Vier seizoenen in Tuin Brassica in Schalkwijk

Atlas Leefomgeving
6-SEP-2023 - De dagen worden korter, de ochtenden koeler en de eerste pompoenen worden geoogst. De herfst is begonnen, een mooi moment voor het festival Fête de la Nature afgelopen weekend. Atlas-medewerker Dieneke viert de natuur niet alleen in de herfst, maar het hele jaar door. Zij doet verslag in seizoenen van haar vrijwilligerswerk bij Tuin Brassica in Schalkwijk.

Dit weekend bezochten veel mensen natuurparken, bossen en tuinen om de natuur te vieren. Het natuurfestival Fête de la Nature wil mens en natuur verbinden. Ikzelf, Dieneke, ben tegenwoordig elke week in een natuurvriendelijke moestuin te vinden. Op 1 mei 2022 stap ik op een dinsdagochtend op de fiets naar Schalkwijk. Een RIVM-collega, Anne, heeft daar twee moestuinen. Eén aan de Griend in het dorp en de ander aan de Lekdijk. Elke dinsdagochtend helpt een groep vrijwilligers afwisselend in de ene of de andere moestuin. Ik heb nog geen idee of ik echt vrijwilliger wil worden en of het in mijn agenda zou passen. Maar na die eerste ochtend weet ik het al: ik blijf!

Het Nieuwe Land – moestuin aan de Lekdijk

De seizoenen bewuster meemaken

Ik heb sinds een jaar twee moestuinbakken op mijn balkon en ik heb geen idee wanneer je wat moet zaaien. Anne heeft al meer dan tien jaar ervaring – handig om van haar te leren dus. De tuin trekt me ook omdat ik graag buiten ben. Een welkome afwisseling op mijn kantoorwerk. Nu, ruim een jaar later, kijk ik terug op een mooi jaar. Ik maak de seizoenen veel bewuster mee – de cyclus van zaaien, planten en oogsten. Alles op zijn tijd. Het heeft mij goed gedaan: minder in mijn hoofd dankzij de wind in de haren en handen en voeten in de klei. Als wetenschapper weet ik uit diverse onderzoeken dat mensen zich beter gaan voelen als ze zich verbinden met de natuur. Maar het werkt dus echt!  

Moestuin aan de Griend, met linksonder de streekwinkel

Voorjaar 2022: onkruid trekken

Het voorjaar van 2022 is heel zonnig; een goede tijd om te beginnen als vrijwilliger. Mijn eerste ochtend ben ik bij de tuin aan de Griend. Annes opa Kool begon daar ooit met moestuinieren. De tuin heet niet voor niets ‘Tuin Brassica’. Brassica is het Latijnse woord voor Kool, de familienaam. Elly (Anne’s moeder) en Anne zetten de traditie voort. Ze verkopen nu precies tien jaar de opbrengsten in hun streekwinkel. En toevallig planten Elly en Anne witte kool op mijn eerste dag.
Ik begin met onkruid wieden: heermoes, brandnetels en paardenbloemen. In het voorjaar komt het meeste onkruid op. Ik vind het niet erg om te wieden, ik maak er mijn hoofd mee leeg. En je hebt eer van je werk – na afloop is het vak klaar voor de spinazie.
De andere vrijwilligers spreek ik bij de koffie. We zijn meestal met zes tot acht mensen. Er zitten ervaren tuiniers bij, maar ook beginners zoals ik. Vaak wisselen we ervaringen uit. De één doet een cursus duurzame landbouw, de ander studeert natuurgeneeskunde en weer een ander geeft buitenlessen aan kinderen. Genoeg gespreksstof dus!

 Anne en twee vrijwilligers op het Nieuwe Land in het vroege voorjaar

Voorjaar: tijd van zaaien

Een andere voorjaarsochtend op De Griend. Wat staat er op het takenlijstje vandaag? Zaaien in de plastic tunnel – dat lijkt me wel wat, want het regent. Er moet rucola, knolselderij, peterselie en selderij in. Elly haalt de stekjes peterselie bij haar thuis aan de overkant. “Twintig cent bij het tuincentrum – daar kunnen we niet tegenop kweken”, zegt ze. Voor de rest gebruiken we biologisch zaad. De zakjes zijn netjes geordend op zaaidatum. We leggen een hark in de lengte over de grond om een rechte lijn te maken. We nemen een handje zaad en verspreiden het met onze vingers over de lijn. Ik zet bijna mijn voet in het zaaibed. Oeps. Een beetje krap ook, met z’n drieën in de tunnel. Maar ik weet nu wel hoe ik zaaien moet.

