Van de kwelder naar de kelder: permanent onderduiken als extra optie

Stichting ANEMOON
8-NOV-2026 - De afgelopen zomer was extreem warm. Ook het zeewater was nog nooit zo warm. Als mens een duik nemen kan dan fijn zijn. Daarbij kun je onverwachte dingen tegenkomen. Dieren die bekend staan als landbewoners bijvoorbeeld. Zoals de Kwelderslak, dat zeenaaktslakje dat we vooral van kwelders kennen, maar dat óók permanent ondergedoken blijkt te kunnen leven.

Kwelders zijn bezig aan een opmerkelijke herwaardering. Met de stijgende zeespiegel neemt de zoektocht toe naar natuurlijke oplossingen om ons land te beschermen tegen het water. Kwelders kunnen een belangrijke rol spelen: kwelderplanten houden slib vast en groeien mee met de zeespiegelstijging. Ze kunnen golven dempen en een natuurlijke buffer vormen voor dijken. Kwelders herbergen een fascinerend natuurleven. Behalve vogels die in de modder voedsel zoeken, tref je er bijzondere zoutminnende planten aan, evenals krabben, schelpdieren, vlokreeften en andere gespecialiseerde soorten. Hoe gespecialiseerd sommige zijn, komt nu pas geleidelijk boven water. Neem de Kwelderslak, een met knotsvormige papillen bezet amfibisch slakje dat zich veel beter blijkt te kunnen aanpassen dan we vroeger dachten.

Schelploos

Kwelderslakken hebben geen uitwendige schelp: het zijn zeenaaktslakken. Volledig uitstrekt wordt een volgroeid exemplaar ongeveer 10 millimeter lang, maar meestal zijn ze slechts enkele millimeters. Het lichaam is langwerpig, iets afgeplat en geelachtig, lichtbruin of groenig, met bruine, groene of witte vlekjes. Door de kleur vallen ze nauwelijks op tussen het Nopjeswier (Vaucheria sp.) waarop en waarvan ze leven. De vingervormige uitsteeksels op de rug (cerata: een soort papillen) vallen op. Deze cerata hebben een belangrijke fysiologische functie: door regelmatige samentrekkingen wordt de circulatie van lichaamsvloeistoffen ondersteund. Behalve een schelp missen de dieren namelijk ook een hart.

Kwelderbewoners (meestal)

De meeste zeenaaktslakken leven permanent onder water. De Kwelderslak is, samen met de zeldzamere, nauw verwante Schorrenslak (Limapontia depressa), een van de weinige zeenaaktslakken die de grootste tijd van zijn leven op het droge doorbrengt. Je treft de dieren aan op beschutte oevers van estuaria, brakwatergebieden, schorren en vooral kwelders. Hier leven ze rond de hoogwaterlijn, op plaatsen die af en toe door zeewater worden overspoeld, maar daarna weer droogvallen. Ze zijn uitermate goed aangepast aan het droogvallen van hun leefgebied en ze leven beschut tussen de grote, groene algentapijten op de vochtige slikbodem. Groene Stranden kunnen soms fikse populaties herbergen, zoals bleek in november 2021 op het strand ten noorden van Ouddorp op Goeree-Overflakkee.

Kwelderslak op de kwelder, zoals we de soort kennen (Glasjesnol april 2011). Links: dier op de slikbodem tussen Nopjeswier (Vaucheria sp.). Rechts: ze zijn behoorlijk klein

Permanent ondergedoken populaties

Zijn Nederlandse naam dankt de Kwelderslak uiteraard aan de plaats waar deze soort verreweg het meest wordt waargenomen; deels boven water op kwelders. Toch weten we inmiddels dat er, behalve amfibische kwelderpopulaties, ook populaties zijn die zich volledig hebben aangepast aan het leven onder water. In Nederland werd hiervan in 2015 voor het eerst melding gemaakt. Al in 2009 werden dergelijke populaties waargenomen in het Grevelingenmeer. Ook daarna zijn zo nu en dan dieren gezien die permanent ondergedoken leven en zich daar ook voortplanten. Dat is af te leiden uit de afgezette eieren, die bij veel zeenaaktslakken goed herkenbaar zijn. Ook dit najaar is de Kwelderslak weer onverwacht door duikers waargenomen in het gebied dat nooit droog komt te staan (het sublitoraal). Dat gebeurde dit keer bij de Bergse Diepsluis op Tholen, in de Oosterschelde, op 4 tot 5 meter diepte.

Onder en boven water zoeken

De recente onderwaterwaarneming van de Kwelderslak werd gedaan door een deelnemer aan het Monitoringproject Onderwater Oever (MOO) van Stichting ANEMOON. Binnen dit project leggen sportduikers hun waarnemingen vast om veranderingen in het onderwaterleven te volgen. Een ander project, het Litoraal Inventarisatie en Monitoring Project (LIMP), speelt zich af aan de landzijde van het water, in het litoraal; het gebied dat bij laagwater deels droogvalt. Door stenen te keren, maar ook door in kwelder- en schorrengebieden te zoeken, worden in dit gebied veel waarnemingen gedaan.

