Perentak kan tegen de kou
De VlinderstichtingVanaf begin januari tot begin april is de perentak (Phigalia pilosaria) te vinden in de buurt van bomen en struiken, en ook in stadsparken en tuinen. Het is een forse vlinder van zo’n twee centimeter doorsnede. Het donkere streeppatroon van het mannetje is variabel. De meeste exemplaren hebben een effen, vrijwel ongetekende groengrijze of lichtgrijze voorvleugel, maar er komen ook donkerder gekleurde varianten voor in diverse schakeringen. Verse vlinders hebben een rozeachtige tint op het achterlijf. Het vleugelloze vrouwtje is bruinachtig, met een dubbele rij vlekjes over het achterlijf. Vrouwtjes zijn – doordat de vleugels ontbreken – zeer onopvallend en worden veel minder gezien dan de mannetjes.
Vooral op zandgrond
De perentak is een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt, vooral in loofbossen en struwelen, maar ook in stadsparken en tuinen. De eerste waarneming dit jaar was al op 2 januari, in Lelystad. Op 17 januari werden er 3 exemplaren in een LedEmmer gevangen. Op 1 februari telde een waarnemer in Zeeland 34 exemplaren in drie LedEmmers. De soort is in het hele land waar te nemen, hoewel de meeste meldingen van de zandgronden komen. De rups van de perentak leeft op diverse loofbomen, maar heeft een voorkeur voor eik. De vlinders vliegen van begin januari tot eind april in één generatie. De vrouwtjes worden regelmatig vlak na zonsopkomst onder aan boomstammen gevonden, soms ook iets later op de dag. De mannetjes komen, zoals blijkt uit de waarnemingen in de LedEmmers, goed op licht af, soms in grote aantallen. De komende weken – zeker als het wat zachter weer wordt – is de perentak overal in Nederland te vinden. Ziet u er een, geef het door, bijvoorbeeld via Waarneming.nl of de app van Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).

Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling; Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
