Muurhagedis

Nieuw bolwerk voor muurhagedis: nu op eigen kracht verder!

RAVON
8-JAN-2026 - In 2024 en 2025 zijn er vanuit het project ‘Naar een nieuw bolwerk voor de muurhagedis’ in totaal 184 inheemse Maastrichtse muurhagedissen verhuisd van het Frontenpark naar hun voormalige leefgebied op de Sint-Pietersberg. De herintroductie is uitgevoerd door CNME, RAVON en Natuurmonumenten, met als doel het leefgebied uit te breiden en de totale Maastrichtse populatie te laten groeien.

Met het oog op risicospreiding, bijvoorbeeld ten aanzien van dierziektes onder reptielen, is het belangrijk dat er een tweede populatie muurhagedissen komt. De Sint-Pietersberg behoorde tot in de zestiger jaren tot het leefgebied van deze hagedissensoort. De populatie muurhagedissen ging echter door een diep dal en verdween op de berg door een combinatie van de exploitatie in de mergelgroeve en een kouder klimaat.

Oehoevallei

Eerste uitzetting (herintroductie) in de ENCI-groeve

In 2024 en 2025 zijn er 65 volwassen, 38 eenjarige en 81 juveniele muurhagedissen uitgezet in de Oehoevallei op de Sint-Pietersberg. Deze vallei lijkt geschikt als leefgebied voor de muurhagedis, doordat er op de zongerichte kalkwanden veel structuur, zoals scheuren en spleten, aanwezig zijn.

Gedurende het project zijn verschillende biotoopmaatregelen uitgevoerd in de Oehoevallei en rond de piramidevormige rotsformaties in de ENCI-groeve. Er zijn extra overwinteringsholen geboord, steenhopen gemaakt en er is opslag van struiken en bomen verwijderd om schaduwvorming tegen te gaan.

Monitoring populatie Oehoevallei

De nieuwe populatie wordt sinds 2024 gemonitord. De Oehoevallei wordt zeven keer per jaar bezocht, waarbij alle waarnemingen van muurhagedissen worden genoteerd. Door dit over een langere periode uit te voeren, kunnen we zien hoe de populatie zich ontwikkelt.

In 2025 zijn tijdens deze bezoeken maximaal vijftien hagedissen teruggezien. Dit lijkt weinig, maar de hoge kalkwanden in de Oehoevallei zijn onoverzichtelijk, waardoor lang niet alle dieren gespot kunnen worden. Ook is niet de gehele populatie op alle tijdstippen van de dag gelijktijdig actief, of zichtbaar. Daarnaast kan de overleving van hagedissen in het begin van een herintroductie een beperkende factor zijn. Verplaatsing brengt nu eenmaal stress met zich mee en de hagedissen moeten weer hun eigen territorium veroveren.

Verspreiding

Plaatselijk zijn extra holletjes geboord in de mergelwanden en is vegetatie op de wanden verwijderd

Muurhagedissen zullen ook op verkenning gaan naar gebieden die aan de Oehoevallei grenzen. In 2025 is een oproep geplaatst om waarnemingen van muurhagedissen op de Sint-Pietersberg door te geven via een speciaal invoerportaal.

In 2025 zijn er nog geen waarnemingen buiten de Oehoevallei gedaan. Voor de komende jaren blijft deze oproep actueel, om een beeld te krijgen van de verspreiding van de muurhagedis op de Sint-Pietersberg.

Toekomst

Via het herintroductieproject is er een basis gelegd voor een nieuwe populatie muurhagedissen. Naar verwachting wordt de muurhagedis weer een vaste bewoner van de Sint-Pietersberg. Er zijn namelijk veel geschikte plekken op de Sint-Pietersberg waar de muurhagedis zich thuis kan voelen.

De muurhagedis is een gidssoort voor rotsmilieus en de daaraan gekoppelde planten- en diersoorten. Het voorkomen van dit reptiel zegt ook iets over de verbinding binnen het landschap van deze biotopen. Monitoring- en verspreidingsonderzoek zal moeten uitwijzen of de dieren zich goed vestigen, hoe groot de populatie kan groeien en tot hoe ver de muurhagedis zich zal verspreiden.

De herintroductie en de voorafgaande haalbaarheidsstudie zijn uitgevoerd met financiële steun van de provincie Limburg, gemeente Maastricht en het Elisabeth Strouven Fonds.

Tekst: Cridi-Frissen Moors, CNME; Raymond Creemers, RAVON
Beeld: Raymond Creemers, RAVON (leadfoto: muurhagedis); CNME