25 jaar Netwerk Ecologische Monitoring: paddenstoelen in bosecosystemen

Nederlandse Mycologische Vereniging
29-JUN-2024 - Paddenstoelen hebben een sleutelrol in het functioneren van bosecosystemen en ze vormen een groot deel van de biodiversiteit. Milieu- en klimaatveranderingen hebben invloed op het voorkomen en functioneren van deze paddenstoelen en daarmee ook op de vitaliteit van onze bossen. Omdat paddenstoelen snel reageren op veranderende omstandigheden, zijn zij goede indicatoren voor ecosysteemkwaliteit.

Paddenstoelen vervullen essentiële functies in terrestrische ecosystemen. Het is daarom van groot belang om te volgen hoe het met ze gaat in verschillende biotopen. Met name het voorkomen van paddenstoelen die in symbiose leven met bomen, de ectomycorrhizapaddenstoelen, geeft veel informatie over de toestand van bosecosystemen inclusief bodemprocessen. Maar ook saprotroof en parasitair levende soorten zijn indicatief voor bepaalde omstandigheden en bepaald beheer van onze bossen. Milieuveranderingen met een negatief effect, zoals stikstofdepositie, resulteren in eerste instantie veelal in een verminderde productie van hiervoor gevoelige paddenstoelen, en daarna in een afname van het mycelium, het netwerk aan schimmeldraden in de bodem. Het mechanisme hierachter wordt uitgelegd in dit natuurbericht. Door monitoring kan een verandering in een vroeg stadium opgemerkt worden.

Trends van 22 soorten saprotrofe grondbewoners, 28 soorten houtbewonende paddenstoelen en 66 soorten ectomycorrhizasoorten in bossen en lanen op zandgronden in de jaren 1994 tot en met 2021

Paddenstoelen in bossen en lanen op de zandgronden worden sinds 1998 gevolgd in het meetnet bospaddenstoelen, onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Het NEM meet structureel de natuur in Nederland door soorten uit allerlei soortgroepen te volgen en te kijken hoe het met ze gaat. Dit jaar viert het NEM het 25-jarig bestaan: al een kwart eeuw worden de trends en verspreiding in kaart gebracht, van vogels en zoogdieren tot paddenstoelen en vlinders.

In het meetnet bospaddenstoelen gaan vrijwilligers elk jaar tussen juli en december drie keer op pad om bepaalde soorten uit de verschillende functionele groepen te tellen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekent uit de verzamelde data verspreidingstrends die aangeven hoe het met deze soorten gaat. In bovenstaande figuur is te zien dat bij de groep ectomycorrhizapaddenstoelen (ECM) het verloop groter is dan bij de groep saprotrofe bodembewoners en houtafbrekers. Veel ECM-paddenstoelen zijn in de tweede helft van de 20e eeuw sterk achteruitgegaan onder invloed van de toenemende stikstofdepositie. Voor de eeuwwisseling zijn maatregelen genomen om deze terug te dringen. ECM-paddenstoelen lieten daarop enig herstel zien: het natte jaar 2000 liet voor het eerst sinds decennia een glimp zien van de rijkdom die ooit geweest is.

Vanaf het jaar 2010 stagneert het herstel en zien we weer een daling. De daling van de stikstofdepositie is gestopt en die van ammoniak zelfs weer wat toegenomen. Daarnaast speelt het toenemende aantal zeer droge en hete zomers een rol in de trends. Paddenstoelen hebben vocht nodig om vruchtlichamen te kunnen vormen en zullen bij ongunstige omstandigheden minder verschijnen of zelfs een jaar overslaan. Langjarige reeksen zijn daarom van groot belang om de trends van soorten en groepen soorten te kunnen bepalen.

Heksenschermpje (Mycena rosea) is een strooiselafbreker in loofbossen die positief reageert op vermesting en klimaatopwarming

De effecten van stikstofdepositie en klimaatverandering op ectomycorrhizapaddenstoelen en bosecosystemen kunnen niet geheel los van elkaar gezien worden. Onder invloed van stikstofdepositie verandert de nutriëntensamenstelling in de bodem en investeren bomen meer in de kruin en minder in de wortels. Afnemende ectomycorrhiza’s resulteren in verminderd vermogen tot nutriënten- en wateropname en bescherming tegen droogte. De resulterende onbalans in voedingsstoffen in de bomen leidt onder meer tot een dikke laag slecht afbreekbaar en waterafstotend bladstrooisel, waardoor regenwater moeilijker de bosbodem bereikt. Dit alles heeft tot gevolg dat bomen die ectomycorrhiza's vormen het moeilijker krijgen om droge periodes te overleven.

Een gedeeltelijk herstel is bij verder terugdringen van de stikstofdepositie te verwachten, maar omdat veel stikstof is opgehoopt in de bodem zullen nog lange tijd de effecten ervan doorwerken in het voorkomen van paddenstoelen en in het bosecosysteem. Voor effectiever herstel kunnen beheersmaatregelen noodzakelijk zijn.

Meer informatie

Tekst: Inge Somhorst, Nederlandse Mycologische Vereniging
Beeld: Henk Huijser (leadfoto: Hanenkam (Cantharellus cibarius) is één van de ectomycorrhizasoorten die gemonitord wordt. Ze is gevoelig voor vermesting en verzuring en indicatief voor een droge, zure, voedselarme zand- of leembodem met een dunne strooisellaag); CBS; Ronald Morsink