Natuurjournaal 22 februari 2026
Nature TodayNet als andere klauwieren spietst de klapekster prooien aan takken, doorns en prikkeldraad bij wijze van voorraadkast als hij zijn buikje vol heeft gegeten. Het ophangen van lijkjes doet misschien denken aan de Britse historische strafpraktijk om geëxecuteerde criminelen publiek tentoon te stellen om mensen in het gareel te houden. De wetenschappelijke naam van de klapekster (Lanius excubitor) betekent zoveel als 'de wachtende slager'. Klapeksters zijn sinds 1999 niet meer broedend in ons land gesignaleerd, maar momenteel kan je exemplaren uit noordelijker streken hier verwachten. Waar klapeksters in andere seizoenen met name woelmuizen en kevers verschalken, jagen ze nu op zangvogels. Kijk naar ze uit op hoge uitkijkposten in open, licht beboste gebieden, op de heide of in de duinen. ‘Visitor, beware...’

’s Nachts en in de schemering jagen Europese meervallen op andere vissen en ook op rustende watervogels. Het zijn vervaarlijke roofvissen, die erg groot en tientallen jaren oud kunnen worden – ze groeien hun leven lang door. Het zijn onze grootste zoetwatervissen. Een meerval met afmeting van bijna twee meter werd jaren geleden gestrand gevonden aan het Haringvliet. Een recente studie naar meervallen in Nederland bracht aan het licht dat meervallen exoten verschalken, waaronder uitheemse rivierkreeften, die hier zoveel schade toebrengen aan oevers. Meervallen hebben honderden tanden, maar het zijn meer heel kleine, naaldachtige uitsteeksels, die gekromd staan richting de keel. Dat betekent dat een prooi makkelijk de brede bek in kan, maar er niet zo eenvoudig meer uitkomt.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Robert van 't Zelfde; Marieke Enter