Zomer 2022: een bloemen- en plantenzee

In de zomer staan beide tuinen er prachtig bij. Op de Griend groeien peultjes, sperziebonen, sla en tuinbonen. In de tunnel staat een flinke bos peterselie en ook de selderij doet het goed. Aan de randen groeien vrolijke goudsbloemen, Oost-Indische kers en paarse Phacelia. Bijen uit Annes kasten doen zich te goed aan het ‘Bijenbrood’; de Nederlandse naam voor Phacelia. En op het ‘Nieuwe Land’, zoals we de tweede moestuin noemen, staan Afrikaantjes, zonnebloemen, boekweit, uien en enorm veel courgette- en pompoenplanten.

Anne kocht het Nieuwe Land -zo groot als twee voetbalvelden- vorig jaar. Een boer ploegde een vak van veertig bij vijftig vierkante meter om voor het telen van groente. Nu staan er lange rijen vol groente. Het woord ‘moestuin’ doet het land eigenlijk te kort. Het gaat namelijk om een veel groter oppervlak dan in de meeste moestuinen. Dat betekent ook veel werk. Zo plantten we aan het begin van de zomer drieduizend preien! Anne had kleine preitjes besteld en op de dinsdagochtend plantten we er zo'n vierhonderd. Anne moest hard werken om later de rest de grond in te krijgen.

Een droge en warme zomer

Gelukkig overleefden de preien de droogte van vorig jaar. Anne is gestopt met water geven toen de planten sterk genoeg waren. Ze moest het water met gieters uit de sloot halen. Om vervolgens met aan elke hand een gieter naar de prei te lopen, tientallen keren. Lastig, zeker toen de sloot bijna droog stond. Inmiddels heeft ze twee waterreservoirs van duizend liter. Een handige knutselaar heeft ze gemaakt en vult ze bij.

Anne in de tunnel

Genoeg schaduwplekken

Bij warm weer zet vrijwilliger Ruud steevast een rieten hoedje op. Gelukkig zijn er ook schaduwplekken in beide moestuinen. Langs het Nieuwe Land staat een rij prettig ruisende populieren. Anne mag er verder geen bomen planten, om de zichtlijnen op de drie forten van de Hollandse Waterlinie te behouden. Het Nieuwe Land ligt tussen forten WKU (Werk aan de Korte Uitweg), Honswijk en Lunet aan de Snel. De monumenten en de bomen zie je op de kaart van Atlas Leefomgeving. Het is een prachtige plek. Ik kom er graag.

Het Nieuwe Land op de Bomen-kaart

Zomer 2022: Onkruid voor in de thee

TheemixJosje kwam bij de vrijwilligers na een praatje met Anne over de kruidentuin. Ze studeert natuurgeneeskunde. Ze kent dus veel planten en weet wat hun werking is. Met een mandje aan de arm en een kennersblik maakt ze een rondje in de tuin. Dan maakt ze verse kruidenthee voor ons. Aan de Griend komen we veel heermoes tegen, een plant met diepe wortels die overal opduikt. Maar, zo leer ik van Josje, van heermoes kun je ook thee zetten. Zo legt ze uit dat er twee soorten heermoes zijn. De ene soort, met zijtakjes als rokjes, kun je eten. Het is goed voor je botten, huid en haar. Maar de andere soort met zijtakjes op verschillende hoogtes is giftig. Goed opletten dus, als je ermee aan de slag gaat.

Josje wil wel een theemix samenstellen met kruiden én heermoes voor in de winkel. Anne vindt het een uitstekend idee. Ze loopt met Josje naar een bouwwerk van hout en glas op een zonnige plek. Het is gemaakt door een handige buurtgenoot om fruit te drogen. Ze doen er goudsbloemblaadjes, guldenroede, heermoes en vrouwenmantel in. Een week later zijn de kruiden droog en maakt Josje de kruidenmix, op gevoel en smaak. En de vrijdag erna zetten de eerste klanten hun kopje kruidenthee.

Appels plukken en walnoten rapen in het najaar

In het najaar staan we regelmatig op de ladder om appels en peren te plukken. De appelrassen hebben mooie namen zoals Ingrid Marie en Yellow Transparant. Er klinkt een plopje bij elke appel die ik in mijn emmer doe. Als we er niet bij komen, schudden we de tak totdat ze naar beneden vallen. Een lichte geur van gistend fruit in het gras. Eén keer per jaar komt er een appelpers naar Schalkwijk. Mensen uit de omgeving laden dan karren vol appels in de machine en gaan met pakken sap naar huis.

Vrijwilligers bij de appelbomen

Ik vind het nog leuker om rode bessen en bramen te plukken. De bramen zijn groot, donkerpaars en heerlijk zoet. Ik wil jam maken, maar het doosje dat ik meeneem is al leeg voor ik thuiskom. We halen dieprode bonen uit gedroogde peulen. Ik speur naar walnoten in het gras onder de boom naast de winkel. Ik vind een handjevol noten. De week erna liggen er veel meer noten. Ik raap ook rond de tweede notenboom, achter het kippenhok. Tevreden bekijk ik de opbrengst. Ik zie dat mijn handen een vreemde oranje kleur hebben gekregen. "Dat komt door het bruine vruchtvlees om de noot", roept Josje.

Bonenoogst 2022

Honderden kilo's pompoen

Op het Nieuwe Land sjouwen we met enorme pompoenen. Bij elkaar heeft Anne drieduizend kilo pompoenen geoogst, op de Griend en het Nieuwe Land. Bij een gewicht van twee kilo per pompoen, zou ze haar vijfenzeventig vaste klanten bijna een half jaar lang elke week een pompoen kunnen verkopen. Maar ze heeft vaak veel grotere exemplaren die ze in blokjes invriest. Later maakt ze er pompoensoep en -chutney van. Ze heeft een lekker recept voor soep met kerrie en gember, waarvan er heel wat liters over de toonbank gaan. In hergebruikte ‘Griekse Yoghurt’-emmertjes. De klanten brengen allerlei lege plastic verpakkingen mee. Fijn dat ze dan in elk geval een tweede keer gebruikt worden.

Oogst van pompoenen en zonnebloemen

Winter 2022/2023

Ook in de winter zijn er genoeg klussen, dus we blijven elke dinsdag komen. We bergen de netten op die over de bessenstruiken hingen. We snoeien de fruitbomen. Ik leer de kweepeer kennen: een gele grote peer met een harige buitenkant, die lastig te schillen is. Maar hij is lekker in mijn havermoutpap en Elly maakt er ook snoepjes van. Ook na de appelpersdag blijven we appels oogsten. We schillen ze voor appelmoes. Ze heeft ook wel eens appelstroop gemaakt, maar het indikken kostte úren en úren en uiteindelijk brandde het ook nog aan. Maar misschien is er een oplossing.

Appelstroopmachine

Bij de koffie schuift er een man aan. Hij is bioprocestechnoloog en weet wel hoe je appelstroop kan maken. “Ik kan een vat maken met daaraan een vacuümpomp. Omdat de druk dan wegvalt, daalt de benodigde temperatuur voor het indikken. Dan gaat het veel sneller”. “Moeten er dan stukjes appel in of sap?”, vraagt Anne. “Sap”, zegt de man. Anne rekent hardop. “Voor een pot stroop (400 milliliter) heb je 4 liter sap nodig. Appelsap kost 3 euro per liter. Dat wordt dan stroop voor 12 euro. Is dat wel rendabel?” De hamvraag: wat gaat de machine kosten? Daar gaat de man over nadenken. ”Het werkt sowieso”, zegt hij nog.

