Nature Today

Warm pleidooi voor lokale Belgische grazers

15-AUG-2014 - Begrazing is een belangrijke beheermaatregel in de Vlaamse natuurgebieden. Hiervoor wordt vaak beroep gedaan op buitenlandse rassen zoals Galloway- en Aberdeenrunderen, maar waarom geen lokale Belgische rassen gebruiken?
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Natuurpunt Beheer [land] op [publicatiedatum]

Tijdens een wandeling in de natuur word je wel eens onderworpen aan de starende blik van de plaatselijke grazers, waarna ze gezapig verder gaan met de orde van de dag: rondstruinen en gras (her)kauwen. Begrazing is een belangrijke beheermaatregel in de Vlaamse natuurgebieden. Hiervoor wordt vaak beroep gedaan op buitenlandse rassen zoals Galloway- en Aberdeenrunderen, maar waarom geen lokale Belgische rassen gebruiken?

Is er dan geen maatschappelijk draagvlak voor het inzetten van streekeigen grazers? In een onderzoek van de KU Leuven werd gepeild naar de mening van bezoekers, terreinbeheerders en fokkers over de inzet van grote grazers in natuurgebieden. Hebben ze een voorkeur over de herkomst van grote grazers? Vermoeden ze een verband tussen een type grazer en het natuurtype? Achten zij de kans tot herintroductie van historische rassen zoals Wisent zinvol?

Uit het onderzoek blijkt dat er wel degelijk een maatschappelijk draagvlak is voor de inzet van lokale Belgische rassen, in tegenstelling tot wat de meeste terreinbeheerders denken. Het merendeel van de bevraagde bezoekers, ruim 52% van de 197 deelnemers, vindt lokale rassen even zelfredzaam als buitenlandse rassen en acht ze bestand tegen koude winters. Bovendien heeft ruim 80% van de bezoekers er geen problemen mee dat lokale rassen worden ingezet voor begrazing. De fokkers op hun beurt achten hun ‘lokale rassen’ in grote mate geschikt voor begrazingsprojecten in natuurgebieden, en ongeveer de helft wenst in dat opzicht samen te werken met terreinbeheerders.

Bezoekers van natuurgebieden staan open voor begrazing met lokale grazers zoals het Kempens rund (Foto: Kurt Sannen)

Opmerkelijk is dat het grootse deel van de bevraagde bezoekers, ongeveer 97%, open staat voor een herintroductie van historische grazers als de Eland en de Wisent. Dat in tegenstelling tot de terreinbeheerders zelf, waarvan maar een op vier een herintroductie een goed idee vindt. De reden voor de sceptische houding van terreinbeheerders tegenover historische grazers is een gebrek aan persoonlijke ervaring met de rassen of omdat er weinig informatie bekend is over bijvoorbeeld hun graasgedrag. In Nederland werd al een pilootexperiment opgezet met een dergelijke historische grazer, de Wisent. De impact van de dieren op het landschap is nog af te wachten, net als de gevolgen voor lokale fauna en flora en de interactie met andere grazers en menselijke bezoekers.

Het onderzoek van de KU Leuven stelt eveneens vast dat de meeste lokale rassen vergelijkbaar zijn met buitenlandse rassen op vlak van zelfredzaamheid en de noodzaak tot bijvoederen. Wanneer er gekozen wordt voor seizoensgebonden begrazing blijken deze kenmerken bovendien van minder belang dan het graasgedrag. In het natuurgebied Bos t’ Ename werken ze al jaren met Oost-Vlaamse roodbont, een oud zelfredzaam ras dat zonder problemen in ruige, halfopen vegetaties of bossen graast. De runderen worden niet bijgevoederd in de winter en hebben geen stal of schuilhok nodig bij slecht weer; ze trekken liever wat verder het bos in.

Lokale rassen, zoals het Oost-Vlaams roodbont, blijken even zelfredzaam als buitenlandse rassen (Foto: Pieter Blondé)

Begrazing met lokale rassen is dus niet alleen van betekenis voor het behoud van ons ‘levend erfgoed’, maar behaagt ook de bezoeker. Het inschakelen van grote grazers dient echter nuttig te zijn. Begrazing is in die zin een middel ten einde het doel, namelijk een bepaald landschapstype of vegetatie bereiken. Zo werkt begrazing met het Houtlandschaap bijvoorbeeld perfect in droge heide en stimuleert extensieve begrazing met runderen spontane verbossing. Met een goede kennis van de rassen en hun graasgedrag en voldoende terreinervaring kunnen terreinbeheerders opnieuw de deuren open zetten voor oude Belgische rassen. Een evenwichtige en doeltreffende begrazing blijft weliswaar een kwestie van maatwerk.

Meer weten? De tekst is gebaseerd op de Masterproef ‘Inzetbaarheid van grote grazers in het natuurbeheer in Vlaanderen: een evaluatie’ van Sarah Tilkin.

Tekst: Sarah Tilkin, Dana Maes & Kevin Lambeets
Foto’s: Kurt Sannen, Pieter Blondé

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen