Stoepplantje van de week: Canadese fijnstraal

Hortus botanicus Leiden
28-AUG-2021 - Nu bloeit overal de Canadese fijnstraal op kale- en rommelplekjes. Je komt hem steeds vaker tegen. Maar wie goed kijkt, ontdekt spannende dingen in de wereld van de fijnstralen. Bedreigt deze Canadees als betrekkelijke nieuwkomer inheemse pionierplanten? Of wordt hij juist zelf bedreigd, niet alleen door ijverige wieders, maar door nog nieuwere nieuwkomers, die ook nog eens familie zijn?
Deel deze pagina

De Canadese fijnstraal (Erigeron canadensis, synoniem Conyza canadensis) komt veel – en steeds meer - voor in onze stedelijke omgeving. In rommelhoekjes, tegen muren, in boomspiegels, rond lang stilstaande voertuigen floreert hij, mits hij niet vertrapt of weggeschoffeld wordt. Fier rechtopstaand, met lange zuilvormige pluimen vol bloemhoofdjes. Maar ook wel geknakt of anderszins verminkt op plekken waar mensen hem geraakt hebben. De Canadese fijnstraal is wel een stoepplant, maar geen tredplant.

Close-up van Canadese fijnstraal

Als de plant de kans krijgt om uit te groeien, kan het een statige verschijning van een meter hoog worden. Meestal blijft hij kleiner. Na uitgroeien krijgt de plant al snel een eerbiedwaardig uiterlijk. Na de bloei vormen de bloemetjes overdadig grijs zaadpluis. Samen vormen die een ijle grijze ‘pruik’. Als je het bloemhoofdje ziet, is duidelijk waar de naam ‘fijnstraal’ vandaan komt. Aan de rand zitten kleine fijne lintbloempjes als (zonne)stralen om de buisbloempjes in het midden.

Jonge Canadese fijnstraal

Bedreiger?

Canadese fijnstraalUit zowel de Nederlandse als de wetenschappelijke naam is af te leiden dat de plant oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt. Daarmee is hij een nieuweling voor onze flora. Hij komt overal voor en waar hij groeit kan een oorspronkelijk inheemse soort niet groeien. Toch is het geen invasieve exoot. Hij vormt geen bedreiging voor oorspronkelijk inheemse soorten noch voor de biodiversiteit.

De Canadese fijnstraal is een één- tot tweejarige pionier op zandige of stenige grond. Wij Nederlanders rommelen veel in de grond. We verwijderen planten tussen de voegen van tegels, wieden boomspiegels, graven overal. De fijnstraal is ons dankbaar voor de kale grond, want alleen daar kan hij kiemen en groeien. Hij is echter niet opgewassen tegen na hem verschijnende overblijvende plantensoorten. Na hun komst verdwijnt hij, om weer op te duiken op nieuwe kale plekken.
Hij concurreert dus alleen met andere, inheemse, pionierplanten om ruimte en voedsel. Er is geen achteruitgang van het aantal soorten pionierplanten, noch van het aantal per soort geconstateerd. Integendeel. Gezien de mate waarin de mens met al zijn gegraaf, geschoffel en gewied telkens nieuwe open plekken maakt is er zeker plaats voor een nieuweling naast de inheemse pionierplanten.

Dat ‘nieuweling’ is trouwens betrekkelijk. Al in de zeventiende eeuw is de plant aangekomen in Europa, in de achtiende eeuw in Nederland. Hoe de soort in Europa is aangekomen, is niet zeker. Bewust gezaaid wegens medicinale eigenschappen, onbewust meegekomen met vogelvoer, anders? Wel lijkt zeker dat de Canadese fijnstraal zijn zegetocht door Europa vanuit botanische tuinen is begonnen. Is een plant die hier al eeuwen groeit en is ‘gevonden’ door onze plantenetende Europese insecten dan niet gewoon volledig ingeburgerd en niet meer te beschouwen als exoot?

Canadese fijnstraal

Bedreigd?

Is de Canadese fijnstraal een lastig onkruid dat bestreden moet worden? Mensen zullen op deze vraag verschillende antwoorden geven. Zoals alle stoepplanten draagt hij bij aan de biodiversiteit en vergroening van onze steeds meer verstenende omgeving. Als hij ongebreideld kan groeien, kunnen mensen de groeiplek als slordig ervaren. Slordige plekken kunnen weer vuil aantrekken. Hij wordt daar dus bestreden, meestal via wieden op een of andere manier. Hij wordt ook chemisch bestreden, maar door opgebouwde immuniteit krijgt die bestrijding steeds minder vat op hem. Op plekken waar hij verwijderd is keert hij via door de wind aangevoerd zaad snel weer terug.

Muurfijnstraal, elegant familielid van de Canadese fijnstraal

Canadese fijnstraal, uit het Stoepplantjes kleurboek

Misschien komt het grootste ‘gevaar’ voor de Canadese fijnstraal van andere recenter uit Amerika hier gearriveerde soorten fijnstraal. Het betreft maar liefst vijf soorten: Hoge fijnstraal (Erigeron sumatrensis), Ruige fijnstraal (Erigeron floribundus), Gevlamde fijnstraal (Erigeron bonariensis), Muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus) en Zomerfijnstraal (Erigeron annuus). Al deze soorten breiden zich snel uit. Al deze soorten zijn pioniers. Al deze soorten houden van een warme zonnige stedelijke omgeving. Gaan zij op de kale plekken wel stevige concurrentie aan met de Canadese Fijnstraal? Hoge fijnstraal komt op sommige plekken nu al meer voor. Gaat dat ten koste van de Canadese fijnstraal? Van je familie moet je het hebben…
Mogelijk is het een gelukje voor de Canadese fijnstraal dat hij als enige fijnstraal ook koelere en vochtiger plekjes waardeert. Welke soorten fijnstraal waar gaan overheersen: de tijd zal het leren.

Tekst: Ton Gordijn, Hortus Botanicus Leiden
Foto's: Ton Gordijn; KU Leuven; André Biemans