Tot mijn enkels in de modder

Sommige ochtenden stonden we tot onze enkels in de modder op het Nieuwe Land. Dapper gingen we in regenbroek en -jas het land op. Ik gebruikte een oud regenjasje van de kinderen. De mouwen waren wat kort, maar het is beter dan mijn winterjas. Daar kreeg ik de modder haast niet meer af. Na een paar meter lopen had ik enorme klonten klei aan mijn laarzen hangen. Met recht een work-out voor de benen zo. Ik hoop dat mijn oude laarzen het nog even volhouden. Het zand knarste in de ritsen toen ik ze aandeed. Met schop en steekmesje maakten we de grond weer vrij van enorme graspollen, zuring en dovenetel. Het schoot niet echt op, ik deed hooguit één vierkante meter. Toch vond ik het fijn om buiten te zijn geweest. Normaal blijf ik binnen op dit soort dagen.

De leukste klus? Vlierboesemlimonade maken

En zo is het eerste jaar als vrijwilliger voorbijgevlogen. Ik zaaide knolselderij in de lente, plukte rode bessen in de zomer en snoeide bomen in de winter. Tegelijkertijd leer ik dat niet altijd alles lukt. Slakken op de Griend aten de koolplantjes op. Anne: ”Ja, ook bij ons gaat wel eens iets mis”. Een geruststellende gedachte voor een amateur als ik.

Het leukste klusje? De witte schermen van vlierbloesems plukken. Balancerend op een trap reik ik naar de hoge takken. Als ik maar niet in de sloot val. Thuis doe ik de schermen in een grote pan, met veel suiker, water en citroensap. Ik laat het 48 uur staan en roer af en toe. Daarna gaat het mengsel door een theedoek om het te zeven. En dan heb je siroop! Mijn zoon staat verbaasd te kijken. Ik zie hem denken: “Kan je zelf limonade maken?” Ja dus, zie het recept onderaan.

Mijn bijdrage is klein, maar het resultaat is groots

Ik vond het fijn buiten bezig te zijn en zo mijn hoofd leeg te maken. En het geeft een goed gevoel om iets bij te dragen aan een duurzamere wereld. Samen met anderen die dit ook belangrijk vinden. We wijzen elkaar op een koekoek die opvliegt en bestuderen een blad met knalgele bolletjes. “Vlindereitjes!”, roept Jan. Iemand vertelt over het vogelnestje in de heg, ontdekt bij het snoeien. En het gevoel als ik over de Lekdijk fiets en de lange rijen groente, lupines en bonenstaken zie staan, is geweldig. Mijn bijdrage is klein, maar het resultaat is groots.

Dieneke op het Nieuwe Land

Kom ook langs!

Mail ons als je ook vrijwilliger wilt worden bij Tuin Brassica of als je af en toe mee kan helpen oogsten. Dan scharrel je bijvoorbeeld je eigen aardappels bij elkaar. Of koop verse groente, jam, sap of soep van Anne. Tip voor de herfst: maak een fietstocht over de Hollandse Waterlinie en bezoek beide moestuinen. Bij De Griend is de winkel op zaterdagochtend open. Het zelfbedieningskraampje aan de achterkant van het zwarte schuurtje is altijd open. Bij het Nieuwe Land staat een kraampje met pompoenen en andere oogst. Mocht je niet in de buurt wonen, kijk dan bijvoorbeeld eens bij Herenboeren. Daar kun je ook zelf je groente oogsten.

Anne's recept voor vlierbloesemsiroop

Vlierbloesemsiroop

Wat heb je nodig? 

  • Veertig tot vijftig schermen vlierbloesem
  • Vijftig gram citroenzuur of sap van drie citroenen
  • Twee kilogram suiker
  • Een liter water
  • Theelepel sulfietpoeder

Hoe maak je het?

  • Pluk de vlierbloesemschermen op een zonnige dag. Je hoeft ze niet te wassen.
  • Doe alle ingrediënten, behalve het sulfiet, in een grote pan.
  • Laat dit 48 uur staan en roer regelmatig.
  • Maak de flessen schoon in heet sodawater.
  • Spoel de flessen na met water waarin een theelepel sulfietpoeder is opgelost.
  • Zeef het mengsel met de schermen door een doek.
  • Giet de siroop met een trechter in de flessen. 

Meer lezen?

Tekst: Dieneke Schram-Bijkerk, Atlas Leefomgeving
Foto’s: Dieneke Schram-Bijkerk; Anne Hollander, Irene van Valen, Miriam Brummelkamp en Paul Bijkerk, Tuin Brassica