Gezoneerde stekelzwam - primair

Vooral stikstofgevoelige paddenstoelen gaan achteruit

Nederlandse Mycologische Vereniging, SoortenNL
4-APR-2022 - Stikstofgevoelige paddenstoelen nemen sinds een jaar of dertien weer in aantal af. De achteruitgang zette in de vorige eeuw in, maar werd vanaf 1994 onderbroken door een lichte toename. Na een stagnatie begin deze eeuw zet de daling door. Deze daling is sterk bij stikstofgevoelige soorten en nauwelijks aanwezig bij stikstoftolerante soorten. Dit blijkt uit tellingen van het Meetnet Paddenstoelen.
Deel deze pagina

Paddenstoelen reageren snel op veranderende omstandigheden. Dit geldt met name voor soorten die leven in symbiose met bomen (mycorrhiza-soorten), zoals vliegenzwam. Een mycorrhiza is een samenlevingsvorm van schimmels en planten via de wortels. De hoeveelheid stikstof in het milieu bepaalt in grote mate hoe goed of slecht het met dit type paddenstoelen gaat. Paddenstoelen zijn daardoor goede milieu-indicatoren en worden daarom elk jaar door een grote groep vrijwilligers geteld in het Paddenstoelenmeetnet Bossen binnen het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).

Gewoon varkensoor is een stikstofgevoelige soort, maar ook gevoelig voor droogte

De vorige analyse van de trends van de soorten van het Meetnet Bossen ging over de periode 1965 tot 2013. Vanaf de jaren 1960 steeg de stikstofbelasting op het milieu. Dit had zijn weerslag op met name de stikstofgevoelige paddenstoelen: die gingen als groep flink achteruit. Na 1994 werd de stikstofbelasting door diverse maatregelen minder. Vanaf die tijd ging de trend van de mycorrhiza-paddenstoelen juist weer omhoog. Nu is er opnieuw een trendanalyse gedaan, maar dan over de periode 1994 tot en met 2020. Hiermee kunnen we de meest recente ontwikkelingen van verschillende groepen paddenstoelen laten zien.

Figuur 1: trend van 66 mycorrhiza-soorten voor Nederland over de periode 1994 – 2020. De stippen geven de variatie per jaar weerVoor deze trendanalyse zijn 66 goed herkenbare soorten uit het NEM-Paddenstoelenmeetnet Bossen onderzocht op hun voorkomen op de pleistocene zandgronden. De gegevens zijn aangevuld met waarnemingen die zijn verzameld binnen het karteringsproject van de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV). Om het effect van het verloop in stikstofbelasting in de tijd op het voorkomen van paddenstoelen te kunnen onderzoeken zijn 36 mycorrhiza-soorten geclassificeerd als stikstofgevoelig en 11 soorten als stikstoftolerant. Per soort is daarna de trend berekend. De trends van de soorten per functionele groep zijn vervolgens (meetkundig) gemiddeld. De analyse is uitgevoerd door het CBS.

Bij mycorrhiza-soorten zien we, als we alleen kijken naar de jaren 1994 en 2020, een toename (figuur 1). Bekijken we echter de periode 2009 tot en met 2020 dan zien we een ander beeld, namelijk een afname. In een eerdere analyse schreven we de toename van de trend tot en met 2013 toe aan de afname van de stikstofbelasting. De trend over de meest recente twaalf jaar suggereert echter dat de toename sinds 1994 tot staan is gebracht. Na 2010 is er sprake van een lichte daling. Deze daling heeft wellicht twee oorzaken, die elkaar waarschijnlijk onderling versterken zoals we ook zien bij planten. Enerzijds weten we dat vanaf 2014 de depositie van met name ammoniak licht is toegenomen, wat een negatief effect heeft op mycorrhiza-soorten, maar aan de andere kant ligt het voor de hand dat de trend ook beïnvloed is door het toegenomen aantal droge jaren.

