Nature Today

Libellen gaan erop vooruit na venherstel in de Zuiderkempen

19-AUG-2014 - Natuurpunt zorgde voor venherstel in vier natuurgebieden in de Zuiderkempen, en daar profiteert ook de libellenpopulatie van. Uit onderzoek blijkt dat zeldzame libellensoorten die tot voor kort enkel in de Kempen voorkwamen nu ook in de Zuiderkempen en het Hageland opduiken.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Natuurpunt [land] op [publicatiedatum]

Natuurpunt zorgde voor venherstel in vier natuurgebieden in de Zuiderkempen, en daar profiteert ook de libellenpopulatie van. Uit onderzoek blijkt dat zeldzame libellensoorten die tot voor kort enkel in de Kempen voorkwamen nu ook in de Zuiderkempen en het Hageland opduiken. Het gaat om soorten zoals Tangpantserjuffer, Tengere pantserjuffer, Koraaljuffer, Bruine winterjuffer, Venwitsnuitlibel en Noordse witsnuitlibel. Zelfs de Europees bedreigde Gevlekte witsnuitlibel werd er waargenomen. Venherstel is een succes.

De voorbije tien jaar herstelde Natuurpunt vennen op verschillende plaatsen in het Hageland en de Zuiderkempen. Vennen zijn waterpartijen die typisch zijn voor heidegebieden. Ze worden gekenmerkt door (grotendeels) ondiep water dat snel opwarmt en ze kunnen deels of volledig uitdrogen. Vaak hebben ze geleidelijke oevers, en daardoor een goed ontwikkelde oevervegetatie. Ze bevatten matig tot zeer voedselarm en zuur water. In de waterpartijen is er van nature geen vis aanwezig doordat ze tijdelijk droog vallen en door hun zure karakter. Amfibieën en libellen gedijen er daarentegen erg goed.

Tijdens natuurherstelwerken aan het ven in Catselt in 2008 is het terrein kaal (Foto: Iris Verstuyft)  2 jaar later is de vegetatie op dezelfde plek al erg mooi ontwikkeld (Foto: Iris Verstuyft)

 

 

 

 

 

 

 

De vier gebieden waar Natuurpunt venherstel uitvoerde, zijn Catselt (Zichem), Dassenaarde (Molenstede, Diest), Molenheide (Langdorp, Aarschot) en Averbode Bos en Heide. In de drie eerstgenoemde gebieden werd telkens één ven hersteld. In Averbode Bos en Heide zijn in het kader van een Europees LIFE-project een twinigtal vennen hersteld, met een totale oppervlakte van bijna 30 ha bij hoog waterpeil. Op alle locaties waar venherstel plaatsvond, waren oorspronkelijk vennen aanwezig. Die werden in een ver verleden dicht geworpen en soms tot wel 80 cm opgehoogd met aarde.

Venherstel houdt in dat het perceel tot op het oorspronkelijk ven-niveau wordt afgegraven en de grond wordt verwijderd. Zo ontstaat er opnieuw een laagte waar water stagneert. Vanaf dan mag de natuur zijn gang gaan. Heel even ziet het gebied er kaal uit na de graafwerken, maar de natuur ontwikkelt zich er enorm snel weer. Al een jaar tot enkele jaren na de werken ontstaat er spontaan een zeer waardevolle vegetatie met tal van zeldzame water- en oeverplanten zoals Veelstengelige waterbies, Naaldwaterbies, Moeraswolfsklauw, Kleine zonnedauw, Pilvaren, Moerashertshooi, Vlottende bies, Duizendknoopfonteinkruid en Witbloemige waterranonkel. In Dassenaarde ontwikkelde er zich zelfs een grote populatie Koprus, een plantensoort die al lange tijd was uitgestorven in Vlaanderen (zie natuurbericht).

