klei geaderd witje met rijp

Is deze kou funest voor vlinders?

De Vlinderstichting
8-APR-2021 - Vorige week liepen we in ons T-shirt en zagen we overal citroenvlinders en dagpauwogen. Zelfs de vlinders die als pop overwinterden, zoals oranjetipjes en de koolwitjes, waren al volop aanwezig. En nu hagel, sneeuw en harde wind. Dat kan toch nooit goed zijn voor die tere, fragiele vlinders? Leggen ze nu massaal het loodje?
Deel deze pagina

De dagpauwoog heeft als vlinder overwinterdDe vier soorten die hier als volwassen vlinder overwinteren, citroenvlinder, dagpauwoog, kleine vos en gehakkelde aurelia, kunnen prima tegen de vorst, als ze in winterslaap zijn tenminste. Maar eenmaal ontwaakt en dus in ‘actieve modus’ zijn ze kwetsbaarder. Toch zullen de meeste het goed overleven, zeker als ze een wat beschutte plek hebben gevonden.

Maar ook de soorten die als pop overwinteren, maar door het heerlijk warme weer uit de pop zijn gekomen, zijn zeker niet ten dode opgeschreven. Vlinders hebben warmte nodig om te kunnen vliegen. Als de temperatuur boven de tien graden komt en als er zon is, kunnen ze actief worden en zich voortplanten. Daarvoor moeten ze wel kunnen vliegen, de mannetjes om vrouwtjes te vinden en de vrouwtjes om hun eitjes te kunnen afzetten op de juiste plantensoorten. Ook voor het verzamelen van nectar, de brandstof waarmee ze kunnen vliegen, moeten ze actief kunnen zijn en afstanden kunnen afleggen.

Ook popoverwinteraars, zoals dit oranjetipje, zijn al verschenenDat vliegen zullen ze met deze lage temperaturen niet kunnen, maar dat heeft ook positieve kanten. Vliegen betekent dat vlinders slijten. Veel vliegen betekent dat ze snel zijn ‘afgevlogen’ ofwel zijn versleten en zullen sterven. Als een vlinder namelijk uit de pop is gekomen, groeit er geen cel meer aan. De vlinder is echt het eindstadium; de rups was het groeistadium en in de pop veranderde de rups in een vlinder, maar die vlinder is af en groeit niet meer. De oranjetipjes en boomblauwtjes die de vorige week nog rondvlogen, zitten nu ergens in de plantengroei. Daar zitten ze doodstil en ze slijten dus ook niet. Ze kunnen geen nectar vinden, maar ze verbruiken ook nauwelijks energie omdat ze zo stil zitten. Vlinders die in de plantengroei zitten op hele winderige plekken kunnen wel schade ondervinden. Als ze in een graspol zitten die door de stormachtige wind sterk heen en weer wordt geslagen, zullen veel vlinders dit niet overleven. Maar waarschijnlijk wachten de meeste vlinders op hun rustige beschutte plekje tot de zon weer gaat schijnen en de temperatuur weer ruim boven de tien graden komt. Dan gaan ze weer vliegen, zich voortplanten en dus ook slijten en, na een aantal dagen activiteit, sterven. Maar dan hebben ze wel gezorgd voor de volgende generatie die over een paar maanden weer vliegt. Kortom: er is geen reden voor grote ongerustheid.

Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting (leadfoto: klein geaderd witje)