volgt

Wie vindt de verdwenen Rode barnsteenslak terug?

Stichting ANEMOON
26-APR-2026 - Halverwege de jaren zeventig werd de Rode barnsteenslak voor het laatst levend in Nederland aangetroffen. Sindsdien is deze bewoner van vochtige duinen uit ons land verdwenen. Maar misschien komt ie terug. Wie vind 'm?

Uit Nederland zijn meerdere soorten barnsteenslakken bekend. Eén daarvan werd in 1977 voor het laatst gezien. Na diverse natuurprojecten in vochtige duingebieden lijkt een terugkeer van deze landslak niet onmogelijk. Een oproep: wie vindt deze iconische soort terug?

Vijf soorten

Barnsteenslakken hebben een dun slakkenhuis met een opvallend grote, wijde mondopening. Uit ons land zijn vijf soorten bekend:

  • Gewone barnsteenslak - Succinea putris
  • Langwerpige barnsteenslak - Succinella oblonga
  • Slanke barnsteenslak - Oxyloma elegans
  • Tweeling-barnsteenslak - Oxyloma sarsii
  • Rode barnsteenslak - Quickella arenaria

De eerste is in het hele land algemeen op vegetatie. De tweede leeft onder andere in zandige gebieden, waaronder de duinen. Oxyloma-soorten leven vooral op natte plaatsen, vaak langs oevers en zijn alleen door anatomisch onderzoek van elkaar te onderscheiden. De Rode barnsteenslak leefde voor 1977 op meerdere plaatsen langs onze kust in de nabijheid van de zee.

Herkenning: veel variatie

Alle huisjes van barnsteenslakken zijn dun, breekbaar en eivormig, met drie snel in grootte toenemende windingen en een wijde mondopening. De Langwerpige en Rode barnsteenslak zijn kleiner dan de drie andere soorten: circa 9 millimeter tegen 15 tot 20 millimeter. Ook zijn de windingen boller en is de vorm van de mondopening anders (minder wijd en lang dan bij de grotere soorten). Er is echter veel vormvariatie.

Gemiddeld is het huisje van de Langwerpige barnsteenslak inderdaad langwerpiger/hoger en, evenals de mondopening, meer uitgerekt. Bij de Rode barnsteenslak zijn de groeilijnen vaak sterker. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is kleur niet doorslaggevend. Barnsteenslakken zijn vernoemd naar barnsteen: gefossiliseerde hars van hele oude pijnbomen (succis = sap). Net als bij barnsteen varieert de schelpkleur van geel tot warm-oranje, of zelfs roodachtig.

Rode barnsteenslakken, uit de collectie van Naturalis (RMNH.MOLL 641903). West-Terschelling, Kroonspolders 16 juli 1937. Verzameld door A.D.J. Meeuse en W. Vervoort

Vroeger en nu

De Rode barnsteenslak is in heel West-Europa zeldzaam en met uitsterven bedreigd. Ook om ons heen, in Groot-Brittannië, Duitsland en België, is de soort zeldzaam of verdwenen. Vroeger leefde het dier op de Waddeneilanden, met name op Terschelling (Noordsvaarder en Kroonpolders) en Vlieland (Kroon's polders). Ook in het zuiden van Nederland waren populaties, zoals in de vroegere Groene Punt op Oostvoorne en de duinen op Schouwen nabij Renesse en de vroegere Verklikker. In de collectie van Naturalis is daarvan nog materiaal aanwezig. Op alle plaatsen is na 1977 vaak gezocht, maar tevergeefs. Om die reden staat de soort sindsdien als verdwenen op de Rode Lijst.

Natte duinprojecten

Het is niet precies bekend waarom de soort verdween. Door waterwinning en andere oorzaken (waaronder ook globale opwarming) kwam druk te staan op het natuurtype vochtige duinvallei. Maar in de afgelopen jaren waren er in de duinen herstelprojecten, waarvan een deel inmiddels is uitgevoerd of nog loopt. De focus ligt vooral op bijzondere planten en vegetaties, slakken kruipen spreekwoordelijk traag achteraan. De Rode barnsteenslak (Quickella arenaria) is nog niet teruggevonden. Maar het zou wel kunnen. Vandaar dat we oproepen in geschikte gebieden uit te kijken naar deze soort. De kans is verreweg het grootst in gebieden langs onze kust, al zijn uit andere landen ook vondsten bekend uit ver landinwaarts gelegen locaties, waaronder zelfs berggebieden (Alpen).

DNA

Komt u barnsteenslakken tegen die qua vorm, afmetingen (en biotoop!) doen denken aan de Rode barnsteenslak, geef dit dan door. Met name duinvalleien en locaties nabij de zee waar Knopbies (Schoenus nigricans) groeit zijn kanshebbers. Indien aanwezig kruipen de dieren op de bodem en de vegetatie. Ze zijn ook gevonden op onder andere kruipwilg. Let wel op: in vochtige duinvalleien kunnen ook de Langwerpige barnsteenslak en de Slanke barnsteenslak voorkomen. Voor een accurate herkenning is DNA-onderzoek nodig. Dit kan in overleg worden uitgevoerd via het ARISE-project van Naturalis Biodiversity Center.

Tekst: Rykel de Bruyne, Wim Kuijper en Tello Neckheim Stichting ANEMOON
Beeld: Yvonne van Dam, Naturalis Biodiversity Center (leadfoto: Rode barnsteenslak, huisje met ingedroogd dier uit de collectie van Naturalis (RMNH.MOLL 641906). West-Terschelling, 13 juli 1937. Verzameld door J.Th. & J.B. Henrard); Tello Neckheim; Rykel de Bruyne