Dagvlinders en hoge temperaturen
De VlinderstichtingDe afgelopen tijd is het zó warm geweest, dat je haast geen vlinder meer tegenkomt die zich even rustig laat bekijken, laat staan fotograferen. Maar waar ligt het optimum voor de meeste vlindersoorten? Wanneer is het te koud om een telling te doen, en wanneer juist te warm?

Als we kijken naar het gemiddeld aantal vlinders dat op de routes in het meetnet vlinders geteld is in de afgelopen maanden van 2026, dan zien we dat de dichtheid het hoogste is wanneer het tussen de 20 en 30 graden Celsius is (linker grafiek). Onder de 20 graden liggen de gemiddelde aantallen een stuk lager en hangt het er waarschijnlijk sterk vanaf of de zon schijnt of niet. Boven de 30 graden Celsius zie je ook dat de aantallen weer een stuk lager komen te liggen, hoewel er wel wat meer spreiding in de data zit. Dit komt deels omdat er minder data beschikbaar zijn voor deze hoge temperaturen, omdat het niet dagelijks 35 graden of warmer is (gelukkig!).
Wanneer we dezelfde grafiek maken, maar dan met de data van alle meetjaren, komt er een vergelijkbaar beeld uit (rechter grafiek). We zien dan ook dat warmteminnende soorten, afkomstig uit het warmere zuiden, zich steeds meer thuis gaan voelen in Nederland. Zo zitten de bruin dikkopjes en de kaasjeskruiddikkopjes vaak nog heerlijk in de zon, ook wanneer de temperaturen boven de 30 graden Celsius komen.

De meeste andere soorten kunnen niet goed omgaan met de snelle opwarming. Zij verschuilen zich liever op koele plekjes tussen de vegetatie. Zo kun je op warme julidagen soms tientallen bruin zandoogjes opjagen als je in de schaduw loopt. Om toch een gezonde volgende generatie voort te kunnen brengen, moeten de vlinders optimaal gebruikmaken van de momenten dat het koel genoeg is om hun schuilplekken te verlaten. Hierdoor komt er een grotere tijdsdruk te staan op het (laten) bevruchten van de eitjes, het vinden van een geschikte plant voor de eitjes en ondertussen zelf nog genoeg nectar binnenkrijgen om te overleven. De toenemende concurrentie voor het beetje beschikbare nectar met deze droogte komt hier dan nog eens bovenop. Bovendien kunnen de rupsen van soorten die nu uit de eitjes komen problemen krijgen met verdroogde waardplanten.
Tekst: Tove van der Weerd, Chris van Swaay en Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling (leadfoto: een plek met zon en schaduw); meetnet dagvlinders, Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)
