Kuilen in het zand bij Oostvoorne.

Mysterie in de modder - wie maakt de kuilen op het strand?

ARK Rewilding Nederland
9-AUG-2026 - Wanneer het zeewater zich terugtrekt langs de kust bij Voorne aan Zee, verschijnt een maanlandschap van hobbels en kuilen. Wie maakten deze kuilen die werden ontdekt bij een zeegras-zoektocht? Waren het roggen, zoals het team Noordzee van ARK Rewilding Nederland hoopte?

Ondiepe, gelijkgevormde kuilen in het droogvallende strand bij Oostvoorne springen in het oog bij een zomerse zoektocht naar zeegras door het Noordzeeteam van ARK. Spannend. Wat zijn dat voor kuilen? Wie maakte ze? De ontdekkers raadpleegden experts en over de maanden tekende zich een hypothese over foeragerende pijlstaartroggen af. Maar leven deze roggen wel in de Voordelta? Zijn zij daadwerkelijk de makers van de mysterieuze kuilen? En zijn ze op heterdaad te betrappen? Belle Swanenberg en Tom Knols, masterstudenten Biologie aan de Wageningen Universiteit, gingen dit voorjaar vol overgave op zoek naar de antwoorden.

Het Oostvoornse strand vol kuilen

Zeecluedo

Belle mat 182 kuilen op. De vormen en afmetingenen van de kuilen, en hoe die veranderen na verloop van tijd, zijn belangrijk voor het uitsluiten van hun potentiële makers. Ook nam ze de zandkleur en de scherpte van de rand onder de loep. Het vertelt haar iets over de ‘versheid’ van de kuilen. Als laatste bestudeerde ze de zandophopingen naast de kuilen. De manier waarop het zand uit de kuilen is gegraven, geeft mogelijk iets weg over hun makers. Belle: “Als het een rog zou zijn, zou hij het uitblazen met de mond, kieuwen en daarna de vinnen. En daarmee zouden dus twee hopen ontstaan aan de achterkant van de kuil. Maar ik vond kuilen met hoopjes aan de voorkant, kuilen met twee hoopjes aan de achterkant, met twee hoopjes aan de voorkant... We hebben alle varianten gevonden, dus ik kon het niet relateren aan één dier.”

Belle Swanenberg mat in totaal 182 kuilen op bij Oostvoorne, en onderzocht de afmetingen, vorm, zandkleur en de zandophopingen eromheen

Nieuwsgierige bezoekers

Om ‘de daders’ in beeld te krijgen, speurde het duo met een drone het gebied af. Ze zetten samen cameravallen uit onder water met strandkrabben en ansjovis als aas, en bestudeerden daarna 26 uur aan beeldmateriaal. Tom: “Het voelde echt als cluedo voor mij. Wie heeft het gedaan? Het sprankje hoop bleef er telkens: misschien gaat er nu wel een pijlstaartrog voorbijkomen...”

Om dit object in te laden dien je marketing-cookies te accepteren.

De krabben blijven Tom bij. “Hun schilden zaten onder de zeepokken. We zagen ze telkens op de baitcams afkomen, maar konden niet goed zien wat ze daar deden. Na een poosje viel het kwartje: die krabben zaten gewoon… te krabben. Ze leken wel jeuk te hebben en de baitcams te gebruiken om ze zeepokken eraf te schuren. Dat was wel heel komisch, daar hebben we echt om gelachen.” (Bron: ARK Rewilding Nederland)

Om dit object in te laden dien je marketing-cookies te accepteren.

Belle vond het meeste plezier in het ontwaren van vage schimmen in het troebel water: “Negentig procent was waarschijnlijk zeesla.” Eén keer dacht het stel echt kans te maken. Belle: “Er zat zo’n grote schim op de achtergrond. Dit móeten we kunnen achterhalen, dachten we. We hebben de clip wel 36 keer teruggespoeld. Hadden we de video nou maar twee seconden langer laten draaien. Toen kwam hij gewoon voorbij: een zeehond.” (Bron: ARK Rewilding Nederland)

Tom: “Bij het bestuderen van de beelden kan van alles wat je wel óf niet verwacht voorbijkomen. We hebben superveel gezien! Grondels, garnalen, harders, zeebaars. Maar wat ik het leukste vond, was de spanning ervan. Dat bleef het tot de laatste minuut!” Maar hoe leuk het bekijken van de onderwaterbeelden ook was, de pijlstaartroggen of andere kuilenmakers lieten zich niet op beeld vangen.

