Nature Today

Verouderend Europese bos bereikt zijn grens aan de groei

19-AUG-2013 - De Europese bossen vertonen tekenen van ouderdom. Daardoor zijn ze veel minder dan enige decennia geleden in staat om koolzuurgas uit de atmosfeer op te nemen en zo het broeikaseffect te temperen. Om het tij te keren pleiten onderzoekers van Wageningen UR (University & Research centre) met internationale collega’s in het wetenschappelijke Nature Climate Change van 18 augustus voor een onderscheid tussen natuurbossen en productiebossen voor de bio-economie.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven op [publicatiedatum]

De Europese bossen vertonen tekenen van ouderdom. Daardoor zijn ze veel minder dan enige decennia geleden in staat om koolzuurgas uit de atmosfeer op te nemen en zo het broeikaseffect te temperen. Om het tij te keren pleiten onderzoekers van Wageningen UR (University & Research centre) met internationale collega’s in het wetenschappelijke Nature Climate Change van 18 augustus voor een onderscheid tussen natuurbossen en productiebossen voor de bio-economie.

Het onderzoeksteam onder leiding van Gert-Jan Nabuurs van Alterra Wageningen UR zag aan een drietal verschijnselen dat de opnamecapaciteit voor CO2 van de Europese bossen als geheel zijn grens heeft bereikt. De bomen worden minder snel dik, bosgebieden krijgen een andere bestemming en ook worden de bossen meer geteisterd door branden, stormen en plagen. Het team bracht de toestand van de Europese bossen in kaart. Het onderzochte areaal betreft bijna alle EU-landen met toevoeging van Noorwegen, Zwitserland en enige Balkanlanden, samen 29 landen.

Wkrzanska Wildernis, Polen (foto: M. Mich)

Diktegroei
In Europa werden na de Tweede Wereldoorlog veel bossen aangeplant zodat het bosareaal zich vergrootte. Tot circa 1980 waren daaronder veel productiebossen, die veel koolzuurgas vastleggen, omdat het management ervan is gericht op houtproductie. De groei werd in die jaren bovendien onbedoeld gestimuleerd door de uitstoot van stikstof (autoverkeer, landbouw) en een stijgend CO2-gehalte in de atmosfeer. De naoorlogse bomengeneratie bereikt nu de ‘pensioengerechtigde leeftijd’: nog altijd leggen de bossen netto (groei minus kap) koolstof vast, momenteel zo’n 362 miljoen ton CO2 per jaar. Bomen groeien in de eerste tientallen jaren van hun bestaan het hardst. Na zestig à zeventig jaar neemt de groeisnelheid af. “De groeisnelheid is nu over zijn piek heen”, aldus Gert-Jan Nabuurs.

Ontbossing
Ontbossing vindt ook plaats in Europa, hoewel er jaarlijks meer bos wordt bijgeplant. In de statistieken is de afname van het bosareaal door ontbossing vaak niet terug te vinden. Deze bedraagt circa 100.000 hectare per jaar. De aanplant van jonge boompjes (die nog weinig CO2 opnemen), was tot circa 2000 in Europa zo’n 700.000 hectare per jaar. Nu bedraagt die nog slechts 500.000 hectare per jaar, dus ook hier is een afnemende groei waarneembaar. De ontbossing voltrok zich vooral in Frankrijk, Spanje, Portugal en Finland. Het areaalverlies wordt onder meer veroorzaakt door stadsuitbreiding en de aanleg van infrastructuur. Daarnaast speelt in het zuiden ook droogte een rol, wat resulteert in bosafname. Per hectare verdwenen bos gaat gemiddeld 65 ton aan koolstof verloren, overigens naast veel biodiversiteit. De jaarlijkse koolstofaangroei van nieuw bos bedraagt slechts één tot twee ton.

Schade
Oude bossen zijn gevoeliger voor schade door stormen, brand en insectenvraat. Omdat de houtmassa de afgelopen zestig jaar bijna continu is toegenomen, is die voorraad inmiddels opgelopen tot 137 kubieke meter per hectare bos. In sommige landen is dit zelfs 250 kubieke meter per hectare (ofwel 25 liter per vierkante meter, zoals een 2,5 centimeter dikke houten vloer). “Die bossen zijn verzadigd”, zegt de Alterra-onderzoeker Nabuurs, “en daardoor gevoelig voor storm en insecten.” Elke vorm van schade vermindert daardoor gemakkelijk de koolstofvoorraad. Alleen al door bosbranden gaan jaarlijks een half miljoen hectare verloren en de frequentie waarmee ze optreden stijgt, met name rond de Middellandse Zee.

Bij de huidige manier van bosbeheer is de maximale opslagcapaciteit van de Europese bossen nu in zicht gekomen. “Wellicht zitten we dichter tegen het maximum aan dan we dachten”, aldus Gert-Jan Nabuurs. Om de functie van de bossen als zinkput voor kooldioxide uit de lucht te blijven benutten kan het beheer van de bossen op nationaal niveau worden bijgesteld. Zo zouden de bossen die primair een ecologische functie hebben, moeten worden onderscheiden van de snelgroeiende productiebossen, die veel CO2 vastleggen en vroegtijdig kaprijp zijn. Die bossen kunnen ook een stimulans vormen voor de bio-economie die is gebaseerd op grondstoffen uit hernieuwbare bronnen zoals bomen. Per land en bos zijn de beheersvormen anders. Daarom pleit het onderzoeksteam ervoor om in geval van nieuwe managementstrategieën niet alleen de koolstofvastlegging op te nemen, maar ook andere functies van het bos zoals ecosysteemdiensten (schoon water en lucht, watervoorraden, erosiebescherming) en goederen (hout, vruchten en paddenstoelen, wild enzovoort). De bossen moeten worden getaxeerd op al deze waarden, en hun relatie met de omgeving. Zo’n geïntegreerd landgebruik is noodzakelijk om tot een evenwicht te komen van functies, waaronder de koolstofvastlegging.

Bron: Persbericht Wageningen University
Foto: M. Mich, Wikipedia, GNU Free Documentation License

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen