Een van de onderzochte locaties is het voorplein van de faculteit Bouwkunde waar van 2024 op 2025 de bestrating grotendeels is verwijderd en een wadi is aangelegd.

Bijen op de TU Delft Campus

EIS Kenniscentrum Insecten
23-MRT-2026 - Om de biodiversiteit op de TU Delft Campus te verhogen, worden gericht maatregelen getroffen. EIS Kenniscentrum Insecten is gevraagd om de bijenfauna jaarlijks te monitoren, om de resultaten van de genomen maatregelen in kaart te brengen. Het onderzoek, dat in 2024 en 2025 is uitgevoerd, heeft al interessante resultaten opgeleverd. Zo zijn er 69 bijensoorten gezien, waarvan enkele schaars zijn.

De TU Delft streeft naar een CO2-neutrale, klimaatadaptieve en circulaire campus in 2030, met aandacht voor een gezonde leefomgeving en biodiversiteit. De TU Delft heeft zich voorgenomen om het aantal bijensoorten op de campus te doen toenemen. Om dit meetbaar te maken, zijn er streefdoelen voor 2030 opgesteld. Ook worden er gericht maatregelen genomen om de biodiversiteit in zijn geheel te verbeteren. Samen met de TU Delft zijn acht representatieve locaties uitgekozen als onderzoekslocaties. Op een deel van deze locaties hebben al herinrichtingsmaatregelen plaatsgevonden. Het doel is om deze locaties jaarlijks te onderzoeken om te zien welke bijen er voorkomen, en zo het effect van de genomen maatregelen te evalueren.

Klaverdikpoot, een specialist van klavers. Deze soort bezoekt óf witte klaver, of luzerne. Op de campus is deze soort op luzerne aangetroffenGeelstaartklaverzandbij, een specialist van klavers 

Biodiversiteitshotspots ter vergelijking

Ook twee eerder aangelegde biodiversiteitshotspots op de campus worden onderzocht op bijen. De resultaten en de ontwikkeling van de andere plekken kunnen hiermee worden vergeleken.  Deze hotspots zijn de door de TU Delft zelf aangelegde bloemenweide aan de Kluyverweg en de Natuurspeeltuin Hammenpoort. De op deze hotspots gevonden bijensoorten geven een beeld van de al op de campus aanwezige bijen met een voorkeur voor bloemrijk open gebied en bos en bosranden.

Bijen van bloemrijke graslanden

Op de TU Delft Campus zijn in 2024 en 2025 samen 69 soorten bijen waargenomen tijdens de monitoring. Daar zitten een aantal schaarse bijensoorten bij, zoals de klaverdikpoot, de geelstaartklaverzandbij en de weidebij. Dit zijn bijen die vooral voorkomen in open, bloemrijke graslanden. De twee laatstgenoemde bijensoorten hebben de status Kwetsbaar op de Rode Lijst van de Nederlandse bijen. Er is één bijensoort gevonden met de status 'Bedreigd' op de Rode Lijst Bijen, de roodrandzandbij. De roodrandzandbij heeft wilgen nodig in het voorjaar en schermbloemigen, zoals berenklauw, in de zomer. Beide zijn voldoende aanwezig op de zuidcampus van de TU Delft. Er werden in 2025 in totaal drie vrouwtjes roodrandzandbij gevonden. Alle drie verzamelden ze stuifmeel. Het is aannemelijk dat er een kleine populatie van deze soort op de campus aanwezig is.

De roodrandzandbij is een specialist, die in de zomer bloemen van de gewone berenklauw bezoekt op de campusDe weidebij is een soort van bloemrijk grasland, die schaars is in dit deel van het land

Wadi en stadsklimaatbos

Het voorplein van de faculteit Bouwkunde is een mooi voorbeeld van wat er mogelijk is. Tijdens het eerste onderzoeksjaar in 2024 was dit een stenen plein, waar slechts drie bijensoorten werden aangetroffen. Daarna is op die locatie een wadi aangelegd voor het opvangen en infiltreren van regenwater. In de wadi is een zogenaamd stadsklimaatbos aangeplant, met een grote diversiteit aan soorten bomen en planten. In 2025 was het effect hiervan al goed te merken: toen werden er al negentien bijensoorten gezien. Plekken met ander nieuw groen op de campus zijn bijvoorbeeld de recent aangelegde bijenburchten aan de Stieltjesweg voor, onder andere, in de grond nestelende bijen. Het is interessant om de ontwikkelingen van die bijenburchten de komende jaren te volgen.

Meer informatie

Tekst: Dominic Dijkshoorn, EIS Kenniscentrum Insecten
Beeld: Dominic Dijkshoorn (leadfoto: een van de onderzochte locaties is het voorplein van de faculteit Bouwkunde, waar van 2024 tot 2025 de bestrating grotendeels is verwijderd en een wadi met stadsklimaatbos is aangelegd); Menno Reemer; Gert Huijzers