Tijdens het afgelopen waarnemersweekend van 23 tot en met 25 oktober 2026 werden waarnemingen van beide projecten met elkaar vergeleken en waren er meerdere speciale excursies. Ook in het litoraal in kweldergebieden werd gezocht, waaronder naar de Kwelderslak. Opvallend genoeg werd deze dit keer niet op bekende plaatsen aangetroffen. Des te opvallender waren de duikwaarnemingen van Wendy van 't Westende enkele dagen daarvoor. Niet alleen wist ze onder water op een diepte van bijna 5 meter een Kwelderslak te fotograferen, maar ook de eieren werden op een foto vastgelegd. Deze vondst laat zien hoe waarnemingen van duikers en onderzoek in het getijdengebied elkaar mooi kunnen aanvullen.

Kwelderslak naar de kelder: gefotografeerd op circa 5 meter diepte onder water bij de Bergse Diepsluis op Tholen, in de Oosterschelde (21-10-2026); links het dier, rechts de eieren.

Het LIMP-onderzoek

Bij het Litoraal Inventarisatie en Monitoring Project (LIMP) van Stichting ANEMOON onderzoeken vrijwilligers dieren en wieren in de getijdenzone: het gebied tussen de laagwater- en hoogwaterlijn. Vanwege de sterk wisselende omstandigheden, zoals droogvallen, opwarming, uitdroging en veranderingen in zoutgehalte door verdamping of regen, vinden we in deze zone bijzondere soorten die zijn aangepast aan deze omstandigheden. Door waarnemingen vast te leggen, helpen vrijwilligers de verspreiding in kaart te brengen en veranderingen in het voorkomen te volgen. De waarnemingen uit beide projecten worden opgenomen in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en zijn daarmee breed beschikbaar voor wetenschap, beleid en natuurbescherming.

Stenen keren, maar ook op kwelders kijken

Op en onder stenen leven veel diersoorten. Sponzen, zeeanemonen en zakpijpen hechten zich eraan vast; krabben, zeesterren en vissen als de Steenslijmvis vinden beschutting tussen en onder stenen. Ook kleine getijdenpoeltjes, waarin bijzondere wieren kunnen groeien, verdienen aandacht. Om het leven onder stenen te bekijken, worden deze voorzichtig gekeerd en na grondig onderzoek weer in hun oorspronkelijke stand teruggelegd. Stevige laarzen en vooral goede werkhandschoenen zijn daarbij nodig. Voor dit ‘stenen keren’ moet het water voldoende laag staan. Zodra het water weer opkomt, verdwijnen de geschikte stenen weer onder water. De beschikbare tijd is kort, maar wat je kunt aantreffen is vaak spectaculair.

Onlangs is binnen ANEMOON besloten het LIMP te verbreden naar het hele getijdengebied. Zo kunnen we meer leefgebieden en soorten onderzoeken en een groter deel van de dag samen op pad gaan. Waar mogelijk worden ook schorren en kwelders nu bekeken, met de daar voorkomende kenmerkende organismen. (Dit aanvullende onderzoek van schorren en kwelders noemen we LIMP-K, als herkenbaar onderdeel naast het vertrouwde stenen-keren-LIMP.)

Meedoen?

Zowel de projecten met duikers en snorkelaars (MOO) als die met stenenkeerders (LIMP) en nu ook de schorren- en kwelderinventarisaties (LIMP-K) richten zich op alle zoute en brakke wateren, dus ook buiten de Oosterschelde en het Grevelingenmeer. Stichting ANEMOON organiseert excursies en waarnemersweekenden om samen de natuur te onderzoeken en geïnteresseerden te laten kennismaken. Ook beginnende waarnemers zijn welkom, zowel duikers als niet-duikers. Wie wil meedoen aan de LIMP en/of MOO-projecten of aan een ander ANEMOON-project, is van harte welkom. Dat geldt ook voor wie zich vrijblijvend een keer wil aansluiten. Aanmelden kan via deze link; kijk voor activiteiten op de ANEMOON-agenda.

Aanpassingen

De Kwelderslak lijkt een mooi voorbeeld van de bijzondere aanpassingen die het leven in het getijdengebied vraagt. Verreweg de meeste exemplaren zijn uit ons land bekend van litorale populaties in de kweldergebieden van Zeeland en het Waddengebied. Duikers keken onder water zo goed als nooit naar deze soort uit. Maar deze 'kwelder-soort' blijkt in staat ook permanent onder water te kunnen leven en zich daar, gezien de afgezette eieren, zelfs te kunnen voortplanten. Een als vanzelfsprekend aangenomen amfibische leefwijze blijkt minder vanzelfsprekend dan vroeger werd gedacht. Dat kan handig blijken. Of, zoals een waarnemer het in het waarnemersweekend zei: "Vreselijk slim dat ie dat nu vast oefent voor als straks de zeespiegel echt fiks gaat stijgen".

Hopelijk zet de huidige belangstelling voor kweldergebieden door en groeit deze mee met de zeespiegelstijging. Ongeveer zoals kwelders - onder goede omstandigheden - kunnen meegroeien. Voor 'kwelderslakken' die ook onder water kunnen leven is er hoe dan ook hoop. En hoop doet leven.

Tekst: Adriaan Gmelig Meyling en Inge van Lente, Stichting ANEMOON
Beeld: PICTAN (leadfoto: Adriaan Gmelig Meyling; tevergeefse speurtocht naar de Kwelderslak op de schorren en kwelders bij Kats. Waren ze verdwenen of ook hier nog wel onder water aanwezig?); Wendy van 't Westende; Sylvia van Leeuwen.