Natuurjournaal 20 juni 2026
Nature TodayDe jakobsvlinder of sint-jakobsvlinder is een nachtvlinder, maar dan een die overdag actief is. Een dagactieve nachtvlinder, dus. Vroeger kwam deze vlindersoort vooral in de duinen voor, denk aan jakobskruiskruid, maar omdat deze plantensoort tegenwoordig op veel meer plaatsen in Nederland voorkomt, is de vlinder gevolgd. De rupsen vind je vanaf juli. Ze verteren de voedzame stoffen uit het kruiskruid en slaan de giftige pyrrolizidine-alkaloïden in hun lichaam op. Zo worden ze zelf giftig. Ze adverteren hun oneetbaarheid met een opvallend gestreept lijf, waaraan ze de naam ‘zebrarups’ te danken hebben. Zo kunnen ze open en bloot op de plant zitten. Verwar de jakobsvlinder trouwens niet met de sint-jansvlinder, die ook in juni vliegt. Ze zijn geen familie. De jakobsvlinder is een spinnerbeer, de sint-jansvlinder familie van de bloeddrupjes.
De gewone zakdrager is ook een nachtvlinder, uit de familie van de zakdragers. Wat deze soort bijzonder maakt, is niet zozeer de volwassen vlinder, maar vooral de rups. De rups bouwt een kokervormig 'zakje' van zijde, grasdeeltjes, blaadjes en andere plantenresten. Dit zakje draagt hij voortdurend met zich mee. Alleen de kop en de voorste poten steken eruit wanneer hij zich verplaatst of eet. Bij gevaar trekt de rups zich volledig terug in zijn beschermende behuizing. Je kan ze echt overal aantreffen, op bomen, gras, zelfs op je eigen garagedeur (foto). Groter dan een centimeter of twee wordt het niet. Zelden vind je de vlinder zelf. Bij de gewone zakdrager zijn de vrouwtjes sterk aangepast aan het leven in hun zakje. Ze hebben nauwelijks ontwikkelde vleugels en verlaten hun beschermende behuizing meestal niet. De mannetjes daarentegen vliegen rond om een partner te vinden.
Tekst en beeld: Karen Bosma, Nature Today; Mike Hirschler, IVN Deventer
