Reuzesterns

Met de teentjes in het water: landelijke telling van reuzensterns

Sovon Vogelonderzoek Nederland
9-SEP-2022 - ’s Werelds grootste stern is in augustus weer door Nederland getrokken. Deze reuzenstern is met zijn zware, rode snavel gemakkelijk te herkennen. Maar een soort die zich voornamelijk op het open water bevindt, is nog niet zo gemakkelijk te tellen. Daarom trekken vogeltellers er ’s avonds op uit om slapende sterns te tellen. Hoe gaat dat in zijn werk en hoeveel reuzensterns zijn er gevonden?
Deel deze pagina

Reuzensterns (Hydroprogne caspia) zijn ’s werelds grootste sterns en hebben een enorm verspreidingsgebied dat alle continenten - met uitzondering van Antarctica - omvat. Een deel van de noordelijkste populatie, die aan de Oostzee broedt, trekt in het najaar, en in veel mindere mate in het voorjaar, door Nederland. Op weg naar overwinteringsgebieden in Noord- en West-Afrika. De piek van doortrekkende reuzensterns vindt plaats in augustus. Ze zijn dan vooral aan te treffen boven en rond de grote waterrijke gebieden in het noorden van ons land, en in mindere mate langs rivieren in het binnenland en in de Delta. Je ziet ze meestal druk jagend boven meren en plassen, waarbij de volwassen vogels vaak vergezeld worden door jongen van het laatste broedseizoen. Omdat de vogels overdag over een groot gebied uitwaaieren om naar vis te zoeken en daarbij soms zelfs midden op het IJsselmeer foerageren, is het nog niet zo gemakkelijk om in kaart te brengen hoeveel individuen Nederland precies bezoeken. Om ze te tellen is het noodzakelijk dat ze zichtbaar zijn vanaf land en ergens langere tijd stil zitten om dubbeltellingen te voorkomen. Slaapplaatstellingen, die simultaan op meerdere plekken worden uitgevoerd, zijn daarvoor bij uitstek geschikt.

Door de telescoop zijn de reuzensterns er met hun zware, rode snavel makkelijk uit te pikken

Slapende sterns

In augustus vond de landelijke slaapplaatstelling van reuzensterns van dit jaar plaats. Deze telling is onderdeel van het Meetnet Slaapplaatsen georganiseerd door Sovon Vogelonderzoek Nederland en heeft als doel om landelijk betrouwbare aantallen van de soort te verkrijgen. Op 19 augustus telden zo’n twintig tellers maximaal 142 reuzensterns, wat goed past bij de langlopende trend van de soort (Figuur 1). De aantallen lijken sinds 1989 geleidelijk op te lopen tot een absoluut maximum van 164 in 2020. Sinds ongeveer 2015 lijken de aantallen zich te stabiliseren rond de 140 tot 150 individuen, maar mogelijk is dit slechts schijn. Aan de hand van de grilligheid van de trend kunnen we opmaken dat het lastig is om dergelijke conclusies te trekken op korte termijn. De soort heeft te maken met grote fluctuaties in het broedsucces, de flywayroute die individuen nemen verschilt van jaar tot jaar, droogte in het overwinteringsgebied speelt parten en waterstand en verstoring kunnen aantallen op de slaapplaatsen behoorlijk beïnvloeden. Om deze redenen is het belangrijker om te kijken naar de lange-termijntrend, die nog geen reden tot zorgen toont. De soort heeft het in ieder geval tot enkele jaren geleden goed gedaan in de Oostzee, en in de European Breeding Bird Atlas 2 is te zien dat hij zijn broedgebied tot in Denemarken heeft uitgebreid. Recent lijkt er echter in het broedgebied sprake van lichte afname. Wellicht zien we dit over enkele jaren in de Nederlandse trend terug.

Figuur 1. Reuzenstern landelijke trend in aantallen: aantallen van 2022 zijn nog onder voorbehoud

Met de teentjes in het water

Figuur 2. Locaties van slaapplaatsen van reuzenstern in NederlandSlaapplaatsen van reuzensterns komen vooral voor in de noordelijke helft van Nederland (Figuur 2), en dan met name aan de IJsselmeerkust. Hier slapen vaak tientallen vogels op de Steile Bank, in de Makkumerwaard of bij de Bocht van Molkwerum, waar ze op zandeilandjes zitten die ze vaak delen met andere soorten, zoals meeuwen, aalscholvers en lepelaars. De reuzenstern is een echte liefhebber van de randjes van deze eilanden, daar waar ze met de teentjes in het water kunnen blijven staan. Op een afstand zijn ze daar het beste te tellen door met behulp van een telescoop hun zware, rode snavels eruit te pikken. Daarnaast worden de laatste jaren het Lauwersmeergebied en nabij slikken in het Waddenzeegebied en het Zuidlaardermeer en Dannemeergebied steeds belangrijker. Elders in het land liggen aantallen vaak lager, maar er worden ook consequent reuzensterns op slaapplaatsen gevonden in het Ketelmeergebied, op nieuw aangelegde eilanden in het Markermeergebied, op een strekdam bij het IJmeer en bij de Kwade Hoek. De soort wisselt geregeld van slaapplek, bijvoorbeeld bij lage waterstanden zoals dit jaar, dus het zou kunnen dat we nog wat slaapplaatsen missen, met name in het Groningse en Friese binnenland en wellicht in de Delta. Als je nog nieuwe plekjes weet, of als je graag een keer wil meedoen aan de jaarlijkse reuzensterntelling, neem dan contact op met Paul van Els.

Tekst: Paul van Els, Sovon 
Foto's: Trinus Haitjema; Paul van Els
Figuren: Sovon