scheefbloemwitje - primair

Het scheefbloemwitje is er weer

De Vlinderstichting
14-APR-2022 - In 2015 werd het scheefbloemwitje voor het eerst in ons land gezien en inmiddels is het al een wijd verbreide vlinder. De soort heeft drie generaties per jaar en de eerste daarvan verschijnt op dit moment. We zijn benieuwd of het scheefbloemwitje zich verder uitbreidt in Nederland en welke waardplanten hier gebruikt worden.
Deel deze pagina

Bij de vrouwtjes is de zwarte tekening vaak sterk ontwikkeldUit Duits onderzoek bleek dat de oorspronkelijke scheefbloemwitjes uit de Alpen en Zuid-Frankrijk voornamelijk scheefbloem gebruiken als waardplant. De vlinders die in Duitsland waren gevangen en die zich dus vanuit hun oorspronkelijke leefgebied verspreid hebben, legden hun eitjes juist echter op look zonder look en grote zandkool. De rupsen lijken hier dus minder kieskeurig te zijn en meer verschillende kruisbloemigen te kunnen gebruiken. In ons land zijn de meeste eitjes en rupsen wel op scheefbloem gevonden, maar dit kan komen doordat deze plant in veel tuinen staat en veel mensen met name die plant in de gaten houden. We zijn erg benieuwd of we dit jaar ook voortplanting op andere waardplanten dan scheefbloem kunnen vaststellen.

De waarnemingen van het scheefbloemwitje in 2021

Een mannetje van het scheefbloemwitje, wat minder sterk getekend dan het vrouwtjeDe herkenning van scheefbloemwitje is niet heel eenvoudig, want hij lijkt sterk op het klein koolwitje. Daarom is het goed om, als dat lukt, steeds een foto van de vlinder mee te sturen als je een waarneming doorgeeft via invoerportalen als Waarneming.nl of Telmee. In dit eerdere Nature Todaybericht vind je meer informatie over de herkenning. Het eitje van het scheefbloemwitje lijkt sprekend op dat van de andere koolwitjes, die ook zowel scheefbloem als look zonder look en grote zandkool als waardplant hebben. Alleen de vondst van een eitje zonder dat te hebben zien afzetten geeft dus geen betrouwbare informatie. De rups van het scheefbloemwitje is wel goed op naam te brengen omdat deze een zwarte kop heeft en het klein koolwitje een groene. Dat geldt echter alleen voor de eerste twee stadia. Na de derde vervelling is de kop ook groen en zijn ze niet meer van de rups van klein koolwitje te onderscheiden.

Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting
Kaart: NDFF