Florabalans toont bedreigingen en successen van laagveenflora
BLWG, FLORON, Nederlandse Mycologische VerenigingOoit bestond twee derde van Nederland uit veenmoerassen; zowel het door grondwater gevoede laagveen als het door regenwater gevoede hoogveen. Tegenwoordig is daar nog slechts 10 procent van over, waarvan verreweg het grootste deel uit laagveen bestaat.
Veengrond ontstaat in natte, zuurstofloze omstandigheden. Dode plantenresten vergaan hier niet door de afwezigheid van zuurstof, en na duizenden jaren van opstapelende, niet vergaande plantenresten ontstaat een metersdikke laag veengrond die het vocht als een spons vasthoudt. Veengebieden herbergen een grote diversiteit aan biotopen en hebben ieder een eigen unieke flora. Goed ontwikkelde veengebieden met veel verschillende biotopen kunnen een heel grote biodiversiteit herbergen, waarvan je een deel in geen enkel ander type habitat tegenkomt.

Uitdagingen van veengebieden
Het grootste deel van de (voormalige) veengebieden is momenteel in gebruik als agrarisch of stedelijk gebied. Hier moet continu water weggepompt worden om de grond bruikbaar te houden voor agrarische doeleinden en om het urbane gebied droog te houden. Het gevolg hiervan is dat er zuurstof bij de veengrond komt en er afbraak van de grond plaatsvindt. Zo verdwijnt het veen beetje bij beetje en zakt de bodem in. Men noemt dit ook wel inklinking. Omdat water uit natuurgebieden wegsijpelt, door het steeds groter wordende hoogteverschil tussen natuurgebieden en het omliggende land, wordt gebiedsvreemd water de natuurgebieden ingepompt. Op deze manier wordt voorkomen dat deze gebieden uitdrogen en ook gaan inklinken. Dit gebiedsvreemde water is echter van aanzienlijk minder goede kwaliteit, als gevolg van de aanwezige voedingsstoffen en pesticiden. Dit heeft effect op de aanwezige flora. Ook stikstofdepositie zorgt voor verrijking en verruiging van de flora en blijft een continue reden van zorg.
Daarnaast vormen invasieve exoten een flinke uitdaging. Zwarte appelbes kan op het land inheemse soorten wegconcurreren met hun dominante aanwezigheid. Hetzelfde geldt in het water met Grote waternavel, Waterwaaier en Ongelijkbladig vederkruid. Amerikaanse rivierkreeften zijn wijdverspreid in laagveenmoerassen, waar ze de watervegetatie gedeeltelijk of geheel opvreten.
Ten slotte kunnen langdurige hitte en droogte als gevolg van klimaatverandering de verdroging in veengebieden verergeren en hiermee ook een serieuze stempel drukken op de flora.

Het gaat niet goed met de flora van onze laagveenmoerassen
De biodiversiteit van alle Nederlandse moerassen is tussen 1994 en 2017 sterk achteruitgegaan. Sinds 2017 is dit gestabiliseerd. In veel laagveenmoerassen zijn de waterplanten zo goed als verdwenen. Bovenstaande grafiek laat zien dat het grootste deel van 50 kenmerkende laagveenplantensoorten de afgelopen 50 jaar serieus achteruit is gegaan.

Opvallend positieve ontwikkelingen in de flora en fungi
Gelukkig gaat het met enkele bijzondere soorten opvallend goed. Habitatrichtlijn Groenknolorchis profiteert van beheer waarin pioniermilieus gecreëerd worden en is hierdoor in de lift. Geel schorpioenmos werd in 1996 herontdekt in Nederland. In de Meppelerdieplanden (Overijssel) is de grootste populatie van West-Europa van deze Habitatrichtlijnsoort. Ook in andere gebieden is deze soort toegenomen. Enkele bijzondere en zeldzame paddenstoelen, zoals Moerashoningzwam, Veenmosbundelzwam en Witte berkenboleet, komen voor in laagveenmoerassen. De eerste twee zijn karakterstiek voor veenmosrietlanden en de laatste voor goed ontwikkelde berkenbroekbossen

Blik op de toekomst
Er wordt gelukkig volop gewerkt aan instandhouding en herstel van het areaal laagveen in Nederland. Vernatting van laagveengebieden kan leiden tot een grote toename van de biodiversiteit. Ook kan het lokaal afplaggen van laagveenpercelen met een agrarisch verleden leiden tot snelle terugkeer van waardevolle laagveennatuur.
De toekomst van laagveenmoerassen in Nederland is door de combinatie van drukfactoren en verschillende belangen allesbehalve zeker. Er wordt door beheerders met man en macht gewerkt om ze in de best mogelijke staat te behouden, inclusief alle bijzondere soorten planten, paddenstoelen, mossen en korstmossen die dit bijzondere en rijke biotoop hun thuis noemen.
Meer informatie
- Lees de vierde Florabalans.
- De Florabalans is een gezamenlijke uitgave van FLORON, de Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) en de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV). Hierin wordt jaarlijks de kennis over de ontwikkelingen in de wilde flora in Nederland gedeeld. Zowel planten, mossen, korstmossen als paddenstoelen komen aan bod.
Tekst: Leonie Tijsma, FLORON; Henk-Jan van der Kolk, BLWG; Melchior van Tweel en Alfons Vaessen, NMV
Beeld: Rosalie Martens (leadfoto: bloemrijk grasland veengebied); Alfons Vaessen; NEM; Melchior van Tweel; FLORON, NMV & BLWG
