dagpauwoog zonnend primair

Dagkoersen: veel vlinders dit voorjaar

De Vlinderstichting
9-MEI-2022 - Het vlindertelseizoen is alweer een maand oud en 2022 is goed begonnen. Er zijn in april meer vlinders geteld op de routes dan we gewend waren. Wat dit betekent voor de vlinderstand is nog onzeker, want we praten over ‘dagkoersen’. Het is voor een positieve ontwikkeling van de vlinderstand op langere termijn vooral nodig dat deze vlinders zich ook allemaal goed kunnen voortplanten.
Deel deze pagina

Het bont zandoogje vloog goed dit voorjaar. Hier een drinkend op gewone vogelkersHet vlindervoorjaar is goed begonnen. Er zijn meer vlinders dan gebruikelijk. Dit kunnen we goed bepalen, want in het meetnet vlinders worden vaste routes, jaar in jaar uit, op steeds dezelfde manier geteld. Daarom kunnen we met deze tellingen voor- en achteruitgang van vlinders in de gaten houden. Nu moet je altijd over meerdere jaren kijken, want vlinders kunnen, zoals de meeste insecten, enorm in aantal variëren van jaar tot jaar. Dat komt omdat de meeste insecten erg veel eitjes afzetten, omdat er heel veel van het nageslacht verloren gaat. Stel: een vlindervrouwtje legt honderd eitjes. Als daaruit uiteindelijk twee vlinders komen die zich weer voortplanten dan blijft de soort gelijk (één mannetje en één vrouwtje hebben die eitjes immers geproduceerd). In een heel gunstig geval worden er wel vier vlinders groot, dan is al sprake van verdubbeling. In een minder scenario komt er maar één vlinder uit en dat is dus al een halvering.

Het gemiddeld aantal vlinders in de routes van het meetnet vlinders. Links alle soorten, rechts bont zandoogje

De kleine vuurvlinder had een slechte start, maar heeft nog een paar generaties dit jaar om te herstellenDe ‘dagkoersen’ worden bepaald door weersomstandigheden en dergelijke: met goed zonnig en warm weer vliegen er veel vlinders. Maar hoe het gaat met de vlinders op de langere termijn wordt bepaald door in hoeverre ze zich succesvol kunnen voortplanten. Dat ligt dus aan de kwaliteit van hun leefgebieden. Ondanks deze slagen om de arm kunnen we wel zeggen dat er dit voorjaar meer vlinders vlogen. Dat werd vooral veroorzaakt door een klein aantal soorten dat het heel erg goed deed. De dagpauwoog is daar een van. Deze was zeer talrijk in april. Ook het bont zandoogje vloog goed en werd veel gezien. Het oranjetipje, een typische voorjaarsvlinder die maar een generatie heeft en alleen in april en mei te vinden is, vloog ook weer veel. Er waren ook vlinders die duidelijk minder aanwezig waren dan de afgelopen tientallen jaren. Toevallig zijn daar ook drie kleine soorten bij: kleine vos, kleine parelmoervlinder en kleine vuurvlinder. De kleine vos was nog steeds minder dan het gemiddelde over de afgelopen dertig jaar, maar toch lijkt deze vlinder weer wat op te komen. De afgelopen vier jaar ging het erg slecht en hij lijkt aan een comeback te werken. Deze drie soorten hebben allemaal nog een of meer generaties dit jaar en kunnen zich dus ook nog herstellen, afhankelijk van de omstandigheden.

Het meetnet vlinders is een onderdeel van het Landelijk Meetprogramma Vlinders dat wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van LNV en onderdeel is van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).

Tekst en foto’s; Kars Veling, De Vlinderstichting
Grafieken: meetnet vlinders (NEM)