Natuurjournaal 2 juli 2026
Nature TodayOp de bladeren van lindes kan je nu allemaal rode uitsteekseltjes, hoorntjes, vinden. Ze beginnen groen of geel. Dat zijn de gallen van de lindehoorntjesmijt, een spinachtige die van het bladsap in de lindebladeren leeft. Bij het leggen van haar eitjes injecteert de mammamijt een stofje in het blad, waardoor de boom deze gallen gaat maken ter verdediging. Het is volstrekt onschadelijk voor de boom. Op andere bomen zorgen andere insecten weer voor heel andere gallen. Dat is insect- en boomafhankelijk. De diversiteit aan gallen is dus aanzienlijk! In dit geval zien ze eruit als hoorntjes, die als behuizing voor de larve dienen. Eenmaal volwassen kruipen de dieren aan de onderkant uit de gal om te overwinteren in de schors of de knopschubben van de linde.
What’s in a name? Van de naam van de echte bladwesp Macrophya duodecimpunctata is wel iets te maken. Zo herken je 'makros' (groot), phye (natuur, gestalte), duodecim (twaalf), en punctata (puntjes). Een grote gestalte met twaalf puntjes. Makkelijk, toch? En dat is hem/haar dan ook ten voeten uit. Er is geen officiële Nederlandse naam voor dit mooie insect, maar soms wordt het ook wel de 'twaalfstippelige bladwesp' genoemd, wat de lading uitstekend dekt. Deze insecten komen algemeen voor in vochtige gebieden en graslanden. Het zijn met name de vrouwtjes met een zwart-wit patroon op de poten en oranje vleugels die opvallen. De mannetjes zijn donkerder, met lichtere vleugels. Deze wespen zijn nu op allerlei soorten planten te vinden, jagend op kleine insecten en zoekend naar nectar en stuifmeel.
Tekst: Mike Hirschler, IVN Deventer
Beeld: Jannie Oosterkamp; Mike Hirschler
