Nieuwe exotische pionierslakjes op Marker Wadden
Stichting ANEMOONOf je wilt of niet, dieren en planten bereiken nieuwe stukken land vanzelf. De door de mens gecreëerde eilandgroep Marker Wadden in het IJsselmeer laat zien hoe natuurontwikkeling ook kan. Een deel van het gebied is verboden voor mensen, naar een deel kun je met de boot om de ontstane natuur te bekijken. Om de zoveel tijd bezoekt een groep burgerwetenschappers met kennis het gebied. Ze inventariseren en registreren de vogels, planten, vissen, insecten en meer. Dat was ook op 23 juli het geval.
Minder jonge rotten
Plaats: Lelystad Bataviahaven. Samen met tientallen anderen komen ze van boord. Wij vinden de twee mannen met hun laarzen en schepnet eruitzien als doorgewinterde ouwe rotten en zeggen dat ook. Ze beamen het: "klopt." Ze deden op vrijwillige basis onderzoek op de nieuwe eilanden. "BioBlitz heet dat: iedereen gaat soortenjagen, of hoe je het ook noemt." De excursie is georganiseerd vanuit het Europese FutureLakes-project, samen met het Kennis- en Innovatieprogramma Marker Wadden en Natuurmonumenten en maakt deel uit van het BioBlitz 2026 Soortenjaar van Nationaal Park Nieuw Land.
Weke beestjes
Op de vraag waarin ze doorgewinterd zijn, is het antwoord: "weke dieren." Wij: "kwallen?" Maar dat hebben we fout. Ze bestuderen – "Al een halve eeuw, we moeten het nog vieren" – een andere diergroep: de op één na grootste op aarde: de schelp- of weekdieren. De studie heet malacologie, naar het Oud-Griekse malakós, dat zacht of week betekent. Wij hebben weer wat geleerd en bedelven de mannen onder vragen over schelpen zoeken. "Dat kan daar ook", melden ze. Schelpen genoeg op de schelpenpaadjes (daartussen ook de raadselachtige Marmerschelp). Op het strand liggen Strandgapers, Nonnetjes en Kokkels uit de vroegere Zuiderzee. Er zijn zelfs fossiele schelpen. Zoals de Grijze tapijtschelp, een honderdduizend jaar oude uitgestorven soort uit het Pleistoceen. Daarvan liggen er best veel in het opgespoten zand. Maar we irriteren de heren: ze willen over land- en zoetwatersoorten praten, niet over ouwe zeeschelpen.

