Volop voedsel voor tuinvogels in botanische tuin
Hortus botanicus LeidenVogelbescherming Nederland organiseerde in het laatste weekend van januari voor de 23e keer de Nationale Tuinvogeltelling. Gedurende een half uur noteer je alle aanwezige vogels in je tuin. Overvliegende vogels tellen niet mee. De Leidse Hortus deed dit jaar voor het eerst mee. Op zaterdag 31 januari werd om half elf in twee groepen gestart met tellen onder leiding van IVN-vogelgids Dick de Vos. Waarnemingen werden in een appgroep gedeeld.

Het was druilerig weer, windstil, en negen graden. In totaal werden tijdens de tuinvogeltelling meer dan 135.000 tellingen ingestuurd. Wij telden in de Leidse Hortus in drie rondes van een half uur in totaal 24 vogelsoorten.

Stadsvogels uit historische kern goed vertegenwoordigd
Twee derde van de top 25 meest gemelde soorten in Nederland zagen we ook in de Leidse Hortus. Van de 19 vogelsoorten typisch voor oude binnensteden zagen we er 11. Niet waargenomen stadsvogels, zoals gierzwaluw en kleine mantelmeeuw, waren nog aan het overwinteren. Huismus werd vroeg in de ochtend gehoord in de Clusiustuin, maar was tijdens de tuinvogeltelling niet aanwezig. Ook kokmeeuw, stadsduif, spreeuw en winterkoning lieten zich tijdens deze tuinvogeltelling niet zien.
Holenbroeders meest talrijk
Grote bonte specht, halsbandparkiet, kauw, kool- en pimpelmees werden vrijwel allemaal gezien in groepen van ten minste twee individuen. Deze soorten broeden jaarlijks in de Leidse Hortus in holtes in monumentale bomen of nestkastjes.


Moeras- en watervogels meest divers
Aan de rand van de amfibieënvijver joeg een blauwe reiger op overwinterende kikkers. En langs de oevers van de Witte Singel doken fuut, meerkoet, waterhoen en wilde eend naar waterplanten en -fauna. Twee jaar geleden is langs de Witte Singel een ijsvogelwand aangelegd. Afgelopen zomer is er met succes in gebroed. Bij zonsopkomst en -ondergang zijn ijsvogels vaak in de Leidse Hortus te zien, maar helaas niet tijdens deze tuinvogeltelling.

Mix aan vogels uit bos, boerenland en stad
In de monumentale Tulpenboom (Liriodendron tulipifera) zaten Turkse tortels te koeren. Een boomkruiper joeg op spinnetjes tussen mos en muurvarentjes op de kademuur langs de 5e Binnenvestgracht. Gaaien en kauwen zochten naar eikels onder de monumentale Eikenbomen. In de Wollige sneeuwbal (Viburnum lantana) zat een heggenmus te zingen. Merels smulden van nog aan de takken hangende vruchten van onze Vaantjesboom (Davidia involucrata), onder toeziend oog van een roodborst op de nok van het tuinhuis.


Een groep staartmezen zocht naar insecten op de Tartaarse kamperfoelie (Lonicera tatarica). In het Venijnbomenbosje (Taxus baccata) tegenover de Oranjerie zochten goudhaan, halsbandparkiet, houtduif en vink beschutting tegen de regen. En soorten die volgens de Vogelatlas van Nederland typisch zijn voor ons boerenland, zoals ekster en zwarte kraai, gebruikten dit bosje als uitvalsbasis om het Rosarium in te vliegen om rozenbottels van de takken te trekken. Twee tjiftjafs joegen daar op insecten, verscholen onder het rozenblad.

Kustvogel verandert in stadsvogel
In de jaren zeventig van de vorige eeuw verdween de zilvermeeuw als broedvogel uit de duinen door de komst van de vos. Tegenwoordig wordt op ‘vosveilige’ stadsdaken gebroed. In de Leidse Hortus woont jaarrond een paartje zilvermeeuwen. Dick de Vos zag het mannetje op de kade van de halfronde vijver een rivierkreeft naar binnen schrokken. Andere tellers zagen het vrouwtje ‘wormen trappelen’ in het gras rond de systeemtuin.


Pindaslinger en vetbol overbodig
In de afgelopen vier eeuwen is in de Leidse Hortus een enorme diversiteit aan bomen en struiken geplant. Jaarrond hangen er rijpe vruchten aan de takken. De bodem zit vol fijn vertakte boomwortels en dode plantenresten en wordt in de zomer beregend. Sinds 2020 wordt niet meer met pesticiden gewerkt. En een grote groep vrijwilligers helpt ons in het najaar met het verspreiden van het afgevallen blad over de plantbedden. Hierin overwinteren talloze insecten, wormen en slakken. Het resultaat is een overvloed aan eten voor tuinvogels.
Tekst: Barbara Gravendeel, Hortus botanicus Leiden
Beeld: Rogier van Vugt; Arian Jacobs-Brouwer; Rob Floor; Jan Meijvogel; Dick de Vos
