair tafereel: een bever zwemt door het ven, terwijl watervleermuizen vlak boven het water op insecten jagen. Waar de wildcamera’s onverwachte bezoekers onthullen, laat dit warmtebeeld zien hoe het herstelde moeraslandschap ’s avonds tot leven komt. Bekijk het bijzondere moment dat door Peter Twisk is gefilmd hieronder.
Bever en watervleermuis (Bron: Peter Twisk)
Een landschap met nog genoeg te ontdekken

Op zondagochtend worden de laatste vallen opgehaald, verdwijnen de Struikrovers uit het veld en worden de wildcamera’s binnengebracht, waarna de laatste gegevens worden verzameld. Daarmee houden de deelnemers meer over dan alleen een lijst met soorten.
Het weekend laat zien wat er gebeurt als natuurgebieden weer met elkaar verbonden raken en natuurlijke processen meer ruimte krijgen. Er ontstaan leefgebieden waarin gewone soorten floreren, maar waarin ook soorten opduiken die je niet had verwacht.
Misschien wel het belangrijkste resultaat van de bijeenkomst is dat de mensen die deze dieren bestuderen elkaar beter weten te vinden. Nederlandse en Belgische onderzoekers, vrijwilligers en terreinbeheerders deelden hun kennis, enthousiasme en nieuwsgierigheid met doorgewinterde zoogdierkenners. De uitwisseling tussen ervaren onderzoekers en een nieuwe generatie veldwerkers levert minstens zoveel op als de vangsten zelf.
Als één weekend al zoveel verborgen leven aan het licht brengt, valt te verwachten dat het zich verder ontwikkelende KempenBroek nog veel meer te onthullen heeft. Zou in een volgend zoogdierweekend dan ook eindelijk de otter worden gevonden?
Tekst: Mignon van den Wittenboer, ARK Rewilding Nederland
Beeld: Mignon van den Wittenboer; Jos Ramaekers
