Een mogelijke scène in Liang Bua, 70,000 jaar geleden. Een Flores reuzenmaraboe daagt een jonge komodovaraan uit voor het karkas van een kleine Stegodon. Andere reuzenmaraboes, gieren en mensachtigen kijken toe. Reconstructie door Gabriel Ugueto.

Duizenden jaren oude botten verklaren levenswijze van de gigantische reuzenmaraboe

Naturalis Biodiversity Center
16-JUL-2022 - Tot 50,000 jaar geleden vloog de gigantische reuzenmaraboe over de boomtoppen van het eiland Flores op zoek naar karkassen. Met een spanwijdte van vier meter en een stahoogte van bijna twee meter moeten ze een indrukwekkende verschijning zijn geweest. Onderzoekers hebben nu nieuwe inzichten over het leven van de Flores reuzenmaraboe en hoe deze verwant is aan andere reuzenmaraboes.
Deel deze pagina

De uitgestorven Flores reuzenmaraboe (Leptoptilus robustus) is ontdekt in 2010. Men dacht dat deze vleesetende vogel niet kon vliegen. Maar nu, twaalf jaar later, is daar verandering in gekomen door de vondst van meerdere reuzenmaraboebotten in de grot van Liang Bua. De kalksteengrot ligt op het Indonesische eiland Flores, waar ook de eerste botten van de Floresmens zijn ontdekt. De onderzoekers hebben dankzij de ontdekking van de extra maraboebotten nu een beter beeld over het leven van deze enorme aaseter.

Schaduwrijke oase

De Liang Bua grot op het eiland FloresIn de grot Liang Bua is een grote hoeveelheid botten gevonden van reuzenmaraboes, maar ook van komodovaranen, gieren en kleine mensachtigen. En van de grote herbivoor Stegodon florensis insularis, een soort dwergolifant. Onderzoekers vermoeden dat deze dieren hier bij elkaar kwamen omdat de grot regelmatig overstroomde en er poelen water achterbleven. Hierdoor ontstond er een koele en schaduwrijke oase. Dat is een mooie plek voor grote herbivoren om te drinken, maar ook perfect voor komodovaranen om hun prooien in de val te lokken. De onderzoekers denken dat de karkassen aaseters aantrokken. Flores reuzenmaraboes, maar ook gieren en mensachtigen waren regelmatige bezoekers van de grot. “Dit zou de grote hoeveelheid botten in de grot verklaren”, vertelt Hanneke Meijer van de Universiteit van Bergen, en gastonderzoeker bij Naturalis.

Een mogelijke scène in Liang Bua, 70,000 jaar geleden. Een Flores reuzenmaraboe daagt een jonge komodovaraan uit voor het karkas van een kleine Stegodon. Andere reuzenmaraboes, gieren en mensachtigen kijken toe

Verwanten van ver en dichtbij

Het team deed ook onderzoek naar de verwantschap tussen de Flores reuzenmaraboe en de andere soorten reuzenmaraboes. Zo komen de botten van de Flores reuzenmaraboe sterk overeen met een bot van een reuzenmaraboe dat op Java is gevonden, Leptoptilus titan. De wetenschappers vermoeden dat beide soorten afstammen van een reuzenmaraboe die in het Plioceen en Pleistoceen ver verspreid over Eurazië en Afrika voorkwam, namelijk Leptoptilus falconeri

Maraboe of reuzenmaraboe?

De ulna uit de Naturalis collectie. Alhoewel in 1982 werd gedacht dat deze van de Indische maraboe was, blijken de afmetingen overeen te komen met de Flores reuzenmaraboeTwee botten uit de Naturalis-collectie, een tibiotarsus en een ulna, hebben onverwachts bijgedragen aan het onderzoek. Deze botten zijn al aan het einde van de negentiende eeuw op Java gevonden door de Nederlandse arts en paleontoloog Eugène Dubois. Maar men wist men niet van welke soort maraboe de botten waren. In 1982 werden ze vervolgens door onderzoeker Peter Weesie, van de Universiteit van Utrecht, geïdentificeerd als botten van de nog levende Indische maraboe. Ze zouden dus niet van een uitgestorven soort zijn.

Hanneke Meijer heeft inmiddels de botten opnieuw onderzocht. “De afmetingen van deze botten komen sterk overeen met een Flores reuzenmaraboe. Mogelijk zijn deze botten dus afkomstig van de uitgestorven Flores reuzenmaraboe, of een nauwe verwant daarvan”, legt ze uit. “Het nieuwe onderzoek suggereert dat de Flores reuzenmaraboe waarschijnlijk nestelde in kolonies in de toppen van grote bomen in het gebied rond Liang Bua, en geeft dus een kijkje in de levenswijze van de gigantische ooievaar van 50.000 jaar terug.”

Meer informatie

Tekst: Hanneke Meijer, Universiteitsmuseum in Bergen, Noorwegen, en gastonderzoeker Naturalis Biodiversity Center
Foto’s: Gabriel Ugueto; Hanneke Meijer; Naturalis Biodiversity Center