Een nieuw oud pionierslakje
Naar weekdieren is al een paar keer eerder onderzoek gedaan op Marker Wadden, horen we. Vooral landslakken blijken nogal achter te blijven. Dat is nog steeds zo. Ze vonden nu pas voor het eerst naaktslakjes. "Kleine akkerslak, ook wel Sla-slakje genoemd." Bij de waterweekdieren gaat de ontwikkeling sneller. Een bijzondere ontdekking vandaag is een nieuw schijfhorentje voor het gebied. "Eentje met een merkwaardig verhaal, een soort dubbele identiteit", aldus ouwe rot 1. "Het is zowel een exoot uit Noord-Amerika, als een oorspronkelijke Europese soort", vult rot 2 aan. Op ons schaapachtige "dat begrijp ik niet" is het antwoord: "Jullie zijn niet de enigen; de malacologische wereld had er ook flink wat denk- en puzzelwerk aan."
Oorspronkelijk Europees én exoot
Uit een spijkerjasje verschijnt een notitieboekje. Rot 1 probeert het uit te leggen: "Vroeger leefden in duinplassen in Europa populaties van een zeldzaam schijfhorentje". Hij schrijft op: 'Gyraulus laevis – Gladde schijfhoren (laevis = glad)'. Daaronder: 'IJstijdrelict?'
Rot 2: "In Europa zijn in pleistocene en vroeg-holocene bodemlagen fossiele exemplaren gevonden, dus het dier is van oorsprong echt Europees. Hij staat zelfs op de Rode Lijst."
Maar na 1973 veranderde alles. In Duitsland vond men een geïntroduceerde exoot, afkomstig uit onder andere Noord-Amerika ("Schrijf op: Gyraulus parvus"). Die lijkt erg op de Gladde schijfhoren. Sterker nog: genetisch verschillen ze zó weinig, dat je niet van aparte soorten kunt spreken. De naam Gyraulus parvus is ouder, dus geldig. Die exoot leeft sinds 2008 ook in ons land en is in heel Europa in opkomst. Aanvullend gekrabbel in het boekje: 'Gyraulus parvus forma laevis – gele koptentakels – Euraziatische gladde schijfhoren' en 'Gyraulus parvus forma parvus – zwarte koptentakels – Amerikaanse gladde schijfhoren'. De heren melden dat er een duinmeertje is waar de onderzoeker die dit alles aan het licht bracht zowel de exoot als de Europeaan door elkaar vond. Grijnzend: "Duidelijk?"
Daarheen en weer terug
Nou nee, eigenlijk niet. Wij vinden het een moeilijk te begrijpen verhaal. Is er dan ooit, zeer lang geleden, een splitsing tussen Europese en Amerikaanse populaties geweest? Is de slak uit Europa in historische tijden naar Amerika gegaan en nu als geëvolueerde exoot teruggekomen? Een beetje als 'daarheen en weer terug', naar de boektitel van 'De Hobbit' van Tolkien?
Het neemt niet weg dat er vandaag meerdere nieuwe Markerwaddenslakken gevonden zijn, waaronder een raadselachtige, schijnbaar tijdreizende pionier die zich momenteel in ons land uitbreidt. Dat dit nog weinig opvalt, heeft te maken met de geringe grootte; de slakken worden maar enkele millimeters groot. We praten nog even door over de andere weekdieren van de nieuwe eilanden.

Overige nieuwe weekdieren
De mannen vonden vandaag nog meer soorten voor het eerst op Marker Wadden. Zoals de Zoetwaterneriet: "Moet je zien wat een bijzondere schelp!" Ze tonen op hun telefoon een halfrond schelpje met een prachtig paarsgevlekt kleurpatroon en een oranje afsluitplaatje in de mondopening. Een tijd ging het slecht met deze waterslak. "Na de komst van die 'killerkreeftjes' zagen we ze alsmaar minder."
Wij: "Ah, rivierkreeften?" Nee, weer fout, al zagen ze tijdens de BiotBlitz wel rivierkreeften. Ze bedoelen de 3 centimeter grote Pontokaspische vlokreeft (Dikerogammarus villosus), een invasieve exoot die zich als agressieve omnivoor – 'killer shrimp' – eind jaren negentig in ons land vestigde. "Die vreten mogelijk ook de eieren van nerietjes langs de IJsselmeeroevers op."
Maar nu, tijdens hun Marker Waddeninventarisatie, vonden ze toch tientallen Zoetwaternerieten, kruipend op de stenen in het IJsselmeer. Of dat een 'terugkeer' is, weten ze niet. Van eerdere inventarisaties waren in elk geval geen gegevens over deze soort uit dit gebied bekend. Misschien zijn de nu gevonden dieren ook wel aan het pionieren. Het geeft in elk geval hoop.
Dan ten slotte onze flauwe maar onvermijdelijke vraag: "Mogen we jullie BioBlitz-vondsten 'best wel blits' noemen?"
Het mag.

Tekst: Saskia Koene en Dick Koene, met medewerking van Rykel de Bruyne en Tello Neckheim, Stichting ANEMOON
Beeld: Rykel de Bruyne (leadfoto: infoscherm op de boot naar Marker Wadden, op inzet exemplaren van de Amerikaanse gladde schijfhoren); Yvonne van Dam, Naturalis Biodiversity Center; Jarin Dijkgraaf; PICTAN
