Nature Today

Vossenlintworm bij 2% Vlaamse vossen

14-AUG-2013 - Twee procent van de Vlaamse vossen is besmet met de - ook voor de mens gevaarlijke - vossenlintworm. De besmettingen zijn verspreid over alle provincies, op Antwerpen na. Dat blijkt uit cijfers van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), dat in het najaar van 2012 vossen verzameld heeft uit alle provincies van Vlaanderen.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Natuurpunt Studie [land] op [publicatiedatum]

Twee procent van de Vlaamse Vossen is besmet met de - ook voor de mens gevaarlijke - Vossenlintworm. De besmettingen zijn verspreid over alle provincies, op Antwerpen na. Dat blijkt uit cijfers van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), dat in het najaar van 2012 Vossen verzameld heeft uit alle provincies van Vlaanderen. 

De Vossenlintworm (Echinococcus multilocularis) is een kleine parasitaire lintworm (1,2 mm – 6 mm) met een typische parasitaire cyclus met één tussengastheer. Vossen en honden zijn de eindgastheer, wat wil zeggen dat de worm in deze dieren het volwassen stadium bereikt en eitjes maakt. De uiterst kleine – voor het menselijk oog niet waarneembare – eitjes komen met de uitwerpselen naar buiten en blijven kleven aan het eerste waar ze mee in aanraking komen. Knaagdieren zoals woelmuizen kunnen de eitjes opnemen en zijn zo de tussengastheer. De eitjes ontwikkelen zich tot een cyste in de lever of een ander orgaan. Vossen en honden kunnen besmet raken door het eten van besmette knaagdieren, maar hebben er zelf doorgaans weinig last van. De eitjes kunnen ook opgenomen worden door de mens en zich net als in de tussengastheren ontwikkelen tot cyste in de organen. Deze aandoening wordt Alveolaire Echinococcose genoemd en medicatie of operatief ingrijpen bieden voorlopig in het beste geval een stabilisering van de toestand. Zonder behandeling is de aandoening dodelijk in 70-90% van de gevallen. Gelukkig gaat het om een uiterst zeldzame aandoening. In 1999 werd de vossenlintworm voor het eerst vastgesteld in de Vlaamse vossenpopulatie en sindsdien werd de ziekte zesmaal vastgesteld bij mensen.

De vos kan net als honden drager zijn van de vossenlintworm (Echinococcus multilocularis), maar het voorkomen van de lintworm is vooralsnog beperkt in Vlaanderen. (foto: Leo Janssen)

Opvolging verspreiding van de vossenlintworm

Het ANB staat in voor de opvolging van wildziekten en voerde eind 2012 een grootschalige surveillance uit. Dit gebeurde in samenwerking met de erkende wildbeheereenheden, Diergezondheidszorg Vlaanderen vzw (DGZ) en het Nationaal Referentielaboratorium voor parasieten van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (NRL-ITG). Op de 306 ingezamelde Vossen bleken zes Vossen een Vossenlintworm te hebben (circa 2%). Die besmettingen bleken verspreid over heel Vlaanderen voor te komen: met uitzondering van Antwerpen werd in alle provincies een besmette vos gevonden. Bovendien gebeurde dat niet enkel aan grens met naburige regio’s waar de vossenlintworm meer voorkomt. Al bij al is het risico op besmetting eerder klein in Vlaanderen. Ondanks de veel hogere besmettingsgraad in Wallonië (33%) is de besmettingsgraad in Vlaanderen nog steeds nauwelijks hoger dan in 1999 toen op 237 ingezamelde Vossen, vier Vossen besmet bleken. Om een gedetailleerder beeld te krijgen van het voorkomen van de Vossenlintworm in Vlaanderen zal het ANB komende winter een bijkomende surveillance uitvoeren.

Voorzorgsmaatregelen

Het risico op besmetting is in Vlaanderen zeer klein in vergelijking met Wallonië en delen van Duitsland en Frankrijk, maar gezien de ernst van de ziekte is het toch goed om een aantal preventieve maatregelen te nemen om besmetting te vermijden, meldt het ANB.

• Was bosvruchten, zelfgeplukte paddestoelen en valfruit eerst grondig en kook ze indien mogelijk vóór consumptie (10 minuten op 60°C, 5 minuten op 70°C of 1 minuut op 100°C).
• Was je handen goed na het tuinieren en andere grondwerkzaamheden.
• Neem Vossen (aangeschoten of gedood) alleen vast met handschoenen. Vervoer ze in goed afgesloten plastic zakken.
• Was de honden die worden ingezet na afloop van de vossenjacht. Ontworm de jachthonden elke 3 à 4 weken, zeker in de Ardennen of Europees endemische gebieden.
• Laat huisdieren regelmatig controleren door een dierenarts.

De maatregelen en meer informatie staan ook opgelijst in deze brochure van de Vlaamse overheid.

Geografische spreiding van de bemonsterde vossen in Vlaanderen in 2012 en van de positief bevonden vossen voor Echinococcus multilocularis. (foto: ANB)
Vossenbeheer?

Helpt jacht op Vossen dan om de verspreiding van de Vossenlintworm tegen te gaan? Integendeel: vossen zijn territoriale dieren. Ze beschermen hun leefgebied tegen indringers van hun eigen soort. Er is dus niet zoiets als een ‘overpopulatie’ of een ‘vossenexplosie’ want als alle territoria ingenomen zijn, is er minder voedsel beschikbaar en worden er minder Vossen geboren. Als een vos sterft (bijvoorbeeld door jacht) wordt het vrijgekomen territorium ingenomen door een jonge Vos. Jacht op de Vos bevordert daardoor de mobiliteit in de vossenpopulatie en kan daardoor de verspreiding van ziekten net bevorderen.

Auteur: Diemer Vercayie (Natuurpunt Studie)
Bron: Vossenlintworm komt slechts zeer beperkt voor in Vlaanderen (ANB)
Foto: Leo Janssen

Meer informatie over de surveillance
Brochure
Meer informatie over vossen is te vinden op de website van de Natuurpunt Zoogdierenwerkgroep

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen