Nature Today

Opmerkelijk veel tekenbeten in achtertuin

1-APR-2008 - De registratie van tekenbeten in 2007 bevestigt dat een derde van de tekenbeten wordt opgelopen in de tuin en ruim een derde in de bossen. Leeftijd speelt een rol bij het oplopen van een tekenbeet. Het percentage met Borrelia geïnfecteerde teken in 2007 veel lager dan in 2006.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven op dinsdag 1 april 2008 door Wageningen UR

Vandaag publiceert Wageningen UR nieuwe onderzoeksresultaten over teken, tekenbeten en Borrelia infecties in Nederland. De registratie van tekenbeten in 2007 bevestigt dat een derde van de tekenbeten wordt opgelopen in de tuin en ruim een derde in de bossen. Leeftijd speelt een rol bij het oplopen van een tekenbeet. Het percentage met Borrelia geïnfecteerde teken in 2007 veel lager dan in 2006. De onderzoekers van Wageningen UR kunnen deze verschillen nog niet verklaren.

Alle tekenstadia. Van links naar rechts: larve, nimf, volwassen mannetje en vrouwtje; Foto: Fedor GassnerIn 2007 werden door bezoekers van www.natuurkalender.nl 1576 tekenbeten gemeld. In 2006 waren dit er 1861. De meeste meldingen kwamen in beide jaren uit Schouwen-Duiveland, Apeldoorn en Ede. Tekenbeten werden in 2007 net als in 2006 vooral opgelopen in bos (41% in 2006; 38% in 2007) en tuin (34% in 2006; 36% in 2007). Mensen tussen de 46 en 65 jaar oud gaven de meeste tekenbeten door (41% in 2006; 33% in 2007). Ouderen lopen het vaakst een tekenbeet op in de tuin, jongeren in het bos. Tuinieren en wandelen zijn daarbij de activiteiten waarbij tekenbeten het meest worden opgelopen. Maar ook tijdens het spelen worden veel tekenbeten opgelopen.

De recordhoge temperaturen in herfst 2006, winter 2006/2007 en lente 2007 hebben tot een duidelijke toename in het aantal actieve teken in die periode geleid. Het aantal met de Borrelia-bacterie besmette teken in Nederland varieerde in 2007 van nul tot dertien procent. In 2006 was dit nog 22 tot 29 procent. Beten van besmette teken kunnen bij mensen de ziekte van Lyme veroorzaken. De hoogte van de besmettingsgraad varieert zeer sterk van maand tot maand. Daarnaast blijken teken in verschillende gebieden verschillende combinaties van bacteriën bij zich te dragen. Dit kan betekenen dat er andere gastheren betrokken zijn bij de overdracht. De onderzoekers van Wageningen UR kunnen de grote verschillen in ruimte en tijd van de aantallen teken, de besmettingspercentages en de verschillen in bacteriële samenstelling nog niet verklaren.

De resultaten tonen het belang aan van meerjarige continue monitoring en analyse van tekendichtheden en infectiepercentages in relatie met plantensamenstelling, gastheren en het klimaat. Daarnaast is meer onderzoek naar en aandacht voor preventieve maatregelen belangrijk. In de week van de teek (vanaf 30 maart) zijn het RIVM, verschillende GGD’en en andere betrokken organisaties gestart met voorlichtingscampagnes.

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen