Wetlands zoals de Weerribben spelen Europees gezien een cruciale rol voor bijvoorbeeld trekvogels en vissen.

Veerkrachtiger Weerribben: voor de biodiversiteit en tegen overstromingen

Staatsbosbeheer
4-FEB-2026 - Witte rietkragen, sponzige veenmossen en ottersporen op het dunne laagje ijs. Terwijl de natuur stil is in de winterse Weerribben, wordt er hard gewerkt om dit Natura 2000-gebied veerkrachtiger te maken. Staatsbosbeheer-boswachter Egbert Beens: “We vergroten de moerassen en zorgen voor verbinding tussen de verschillende gebieden. Dat is goed voor de otter, de grote vuurvlinder en andere soorten."

Het waterrijke Nederland heeft in totaal ruim een miljoen hectare aan wetlands, zoals moerassen, vennen en veen- of plasgebieden. Voorbeelden hiervan zijn de Waddenzee, het IJsselmeergebied, de Biesbosch en de Weerribben. Dit maakt dat Nederland Europees gezien een cruciale rol speelt voor onder andere trekvogels en vissen. Wetlands zijn niet alleen van groot belang voor de biodiversiteit, ze zijn ook essentieel in het opvangen van klimaatverandering. Ze kunnen veel water vasthouden en helpen door deze sponswerking overstromingen of droogte tegen te gaan. Daarnaast filteren en zuiveren ze het water. Tenslotte slaan ze veel kooldioxide op.

Grote delen van de rietlanden zijn alleen per boot bereikbaar

Riet maaien

Egbert stuurt zijn boot door de trekgaten van de Weerribben, waarbij kleine ijsschotsen tegen de bodem bonken. Grote delen van de rietlanden zijn alleen per boot te bereiken. Her en der is een pachter bezig met het maaien van riet. Egbert: “Dat gebeurt in deze tijd van het jaar. Door het riet te maaien krijgen zeldzame planten, zoals veenmossen en zonnedauw, meer ruimte en licht. Het voorkomt dat het gebied dichtgroeit en verandert in een moerasbos. Niet al het riet wordt gemaaid, want sommige vogelsoorten hebben juist overjarig riet nodig.”

Verderop loopt Egbert over een stuk trilveen, dat op en neer golft onder zijn gewicht. “Dit wil je hier hebben”, zegt hij. “De trilvenen, met veel veenmossen, vormen een soort mat over het water. Het is een van de fases van de van verlanding van moerassen.” Om de sponswerking te demonstreren, knijpt hij een grote hoeveelheid water uit een stuk veenmos. “Deze sponzen zorgen ervoor dat moerasgebieden heel veel water kunnen opslaan. En omdat die veenmossen deels onder water staan, komt er weinig zuurstof bij, waardoor ze niet oxideren en veel kooldioxide opslaan.”

Door hun sponswerking slaan veenmossen veel water op

Geleidelijke verlanding

De geleidelijke verlanding van open water, via moerasplanten en veenmossen naar moerasbossen, zorgt voor de grote biodiversiteit. Bij iedere fase horen weer andere planten- en diersoorten. Vroeger zorgde de natuurlijke waterdynamiek ervoor dat deze fasen elkaar opvolgden. Overstromingen zetten moerasbossen onder water, waardoor het proces opnieuw begon. Omdat Nederland die dynamiek eruit heeft gehaald, is die cyclus doorbroken en verlandt het uiteindelijk allemaal. Onder invloed van een teveel aan stikstof gaat dat nog sneller. Door bomen weg te halen en grond af te graven, ontstaat weer open water waarin waterplanten, zoals krabbescheer, riet en veenmossen, weer langzaam de verlanding op gang brengen. Op die manier werkt Staatsbosbeheer al jaren aan de aan de uitbreiding van en de verbindingen tussen de moerasgebieden. Dat doen we in opdracht van de provincie Overijssel en in samenwerking met onder meer Natuurmonumenten.

Een deel dat wordt aangepakt is de Kooi van Pen. Egbert: “Hier zijn in de afgelopen decennia grote delen van voormalige trekgaten dichtgegroeid. Het moerasbos dat is ontstaan is het eindstadium van het verlandingsproces. Daardoor veranderen moerasgebieden langs natuurlijke weg in land met veel minder diversiteit. Door dat proces terug te zetten, dragen we bij aan het herstel van deze waardevolle natuur. Dat doen we door meer open water te creëren en de tussenliggende stroken land – de ribben – te herstellen. Zo kan hier op termijn weer nieuw trilveen ontstaan.”

Egbert kijkt uit over het water. “Hier zag ik een paar weken geleden nog een otter zwemmen. Er zitten in dit gebied zo’n dertig otters. Ik heb ze al meerdere keren gezien, maar het blijft een geweldige ervaring. Ook vogels als de grote karekiet, de zeearend en de visarend hebben dit gebied alweer ontdekt. Ze hebben er nog niet gebroed, maar dat duurt hopelijk niet lang meer.”

Egbert Beens in het gebied waar hij otters zag zwemmen

Bomen verwijderen

Op een ander deel, in de Noordmanen, zijn de werkzaamheden het afgelopen najaar gestart. “Dit was deels agrarisch gebied, hier en daar staan moerasbossen. Na ruilverkaveling is het jaren geleden in beheer gekomen bij Staatsbosbeheer, maar nooit ingericht voor natuur. Nu zijn we bezig met het verwijderen van de bomen. Dat is geen fraai gezicht. Maar als je bedenkt wat we hiervoor terugkrijgen, dan is het dat waard. Blauwgraslanden, veenmosrietlanden, rietmoeras en open water. Het wordt prachtig.”

Verbinding tussen Weerribben en Wieden

Het mooie van dit deel is dat het niet alleen de biodiversiteit ter plekke gaat stimuleren, maar dat het ook een verbinding vormt tussen de Weerribben en de Wieden. “Veel vogels kunnen een afstand tussen gebieden wel overbruggen, maar veel insecten kunnen dat niet. Zoals de grote vuurvlinder. Die komt nog maar op twee plekken in Nederland voor, waaronder de Weerribben. Door hun leefgebied te vergroten, krijgen grote vuurvlinders meer kans. Datzelfde geldt voor de talloze libellensoorten die hier leven.”

Op deze manier blijft het diverse landschap, met de bijbehorende biodiversiteit, van het Weerribbengebied behouden en wordt het veerkrachtiger. Met voldoende open water, rietlanden, graslanden en moerasbossen, waar veel zeldzame soorten zich thuis voelen. Na tientallen jaren zullen de trekgaten opnieuw verlanden en zich uiteindelijk weer ontwikkelen tot veen en bos. In de tussentijd is dan weer op andere plekken open water gemaakt. Het is een proces dat zich nog jaren voortzet.

Tekst en beeld: Staatsbosbeheer