Lisdoddefranjehoed

Vondst Lisdoddefranjehoed met telelens gefotografeerd

Nederlandse Mycologische Vereniging
8-JUN-2022 - Op een overjarige lisdoddestengel midden in een duinplasje te Heemskerk zag Piet Brouwer van de Nederlandse Mycologische Vereniging een aantal bruine paddenstoeltjes. Te ver voor zijn camera, maar omdat hij een telelens mee had, en de nodige ervaring als fotograaf, kon hij er toch nog een aantal scherpe foto's van maken. Thuis achter zijn computer zag hij dat het de Lisdoddefranjehoed betrof!
Deel deze pagina

Variëteiten

Verspreidingskaartje LisdoddefranjehoedDe Lisdoddefranjehoed komt saprotroof voor op dode stengels van diverse hoge moerasplanten, vooral van Lisdodde (Typhae). Ze zijn te vinden in laagveenmoerassen, duinplassen, verrijkte vennen en sloten. Meestal komen ze hier net boven de waterspiegel voor, tenminste, als het waterpeil door de tegenwoordige droogteperiodes of stortregenkansen niet te erg zal zijn gestegen of gedaald.

Jammer dat Piet geen exemplaar van zijn vondst van de Lisdoddefranjehoed heeft kunnen bemachtigen. Er bestaan namelijk twee variëteiten van de Lisdoddefranjehoed (Psathyrella typhae, RL: Kwetsbaar). Om erachter te komen met welke variëteit hij te maken had, moet microscopisch onderzoek plaatsvinden. Behalve de variëteit 'Typhae', met viersporige basidiën met sporen van 9-11,5 x 5,5-7 micrometer, komt in ons land ook de zeer zeldzame tweesporige variëteit voor. Deze heeft sporen tot wel 15,5-20,0 x 5,5-7 micrometer. Tot nu toe is deze variëteit van slechts twee locaties uit Nederland bekend.

Verspreiding

Volgens het bestand van de NMV is de Lisdoddefranjehoed vrij zeldzaam, maar wel vrij algemeen in het laagveendistrict. Ze is ook vrij zeldzaam in het Wadden- en kalkrijke duindistrict en elders zeer zeldzaam. Waarschijnlijk is de paddenstoel wijder verbreid, maar het biotoop wordt vermoedelijk te weinig onderzocht.

Lisdoddefranjehoed

Franjehoeden

In Nederland komen 108 soorten franjehoeden (Psathyrella) voor en 25 variëteiten (forma's). De meeste soorten zijn klein, dunvlezig, fragiel en onopvallend vanwege hun ingetogen kleuren. De sporenprint is grijs-, purper- of roodbruin tot bijna zwart. De steel is glad of bedekt met vezeltjes en heeft zelden een ringetje. De franjehoeden zijn vernoemd naar de franje die vaak alleen op de hoedrand aanwezig is. Bij veel soorten is dit echter alleen in het eerste prille stadium te zien. De paddenstoelen verbleken sterk onder droge omstandigheden (hygrofaan). Franjehoeden leven van dood organisch materiaal in allerlei milieutypen. Al met al is het een groep van moeilijk uit elkaar te houden soorten. Nog niet zo lang geleden werden franjehoeden afgeschilderd als een duistere groep paddenstoelen, waar geen touw aan vast te knopen was. De man die daar verandering in heeft gebracht is dr. Kits van Waveren. Zijn magnifieke boek 'The Dutch, French and Britisch species of Psathyrella' uit 1985 bracht eindelijk duidelijkheid. Hoewel het inmiddels iets gedateerd is, wordt het nog steeds veelvuldig geraadpleegd.

Tekst: Martijn Oud, Nederlandse Mycologische Vereniging
Foto's: Piet Brouwer
Kaart: NDFF