Toptijd libellen

De Vlinderstichting
11-JUN-2012 - Als je veel verschillende soorten libellen in grote aantallen wilt zien dan is nu het moment om op pad te gaan. Voor dagvlinders is de eerste helft van juni meestal rustig, maar voor libellen is het de toptijd.

Bericht uitgegeven door De Vlinderstichting [land] op [publicatiedatum]

Als je veel verschillende soorten libellen in grote aantallen wilt zien dan is nu het moment om op pad te gaan. Voor dagvlinders is de eerste helft van juni meestal rustig, maar voor libellen is het de toptijd.

De eerste dagen in juni werden meer dan 40 soorten libellen gemeld via Telmee en Waarneming.nl. De meeste meldingen hadden betrekking op de gewone oeverlibel. Deze grotere libel kan veel worden gezien in de buurt van wat grotere wateren. De mannetjes zitten graag op kale plekjes, bijvoorbeeld op een pad, een picknicktafel of een paaltje. Jonge dieren zijn geelbruin gekleurd. De mannetjes die geslachtsrijp zijn krijgen een blauwe bestuiving over het achterlijf. Datzelfde geldt voor een andere algemene libel, de platbuik. Deze heeft een veel korter en gedrongener lijf en is daarom goed te onderscheiden van de oeverlibel. Ook viervlekken vinden we momenteel in grote aantallen. Deze soort, die ook voornamelijk geelbruine kleuren heeft, is goed te herkennen aan de donkere vlekken in de vleugels. Bij de meeste libellen zijn er alleen in de bovenhoek van de vleugels zwarte vlekken aanwezig, de zogenaamde pterostigma’s. Bij de viervlek zitten er ook nog donkere vlekken in het midden van de bovenrand van alle vier de vleugels.

V.l.n.r. gewone oeverlibel, platbuik en viervlek (foto’s: Kars Veling)
Ook zijn er heel veel juffertjes te zien op dit moment. Juffertjes zijn veel kleiner en slanker dan de eerder genoemde soorten en houden hun vleugels in rust min of meer langs hun lijfje. De azuurwaterjuffer is de meest gemelde juffer tot dusver in juni, op de voet gevolgd door het lantaarntje. Opvallende juffer is de weidebeekjuffer die al van heel veel locaties wordt gemeld. Deze soort, die vooral bij stromend water van redelijke kwaliteit voorkomt, is de laatste jaren sterk aan het uitbreiden. Het is een goede zwerver, die in het oosten van het land veel voorkomt, maar ook in het westen regelmatig wordt gemeld. Hier gaat het meestal niet om echte vestigingen.

V.l.n.r. azuurwaterjuffer, lantaarntje, weidebeekjuffer en grote roodoogjuffer (foto’s: Kars Veling)
Een laatste veel gemelde juffer is de grote roodoogjuffer. Deze lijkt wel wat op een lantaarntje, met een donker achterlijf met op het einde een opvallend fluorescerende blauwe vlek. Het grote verschil zit hem, zoals de naam al aangeeft, in de rode ogen. Je moet deze vooral zoeken op en bij drijvende waterplanten zoals gele plomp en waterlelie. Kijk voor meer informatie over deze en andere libellen op libellennet.

Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting