zon en schaduw - primair

Dagvlinders en hoge temperaturen

De Vlinderstichting
15-AUG-2026 - Vlinders zijn koudbloedige insecten, ze moeten van buitenaf voldoende warmte krijgen om goed te functioneren. Op dagen dat het nog wat frisser is, kun je soms een hele tijd van vlinders genieten, zonder dat ze wegvliegen. Voordat ze echt actief kunnen worden, moeten ze de tijd nemen om in de zon op te warmen. Een lichaamstemperatuur van zo’n 30 graden Celsius is voor de meeste vlinders optimaal.

De afgelopen tijd is het zó warm geweest, dat je haast geen vlinder meer tegenkomt die zich even rustig laat bekijken, laat staan fotograferen. Maar waar ligt het optimum voor de meeste vlindersoorten? Wanneer is het te koud om een telling te doen, en wanneer juist te warm?

Het kaasjeskruiddikkopje, recent weer gevestigd in Nederland, kan prima tegen hoge temperaturen

Als we kijken naar het gemiddeld aantal vlinders dat op de routes in het meetnet vlinders geteld is in de afgelopen maanden van 2026, dan zien we dat de dichtheid het hoogste is wanneer het tussen de 20 en 30 graden Celsius is (linker grafiek). Onder de 20 graden liggen de gemiddelde aantallen een stuk lager en hangt het er waarschijnlijk sterk vanaf of de zon schijnt of niet. Boven de 30 graden Celsius zie je ook dat de aantallen weer een stuk lager komen te liggen, hoewel er wel wat meer spreiding in de data zit. Dit komt deels omdat er minder data beschikbaar zijn voor deze hoge temperaturen, omdat het niet dagelijks 35 graden of warmer is (gelukkig!).

Wanneer we dezelfde grafiek maken, maar dan met de data van alle meetjaren, komt er een vergelijkbaar beeld uit (rechter grafiek). We zien dan ook dat warmteminnende soorten, afkomstig uit het warmere zuiden, zich steeds meer thuis gaan voelen in Nederland. Zo zitten de bruin dikkopjes en de kaasjeskruiddikkopjes vaak nog heerlijk in de zon, ook wanneer de temperaturen boven de 30 graden Celsius komen.

Het gemiddeld aantal vlinders per 1.000 meter bij verschillende temperaturen. Linker grafiek: gebaseerd op de data van de tellingen van het meetnet dagvlinders van juni, juli en augustus 2026, rechter grafiek: gebaseerd op de data van alle tellingen van het meetnet dagvlinders van 1990 tot en met augustus 2026

Bruin zandoogjes kruipen in de schaduw bij temperaturen boven de 30 graden Celsius

De meeste andere soorten kunnen niet goed omgaan met de snelle opwarming. Zij verschuilen zich liever op koele plekjes tussen de vegetatie. Zo kun je op warme julidagen soms tientallen bruin zandoogjes opjagen als je in de schaduw loopt. Om toch een gezonde volgende generatie voort te kunnen brengen, moeten de vlinders optimaal gebruikmaken van de momenten dat het koel genoeg is om hun schuilplekken te verlaten. Hierdoor komt er een grotere tijdsdruk te staan op het (laten) bevruchten van de eitjes, het vinden van een geschikte plant voor de eitjes en ondertussen zelf nog genoeg nectar binnenkrijgen om te overleven. De toenemende concurrentie voor het beetje beschikbare nectar met deze droogte komt hier dan nog eens bovenop. Bovendien kunnen de rupsen van soorten die nu uit de eitjes komen problemen krijgen met verdroogde waardplanten. 

Tekst: Tove van der Weerd, Chris van Swaay en Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling (leadfoto: een plek met zon en schaduw); meetnet dagvlinders, Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)