Figuur 2a: trend van 36 stikstofgevoelige mycorrhiza-soorten voor Nederland over de periode 1994 – 2020. Figuur 2b: trend van 11 stikstoftolerante mycorrhiza-soorten voor Nederland over de periode 1994 – 2020. De stippen geven de variatie per jaar weer

Bij de stikstofgevoelige mycorrhiza-soorten was de positieve trend sinds 1994 groter dan voor alle mycorrhiza-soorten (figuur 2a). Dit is vooral het gevolg van de daling van stikstofdepositie sinds 1990. Van de 36 soorten in deze groep zijn tussen 1994 en 2020 27 soorten toegenomen, geen soort is afgenomen en 9 soorten zijn stabiel. Na 2009 zien we echter een daling in de trend. In de recente periode zijn drie soorten toegenomen, acht zijn stabiel, 21 zijn afgenomen en vier zijn onzeker. De dalende trend van 2009 tot en met 2020, die we al zagen bij alle mycorrhiza-soorten, is bij deze groep sterker.

Parelamaniet is niet gevoelig voor stikstof en neemt toe

Bij de elf stikstoftolerante mycorrhiza-soorten vertonen in de periode 1994 tot en met 2020 vier soorten een toename, twee een afname en drie zijn stabiel (figuur 2b). De fluctuaties zijn duidelijk kleiner dan bij stikstofgevoelige soorten. Over de periode 1994 tot en met 2020 is de trend stabiel, terwijl in de periode 2009 tot en met 2020 sprake is van een afname. In de periode 2009 tot en met 2020 zijn drie soorten toegenomen, zes soorten afgenomen en twee onzeker. Bekijken we de trend dan zien we dat de er tot circa 2014 sprake is van een lichte toename, terwijl er daarna een lichte daling optreedt, die aan het eind van de periode weer ombuigt in een lichte stijging. De nog steeds hoge stikstofdepositie in Nederland draagt er blijkbaar aan bij dat deze groep soorten over het algemeen een redelijk stabiel beeld laat zien.

Sluipmoordenaar Stikstof

De hoge stikstofdepositie is, naast een juridisch en een beleidsmatig probleem, ook echt een probleem voor de natuur. Stikstof is de grootste drukfactor voor de natuur en de effecten ervan zijn zichtbaar in nagenoeg alle soortgroepen en in bijna alle natuurgebieden. Om dat in beeld te brengen maakt SoortenNL de reeks Sluipmoordenaar Stikstof waarin niet puur juridisch of beleidsmatig, maar vanuit de soorten gekeken wordt naar de invloed die stikstof heeft op de natuur. Die is – spoiler alert – enorm.

In de trends van mycorrhiza-soorten zijn ook duidelijke regionale verschillen te zien. Uit de eerste analyse was al gebleken dat mycorrhiza-soorten in het zuiden veel sterker achteruitgegaan waren dan in het noorden. Na een aanvankelijke sterke toename in het noorden is daar de achteruitgang nu relatief het sterkst, terwijl de trend in het zuiden stabiel is. Het midden van het land neemt een tussenpositie in. Het lijkt erop dat door de aanhoudend hoge stikstofdepositie de ontwikkeling in het zuiden nog steeds achterblijft bij de rest van Nederland. Deze trendanalyse heeft een aantal zaken duidelijk aan het licht gebracht. De belangrijkste conclusie is dat voor de mycorrhiza-soorten de toename in de trend sinds 1994 in de afgelopen jaren is gestopt en verandert in een daling. Deze daling is het sterkst bij stikstofgevoelige soorten en nauwelijks aanwezig bij stikstoftolerante soorten. De over het algemeen licht dalende trend vanaf 2012 is deels toe te schrijven aan de stagnerende afname van stikstof, waar veel paddenstoelen gevoelig voor zijn. De trend wordt echter ook negatief beïnvloed door de extreem droge jaren 2016 en 2018. Deze vertekenen waarschijnlijk de onderliggende trend. In hoeverre klimaatverandering een rol gaat spelen binnen de trends voor bospaddenstoelen zal in de toekomst wellicht duidelijk worden.

Meer informatie

  • In het tijdschrift Coolia van de Nederlandse Mycologische Vereniging is recent een uitgebreid artikel (pdf; 11 MB) aan deze trendanalyse gewijd.

Tekst: Alfons Vaessen, Machiel Noordeloos, Peter Eenshuistra, Nederlandse Mycologische Vereniging
Foto’s: Alfons Vaessen (leadfoto: stekelzwammen, zoals de gezoneerde stekelzwam, zijn gevoelig voor stikstof. De gezoneerde stekelzwam neemt na een aanvankelijke toename weer af)