Ringslang van de Brunssummerheide. Dit dier is niet gegenotypeerd, maar vertoont duidelijke kenmerken van autochtone genen

Bedreiging inheemse ringslang door nauw verwante exoot

Stichting RAVON
5-MRT-2021 - De ringslang is in Nederland vermoedelijk de meest talrijke slangensoort. Als enige van de drie inheemse slangen leeft de ringslang ook buiten natuurgebieden en plaatselijk zelfs in tuinen en op woonerven. Onlangs kwam echter een serieuze bedreiging voor de soort aan het licht. In verschillende populaties is genetische vermenging tussen de inheemse en de oostelijke ringslang ontdekt.
Deel deze pagina

In Nederland komt van oorsprong de ringslang (Natrix helvetica) voor. In drie populaties is echter iets aparts aan de hand: tenminste een deel van de aanwezige ringslangen is daar gestreept. Zo’n strepenpatroon is niet bekend van onze ringslangen, maar komt wel voor in de oostelijke ringslang (Natrix natrix), met name in populaties op de Balkan (de ondersoort persa). Van twee populaties, Alphen aan den Rijn en Brunssummerheide, was een uitzethistorie bekend, maar niet van de derde populatie, de Krimpenerwaard.

Hybride ringslang (N. helvetica x N. natrix) uit Alphen aan den Rijn

Genetische vermenging

In 2019 zijn drie bovengenoemde populaties op basis van mitochondriaal DNA (een enkele genetische merker die uitsluitend via de moeder overerft) onderzocht. Hieruit bleek dat er inderdaad genetisch materiaal van de uitheemse oostelijke ringslang aanwezig is (maar niet van ondersoort persa). Omdat de Krimpenerwaard en Brunssummerheide dichtbij inheemse ringslangenpopulaties voorkomen, loert het gevaar van genetische vermenging met de inheemse ringslang. Om te weten te komen of de slangen met ‘vreemd’ mitochondriaal DNA pure exoten of hybriden waren, was echter nucleair DNA nodig (meerdere onafhankelijk overervende genetische merkers van zowel moeder als vader). Eind 2020 is dit onderzoek in samenwerking met het Senckenberg Museum of Zoology (Dresden, Duitsland) uitgevoerd. De resultaten zijn 15 februari 2021 gepubliceerd in het Salamandra journal en laten zien dat er in Alphen aan den Rijn en de Brunssummerheide sprake is van hybridisatie tussen inheemse en oostelijke ringslangen. In de Krimpenerwaard zijn alle onderzochte dieren zuivere exoten.

Inheemse ringslang (Natrix helvetica)

Inheemse ringslang bedreigd

Het feit dat exotische oostelijke ringslangen in de Nederlandse natuur leven is zorgelijk, met name omdat twee van de drie genoemde populaties dichtbij populaties van de inheemse ringslang leven. Het plaatsvinden van hybridisatie betekent dat onze inheemse ringslang een deel van zijn identiteit verliest en op den duur zelfs kan worden verdrongen door de exoot.

Ringslang van de Brunssummerheide. Dit dier is niet gegenotypeerd, maar vertoont duidelijke kenmerken van allochtone genen

Hoewel de populatie in Alphen aan den Rijn stabiel lijkt, is de oostelijke ringslang in de Krimpenerwaard de afgelopen decennia sterk uitgebreid. Hierdoor bestaat nu het gevaar dat exotische genen inheemse ringslangpopulaties bereiken. Zo is de laatstgenoemde populatie de provinciegrens met Utrecht al overgestoken en is het uiterst waarschijnlijk dat ook de Reeuwijkse ringslangpopulatie is of wordt bereikt.

Helaas weten we van de situatie op de Brunssummerheide (nog) minder, maar hybridisatie met de ringslangpopulatie in het Wormdal vindt mogelijk al plaats. Om de situatie goed in kaart te brengen, dient de verspreiding van het exotisch genetisch materiaal van de oostelijke ringslang te worden afgebakend. Dergelijke informatie is cruciaal om beleid en beheer af te kunnen stemmen.

Oostelijke ringslang (N. natrix) uit de Krimpenerwaard

Parallel met de Italiaanse kamsalamander

Er zijn paralellen met de introductie van de Italiaanse kamsalamander (Triturus carnifex) op de Veluwe. De Italiaanse kamsalamander verdringt de inheemse noordelijke kamsalamander (T. cristatus) en doordat de twee hybridiseren, zijn Italiaanse kamsalamandergenen omliggende kernpopulaties van de noordelijke kamsalamander ingesijpeld. Een wijze les uit de kamsalamandercasus is dat er zo snel mogelijk moet worden ingegrepen om te voorkomen dat de genetische integriteit van de inheemse soort over een groot gebied wordt aangetast – en dat ingrijpen steeds lastiger en kostbaarder wordt, hoe langer er afgewacht wordt.

Tekst: Richard Struijk, RAVON en Ben Wielstra, Institute of Biology Leiden, Leiden University & Naturalis Biodiversity Center
Foto's: Richard Struijk