Mooie Spikkelplooiparasollen te Oostzaan

Nederlandse Mycologische Vereniging
21-JUL-2022 - Eindelijk iets gevonden wat op een paddenstoel lijkt. Dat was de strekking van de mail met foto's die Piet Brouwer naar mij toe stuurde. Inderdaad prachtige foto's, zoals we dat van deze professionele fotograaf konden verwachten. Maar wat hij nu precies had gefotografeerd, was hem nog niet helemaal duidelijk. Een plooiparasol dacht hij meteen, maar om welke soort het ging bleek pas later.
Deel deze pagina

SpikkelplooiparasollenPlooiparasollen (Leucocoprinus) zijn over het algemeen eenvoudig te determineren, mits je de juiste literatuur bezit. Het zijn fragiele paddenstoelen die in de hand genomen zo uit elkaar kunnen vallen. Variabel kunnen ze ook zijn, vaak afhankelijk van de omstandigheden van de standplaats en weersomstandigheden. Het droge warme weer van de laatste tijd is een factor van belang. 

De Spikkelplooiparasollen die Piet Brouwer fotografeerde kwamen in een schaduwhoek van de achtertuin tevoorschijn. Hier worden oude snippers en ander houtafval gedumpt. De dumpplek ligt vlak aan de kant van een sloot, dus van droogte en zon hadden de paddenstoelen weinig last. De microscopische details gaven in dit geval extra zekerheid bij de determinatie.

Spikkelplooiparasollen komen van juli tot in oktober tevoorschijn en zijn in Nederland bepaald niet zeldzaam. Ze verschijnen meestal in groepjes van drie tot zes exemplaren. Ze leven als saprotroof op de bodem in loofbossen op diverse grondsoorten van zand tot klei, meestal op plaatsen met een relatief rijke bodem. Je vindt ze zelden in naaldbossen.

Jonge exemplaren van de Spikkelplooiparasolzwam

De soort is de  afgelopen decennia flink toegenomen in Nederland. Ze wordt ook geregeld in kassen of gebouwen aangetroffen, vooral in het noorden van Europa. De Spikkelplooiparasol komt (zeldzaam) in heel Midden- en Noord-Europa voor. Microscopisch lijken Spikkelplooiparasollen nog het meest op de Goudgele plooiparasol (Leucocoprinus birnbaumii) maar die is goudgeel van kleur. Deze tropische soort komt meestal alleen voor in kassen, en bij kamerplanten in de pot. 

Microscopisch beeld van de sporen en lamelcystiden

De bleke sporen zijn bij alle plooiparasollen dikwandig. De sporen van veel plooiparasollen bezitten een verlengde papil, al of niet met een min of meer lensvormige kiempore. Bij de vondst van Piet was de lamelsnede steriel en bezet met langwerpige cystidia die cilindrisch tot enigzins knotsvormig, urnvormig of flesvormig van vorm waren. De sporen waren 7,8 tot 13 bij 5 tot 8 micrometer. De afmetingen bevestigende de determinatie als Spikkelplooiparasol, Leucocoprinus brebissoni. De Spikkelplooiparasol is bedekt met cilindrische, elliptische tot knotsvormige ronde elementen in schakels, of rommelig geordende elementen van 50-70 x 8-30 micrometer. De smal knotsvormige elementen zijn predominant. Het pigment is donkergrijsbruin, ook intracellulair. 

Tekst: Martijn Oud, Nederlandse Mycologische Vereniging
Foto's: Piet Brouwer; Martijn Oud