Gouden tijd voor gouden nachtvlinders
De Vlinderstichting
Gouduilen zijn met name in het najaar te zien. De afgelopen dagen zijn er, naast de essengouduil, zes soorten gemeld: wilgengouduil (Xanthia togata), saffraangouduil (Tiliacea aurago) en gewone gouduil (X. icteritia), maar ook de wat zeldzamere lindegouduil (T. citrago), iepengouduil (X. gilvago) en populierengouduil (X. ocellaris).
De meest algemene is de wilgengouduil. De prachtig geel met bruin gekleurde uil heeft als waardplant voor de rups, naast wilg, ook wel populier. Als ze met de katjes naar beneden vallen, gaan ze verder op diverse kruidachtige planten. De saffraangouduil leeft als rups op diverse loofbomen, waaronder beuk en Spaanse aak, eerst etend van de bloemen, later van de bladeren. De gewone gouduil is, hoewel de naam anders doet vermoeden, minder algemeen dan bovenstaande soorten. De rupsen zijn te vinden op wilg en populier, later ook op kruiden.
Wat minder algemene gouduilen zijn lindegouduil, iepengouduil en populierengouduil. De naam geeft in dit geval goede informatie over de waardplant waarop de rupsen kunnen overleven. De iepengouduil komt verspreid over het land lokaal voor in loofbossen, struwelen, parken en tuinen, maar is zeker niet algemeen. De vlinder vliegt vanaf eind augustus – vooral in september en oktober – en kan tot in november nog worden gezien. Hij komt af op licht en smeer, en de soort is ook op bloeiende planten en rottend fruit aan te treffen. Eitjes worden dicht bij de knoppen op een tak van iep afgezet. De soort overwintert als ei. In de voorzomer foerageert de rups eerst in een bloemknop van de waardplant, daarna stapt ook deze soort over op allerlei kruidachtige planten onder de bomen.
Ga nu op zoek naar deze prachtige vlinders. De gouduilen zijn tot eind oktober nog te zien.
Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling (leadfoto: wilgengouduil); Chris van Swaay; Jurrien van Deijk. Kaartjes: NDFF