(G)een enkel spoor

In een nieuwe poging om de kuilgravers te vinden, gingen Belle en Tom over op een andere methode: ‘eDNA-onderzoek’. De ‘e’ staat daarin voor ‘environmental’, oftewel: in de omgeving worden stukjes DNA opgespoord die dieren door aanraking, het verlies van stukjes huid en via poep achterlaten. Door het water en sediment in de kuilen te onderzoeken, hoopte het team toch nog sporen van pijlstaartroggen of een andere aanwijzing te vinden. Het duo stuurde twintig water- en sedimentmonsters naar het lab en wachte ongeduldig af.  Tom: “Ik zat mezelf echt dagenlang op te vreten. Laat die roggen in het e-DNA zitten!”

Tom Knols aan de slag met water- en sedimentmonsters voor eDNA-onderzoek

Op een donderdagochtend kwam de email eindelijk binnen: geen pijlstaartrog. Tom: “Ik baalde echt enorm! De rest van die ochtend zat ik er echt wel een beetje doorheen, dat kan ik wel eerlijk zeggen. En ik voelde: ik heb nog maar een paar dagen om een logische verklaring voor die kuilen te zoeken.”

Laatste poging

Zonder sluitend bewijs uit het veld, zoomde Belle nog eens flink uit. Ze hield de kuilen van verschillende bekende kuilenmakers in de Noordzee naast elkaar. Niet alleen roggen, maar ook platvissen, krabben, bergeenden en mensen maken ze. Alleen krabben maken veel kleinere kuilen, en de kuilen van de platvissen krijgen de vorm van het dier zelf, dus die vallen al gauw weer af. Langs de kust vindt regelmatig ‘pierensteken’ plaats. Een praktijk waarbij wormen of zagen met spitvorken of rieken worden opgegraven om te gebruiken als aas. Ook dat laat ronde kuilen achter. Daarom observeerden Belle en Tom in hun onderzoek ook mensen, maar in al hun uren op het strand van Oostvoorne zagen ze geen enkele pierensteker.

Een kuil in het zand bij Oostvoorne

In de laatste dagen voor de deadline van het onderzoek, waagde Tom nog eens een poging in de literatuur. “Zo kwam ik op de meest vage website terecht. Het ging over ‘pit identification on mud flats’, met plaatjes erbij. Het leek niets te zijn, maar toen zag ik ineens ‘bird trampling’ staan. En toen dacht ik terug aan Wim.”

Belle: “Wim hadden we ontmoet op onze eerste dag in Oostvoorne. Een gepensioneerde man die vaak op dat strand komt en vrijwilligerswerk doet voor de lokale werkgroep. Hij is daar heel vaak, dus hij heeft veel verstand van die plek. Hij zei: zijn dat niet gewoon kuilen van bergeenden? Maar wij hadden de bergeenden geobserveerd en ze geen enkele aanstalten zien maken om te trappelen, dus wij dachten van niet.”

Mysterie ontrafeld?

Toen Tom verder klikte op ‘bird trampling’, verscheen daar een batterij aan foto’s. Tom: “Ze leken enorm op wat wij hadden gezien. Ik dacht: holy moly! Zou dit het dan tóch zijn? Er stond ‘bergeend’ bij. Met deze zoektermen bij elkaar vond ik dan toch één wetenschappelijk paper waarin het gedrag werd beschreven. Het voelde als een eurekamoment!”

“Alle emoties gingen door me heen”, vertelt hij verder. “Ik was blij omdat we mogelijk een verklaring hadden, en verdrietig omdat voor mijn gevoel de roggen toch een beetje uit het oog begonnen te verdwijnen. Ik neig nu wel naar de bergeenden als prime suspect. Het is een mooie hypothese waarop ARK verder kan bouwen.”

Belle: “Maar daar staan wij verschillend in. Want inderdaad: de foto’s lijken erop. Maar foto’s van roggenkuilen lijken er ook op. Uit mijn vergelijking kun je niet concluderen dat het een van de twee is. Als je puur kijkt naar de karakteristieken van de kuilen, lijkt het erop dat ze er allebei zijn. Ik zou op basis van onze bevindingen zeggen: je kunt niet zeggen dat het bergeenden zijn, of uitsluiten dat roggen ze maken.” Tom: “Het komt omdat we al die methodes hebben gebruikt, en geen roggen zijn tegengekomen. Maar ik weet het! Absence of proof isn’t proof of absense.”

Tot een échte ontrafeling van het mysterie is het dus niet gekomen. Ernst Schrijver, die de kuilen in 2025 voor het eerst spotte en vanuit ARK de opdracht gaf voor het onderzoek, is in zijn nopjes met de onduidelijke uitkomsten. “We waren zo overtuigd geraakt van de roggen, dat we sterk gefocust het onderzoek in gingen. En uiteindelijk blijken het dan net zo goed bergeenden te kunnen zijn. Ik vind dat fantastisch! Telkens als je denkt te weten hoe het zit, verrast de natuur je weer.”

Tekst: ARK Rewilding Nederland
Beeld: Belle Swanenberg; Tom Knols