Macrofauna in beken lijdt zwaar onder extreme droogte

Wageningen Environmental Research
15-JUL-2020 - Door de extreem droge zomers in Nederland de afgelopen jaren verdwijnen steeds meer kleine diertjes die in beken leven: de macrofauna. Dat blijkt uit een samenwerkingsonderzoek van verschillende waterschappen en Wageningen Environmental Research.

Tussen 2018 en 2019 analyseerden onderzoekers van Wageningen Environmental Research in samenwerking met waterschappen het verschil in macrofaunadiversiteit van verschillende beken. Zo wilden ze meer te weten te komen over de weerstand en veerkracht van de macrofauna in de beken. Ze publiceerden hun resultaten onlangs op H2O Waternetwerk.

Beektype en droogvalduur zijn bepalend

De macrofauna in beekjes speelt een belangrijke rol in het ecosysteem: ze is essentieel voor het opruimen van organisch afval zoals bladeren en dient als voedsel voor vissen en vogels. Veel kenmerkende macrofauna in beken is inmiddels zeldzaam geworden en komt op nog maar een klein aantal plekken in Nederland voor. Valt een beek volledig droog en verdwijnt de populatie van zo’n soort, dan is de kans op herkolonisatie klein. Bovendien werkt het moderne landschap ook niet mee. Beekdalen zijn meestal van elkaar gescheiden door open, intensief gebruikt land dat vliegende waterinsecten moeilijk kunnen overbruggen.

De Geeserstroom valt droog

Toch lijdt niet alle macrofauna in dezelfde mate onder de droogte. In beken met een slechte waterkwaliteit of verstuwing lijkt de samenstelling van macrofauna nauwelijks te veranderen. Juist de beken met een hoge ecologische kwaliteit verliezen macrofauna na extreme droogte. Het treft vooral soorten die in relatief snel stromend water leven, zoals kokerjuffers, en dat zijn juist de kenmerkende soorten voor de Nederlandse beken.

Ook de duur van de droogval speelt een rol. Enkele soorten macrofauna overleven maanden in diepe, natte kuilen in de beekbodem of zelfs onder een laag vochtige bladeren, terwijl andere dat slechts dagen kunnen. Maar bij langdurig watertekort drogen ook deze plekken uit en kunnen alleen soorten met speciale aanpassingen, zoals droogteresistente eitjes, zich handhaven. Bovendien breiden doorgevallen beekdelen zich steeds verder uit tijdens aanhoudende droogte, waardoor dieren een langere afstand moeten afleggen om terug te keren wanneer de beek weer gaat stromen.

Dode vlokreeften op de bodem van een net droogevallen beek

Toekomstperspectief

Ook 2020 heeft al te maken met uitzonderlijke droogte en klimaatmodellen voorspellen dat langdurige droogtes steeds normaler gaan worden. Om onze waardevolle beekbewoners daartegen te beschermen, moeten we hun weerstand en veerkracht versterken. Dat begint bij meer variatie in de beken, door gevallen bomen en takken zoveel mogelijk te laten liggen. Zo ontstaan diepe stroomkuilen waar dieren zich kunnen terugtrekken wanneer het waterpeil zakt en ze vormen schuilplaatsen die lang vochtig blijven wanneer het water verdwijnt. Daarnaast kan beschaduwing van de beek verdamping voorkomen.

Op grotere schaal is het belangrijk om de waterhuishouding te veranderen, bij voorkeur in het complete stroomgebied. Water moet niet afgevoerd, maar juist vastgehouden worden, bijvoorbeeld in het beekdal. Het grondwater kan dan nog lange tijd water blijven leveren aan de beek. Ook moet er minder water ontrokken worden, zoals voor beregening van gewassen, drinkwaterproductie en industriële processen. Zo komt er minder druk op de resterende populaties in de laaglandbeken, en blijft de ecologische kwaliteit bewaard.

Waar mogelijk de beek de ruimte geven in het beekdal. Het water kan dan langzaam in de ondergrond wegzakken en zo het grondwater aanvullen, zoals hier langs de Leuvenumse beek

Samenwerking

Onderzoekers van Wageningen Environmental Research analyseerden het verschil in macrofaunadiversiteit van beken in samenwerking met verschillende waterschappen (Aa en Maas, Brabantse Delta, de Dommel, Limburg, Hunze en Aa’s, Rijn en IJssel, Vallei en Veluwe en Vechtstromen). Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van de provincies Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel.

Tekst: John Lenssen, Waterschap Rijn en IJssel en Ralf Verdonschot, Wageningen Environmental Research
Foto’s: Ralf Verdonschot