Natuurjournaal 11 juni 2026
Nature TodayBladwespen zijn in een larvaal stadium een soort rups, bastaardrups genoemd. Ze lijken sterk op een vlinderrups, maar je kan ze eenvoudig onderscheiden door naar de poten en de lichaamssegmenten te kijken. Een bladwesplarve heeft, direct achter de drie paar borstpoten, slechts één pootloos segment, waarna er een lange, ononderbroken rij van wel zes tot acht paar buikpoten volgt. Een vlinderrups heeft achter de drie paar borstpoten twee pootloze segmenten, gevolgd door maximaal vijf paar buikpoten. Bovendien heeft een vlinderrups altijd een zogeheten ‘naschuiver’: het laatste paar buikpoten, helemaal achter aan het lijf. De larven van bladwespen zitten vaak in rijtjes bij elkaar. Als er gevaar dreigt, gaan ze allemaal schokkerig ‘kwispelen’, wat belagers (hopelijk) afschrikt.

De Amerikaanse vogelkers wordt beschouwd als een invasieve exoot. Dat merk je aan de naam die bosbouwers en terreinbeheerders aan de plant hebben gegeven: bospest. Deze plant werd in 1740 naar Nederland gehaald als bodemverbeteraar en als zogenaamd vulhout in nieuwe bosbestanden. Maar het lijkt het erop dat Amerikaanse vogelkers ‘ingeburgerd’ raakt: de eerste paddenstoelen hebben hem gevonden. In dit geval gaat het om het vogelkersbladblaasje. De structuren die je op het blad ziet, zijn het werk van deze parasitaire schimmel, die blaarvormige vergroeiingen veroorzaakt. Soms verkleuren de bladeren mooi donkerrood. Als er eenmaal sporen zijn gevormd, valt het blad af. De inheemse vogelkers heeft trouwens geen last van de schimmel. Men zegt dat de Amerikaanse vogelkers over enkele tientallen jaren geen probleem meer zal vormen, omdat ze dan volledig in de Nederlandse natuur is opgenomen. We gaan het zien.
Tekst en beeld: Mike Hirschler, IVN Deventer (leadfoto: larven van de berkenbladwesp (Fenusa pumila))