Het Hoornven in Averbode Bos en Heide voordat Natuurpunt beheerwerken startte (Foto: Luc Vervoort)Het Hoornven in Averbode Bos en Heide na de beheerwerken (Foto: Luc Vervoort)

 

 

 

 

 

 

 

 Ook de libellen koloniseren verbazingwekkend snel de nieuwe locaties. Enkele jaren na het venherstel zijn aan het ven in de Molenheide al 28 libellensoorten vastgesteld en in Catselt 30 soorten. In Averbode Bos en Heide werden zelfs 39 soorten waargenomen, maar daar is dan ook een zeer grote oppervlakte geschikt habitat gecreëerd. De Tangpantserjuffer, Tengere pantserjuffer en Koraaljuffer, drie soorten die opgenomen zijn in de Vlaamse Rode lijst van bedreigde libellen, doken aan elk onderzocht ven op. Dat zijn soorten die bij de publicatie van de meest recente libellenatlas in 2006 nog beperkt waren tot de Kempen, maar inmiddels hun areaal in Vlaanderen zuidwaarts hebben uitgebreid. Vooral het grootschalige venherstel in Averbode Bos en heide heeft de soorten een enorme boost gegeven. Van de Tengere pantserjuffer zijn duizenden exemplaren geteld in dat gebied, waardoor we kunnen stellen dat het als bronpopulatie gediend heeft voor herkolonisatie van grote delen van de Zuiderkempen, het Hageland, en zelfs verder zuidwaarts in de Leemstreek. We kunnen spreken van ‘het Averbode bos en Heide effect’.

De drie soorten witsnuitlibellen die in Vlaanderen voorkomen (alle drie Rode-lijstsoorten) werden allemaal aan hetzelfde ven in Catselt waargenomen, en dat is uitzonderlijk. Voor Noordse en Gevlekte witsnuitlibel waren dat meteen de eerste recente vindplaatsen voor Vlaams-Brabant, en voor Venwitsnuitlibel was het de tweede recente vindplaats.

Daarnaast werden in de gebieden vaak hoge aantallen geteld van meer algemene maar eveneens kenmerkende ven-soorten als Viervlek, Watersnuffel en Gewone pantserjuffer. Ten slotte zijn nog een aantal soorten aangetroffen die niet op de Rode lijst staan, maar ook niet zeer algemeen voorkomen in Vlaanderen, zoals de Gaffelwaterjuffer, Tengere grasjuffer en Zwervende pantserjuffer.

 De Tengere pantserjuffer is een van de soorten libellen die vroeger enkel in de Kempen voorkwam maar nu ook in het Hageland (Foto: Jorg Lambrechts)

Venherstel gaat dus razendsnel en is een succesverhaal, maar er zijn ook bedreigingen voor de herstelde vennen. De soms hoge aantallen exotische ganzen zorgen via hun uitwerpselen voor eutrofiëring (aanrijking met voedingsstoffen), waardoor de kenmerkende soorten van voedselarme milieus verdrongen worden. Exotische vissen, zoals zonnebaars, vreten het amfibieën- en libellenbroed op. Exotische waterplanten gaan dan weer woekeren en concurreren inheemse plantensoorten weg. Natuurpunt probeert om met een goed beheer van de natuurgebieden die bedreigingen te counteren.

Het onderzoek naar libellen werd uitgevoerd door Natuurpunt Studie in het kader van het project ‘Inventarisatie van heiderelicten in Vlaams-Brabant’, dat financieel ondersteund wordt door de Provincie Vlaams-Brabant. Tal van vrijwilligers die hun waarnemingen posten op www.waarnemingen.be, droegen eveneens bij. Het eindrapport, dat ook resultaten van onderzoek naar wilde bijen, dagvlinders, sprinkhanen en nachtvlinders bevat, is hier downloadbaar.

Tekst: Jorg Lambrechts, Natuurpunt Studie
Foto’s: Iris Verstuyft, Luc Vervoort, Jorg Lambrechts

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen