Meer stormen, minder voedsel voor wadvogels

NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee
12-FEB-2026 - De toenemende westerstormen die bij het veranderende klimaat worden verwacht, zullen ervoor zorgen dat er steeds minder voedsel beschikbaar is voor wadvogels als de kanoet. Dat blijkt uit een analyse door masterstudent Timo Keuning en collega’s van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, NIOZ. De resultaten werden deze maand gepubliceerd in het ornithologisch vakblad Ibis.

Voor hun analyse keken de onderzoekers naar de verhoging en de verlaging van de gemiddelde waterstand bij de verschillende windrichtingen en windkracht. Waar wind uit het oosten de Waddenzee enigszins ‘leegblaast’ en er dus voor zorgt dat er meer droogvallende wadplaten beschikbaar zijn voor vogels als de kanoet, zorgen westerstormen juist voor een verhoging van de gemiddelde waterstand. “Bij de sterkste winden uit westelijke richtingen, die wij tussen september en november hebben geanalyseerd, zagen we dat er bij laagtij tot ruim 50 procent mínder droogvallend foerageergebied voor de wadvogels beschikbaar was”, zegt Keuning. “Keken we specifiek naar de plekken waar kokkels, nonnetjes en wadslakjes leven, dan hadden de kanoeten bij een sterke westerstorm tot 44 procent minder van dit favoriete voedsel beschikbaar.”

Tegenwind

Met behulp van vederlichte radiozendertjes, die de locaties van vogels tot op de meter nauwkeurig konden weergeven – het zogenoemde WATLAS-systeem – kregen de onderzoekers een eerste indruk hoe de vogels reageerden op verschillende windrichtingen. Daaruit bleek dat de kanoeten tijdens rustige omstandigheden liever rond Griend lijken te schuilen voor hoogwater, dichtbij rijke voedselgronden. Alleen bij de meest extreme waterstanden vlogen kanoeten, ondanks harde tegenwind, naar het verder gelegen Richel. Daar zijn ze veiliger voor predatoren als de slechtvalk. Bij harde wind worden de vogels bij Griend sterk naar de duintjes gedrukt, waar altijd gevaar loert.

Minder kanoeten

Uit deze eerste analyses komt nog geen duidelijk effect naar voren van stormen op de voedselopname of de overleving van de kanoeten. Daar moet vervolgonderzoek helderheid verschaffen. Toch leest ecoloog Allert Bijleveld, de coördinator van het onderzoek, nu al een duidelijke waarschuwing in dit werk. “Op de lange termijn zien we een duidelijk verband tussen de voedselbeschikbaarheid in de Waddenzee en de aantallen kanoeten. Wanneer er dus vaker stormen uit het westen zullen optreden, zoals de klimaatmodellen voorspellen, dan zal dat naar alle waarschijnlijkheid ook een effect hebben op de aanwezigheid of de overleving van kanoeten in de Waddenzee”, stelt Bijleveld.

Onverwacht effect

“Het potentiële effect van toenemende westerstormen op kanoeten, en mogelijk ook op andere wadvogels, is een onderbelicht effect van de klimaatverandering.” Dat zegt promovenda Evy Gobbens, die het onderzoek mede uitvoerde. “De focus van onderzoek naar klimaatverandering ligt vaak op de gemiddelde zeespiegelstijging. Die stijgt vooralsnog heel bescheiden in de Waddenzee. Maar door de toenemende stormen zie je wel wat die zeespiegelstijging potentieel teweeg kan brengen. Wadvogels zullen hun voedsel gedurende kortere tijd op een kleiner oppervlak moeten zoeken en ze zullen daarbij dus ook meer onderlinge concurrentie ondervinden. In die zin geeft dit onderzoek al een voorproefje van wat de wadvogels te wachten staat wanneer de klimaatverandering in dit tempo doorzet.”

Tekst en beeld: Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ)