Nature Today

Hazelmuis reageert positief op uitgevoerd bosrandbeheer

Zoogdiervereniging
25-NOV-2016 - De hazelmuis is een zeldzaam slaapmuisje dat in Nederland alleen voorkomt in enkele bosgebieden in Zuid-Limburg. De soort wordt daar op de voet gevolgd in het NEM Meetnet Hazelmuizen. Dit meetnet volgt de trend in aantal: gaat de soort qua aantal voor- of achteruit? Om de populatie hazelmuizen te volgen, wordt jaarlijks het aantal nesten langs 52 transecten geteld.
Deel deze pagina

Een transect bestaat uit een stukje bosrand dat geselecteerd is omdat de bosrand in leefgebied van de hazelmuis ligt en potentieel geschikt is voor de hazelmuis. Om deze zeldzame habitatrichtlijnsoort te beschermen zijn allerlei beheermaatregelen genomen, met name langs het Vijlenerbos. De populatie van de hazelmuis is de afgelopen jaren dan ook flink gegroeid, wat tot uitdrukking komt in waargenomen stijgende trends (pdf; 0,6 MB). Goed nieuws dus voor de hazelmuis.

Populatiegrootte

Het NEM Meetnet hazelmuizen is zo opgezet dat de getelde transecten een representatieve steekproef zijn van alle bosranden in het leefgebied van deze soort in Limburg. Het betreft een ruime steekproef, want op grond van de kennis over de verspreiding van deze soort, veronderstellen we dat méér dan de helft van alle geschikte bosranden wordt geteld. Door het jaarlijks tellen van de hazelmuisnesten op deze transecten wordt op statistisch verantwoorde wijze data verzameld over de populatiegroei of -daling in Zuid-Limburg. Lokaal kan een bosrand meer of minder geschikt zijn, waardoor de aantallen op zo’n transect lager of hoger kunnen zijn dan het jaar daarvoor. Door alle plussen en minnen op een rij te zetten ontstaat een overzicht van de trend van de hazelmuis door de jaren heen. De gehanteerde NEM methodiek is primair bedoeld voor het verkrijgen van inzicht in wijzigingen in de populatiegrootte. Het is niet gericht op inzicht in het effect van beheeringrepen (of de afwezigheid daarvan) en effecten van beheer kunnen ook niet statistisch verantwoord worden bepaald; daarvoor is specifiek aanvullend onderzoek nodig.

De data vanaf 1992 (pdf; 0,6 MB) laten zien dat na het dieptepunt eind jaren ’90 de hazelmuis gestaag toeneemt. De piekaantallen in 2007, 2011 en 2014 worden echter gevolgd door diepe dalen in 2008, 2012 en in mindere mate in 2015. Deze aantalsschommelingen zijn terug te vinden op vrijwel alle transecten, zowel op plaatsen waar beheer werd uitgevoerd als op plaatsen waar dat niet het geval is. Bovendien zijn deze schommelingen ook zichtbaar in de aantalstrends van andere kleine zoogdieren die niet in bosranden leven. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat deze schommelingen worden veroorzaakt door beheeringrepen of ‘beheerongelukken’.

Wel is het zo dat hazelmuizen lokaal sterk lijken te reageren op het beheer, maar omdat nooit overal gelijktijdig beheer plaatsvindt, vertaalt zich dat niet zichtbaar in pieken of dalen in de trend van de totale populatie. In hoofdstuk 3 van het Herstelplan voor de hazelmuis in het Drielandenpark wordt dat prachtig uitgewerkt. Op pagina 20 en 21 staan diverse voorbeelden van hoe de aantallen hazelmuisnesten zich ontwikkelen voor en na beheeringrepen. In deze grafieken zijn de pieken en dalen in aantallen nesten in 2007-2008 en 2011-2012 eveneens terug te zien en duidelijk is te zien dat de pieken en dalen in 2007-2008 en 2011-2012 niet samenhangen met de beheeringrepen. De relatie tussen de aantalsontwikkeling van hazelmuizen en het gevoerde beheer is dus wel degelijk aanwezig, maar hoe de effecten van individuele ingrepen doorwerken op het populatieniveau van de soort in Zuid-Limburg is nog onbekend. De Zoogdiervereniging zou hier graag nader onderzoek naar doen, waardoor we deze prachtige soort nog beter kunnen beschermen dan nu het geval is.

Succesvol beheer

Het NEM meetnet, bedoeld om de populatieontwikkeling van de hazelmuis in Limburg te volgen, levert statistisch betrouwbare trends over hoe het gaat met de populatie van de hazelmuis in Limburg. Langs de randen van het Vijlenerbos, waar Staatsbosbeheer veel oog heeft voor de hazelmuis en op de hazelmuis gericht beheer plaats vindt, zien we dat de soort toeneemt. Hier lijkt de soort dus te profiteren van het uitgevoerde beheer en hopelijk zal op grond daarvan deze trend zich verder doorzetten. Meer zorgen, ook bij Staatsbosbeheer, zijn er over het bossencomplex ten westen van de Geul: het Onderste en Bovenste bossencomplex. In de loop der jaren is hier wel een lichte toename in aantallen nesten zichtbaar, maar lang niet zo spectaculair als langs het Vijlenerbos. Mogelijk dat de versnippering en omvang van bosgebiedjes een rol speelt. Het betreft relatief kleine, geïsoleerde stukjes bos met weinig onderlinge verbindingen in de vorm van heggen en hagen. Recente beheeringrepen in het Bovenste bos lijken overigens wel succesvol, want in 2016 werden enige tientallen nesten geteld op een transect middenin het Bovenste Bos.

Wie bij wil dragen aan het beschermen van de hazelmuis kan zich opgeven via vrijwilliger@zoogdiervereniging.nl als geïnteresseerde hazelmuisnestteller of zich alvast aanmelden voor de werkdag op 25 februari 2017.

Tekst: Zoogdiervereniging
Foto: Maaike Plomp (leadfoto: hazelmuis)