Natuurjournaal 25 april 2026
Nature TodayDe eerste vlammend rode juffertjes zijn alweer bij plasjes en vijvers gespot: de vuurjuffer is de vroegst uitsluipende libellensoort van Nederland. De lege huidjes van de larven kunnen op de stengels van boven water uitstekende waterplanten langs de oever worden gevonden. De larven hebben er dan al één tot een paar levensjaren op zitten, waarin ze als roofzuchtige jagers het onderwaterleven – zo’n beetje alles klein genoeg dat in hun bek past – onveilig hebben gemaakt. In hun lieflijk door de lucht zwevende volwassen vorm lijken ze ook in gedrag een volledige metamorfose te hebben doorgemaakt. Ze hebben hun (vang)masker afgedaan.

Worden paardenbloemen zó hoog? Nee, wacht, het is wat anders: waarschijnlijk zie je nu groot streepzaad, dat met grote, paardenbloemachtige bloemen bloeit, vanaf ongeveer eind april, begin mei. De planten kunnen best hoog worden, met meerdere bloemhoofdjes op vertakte stelen, en zien er verder dus helemaal niet uit als paardenbloemen. De vorm van de bladeren komt terug in de wetenschappelijke naam van het plantengeslacht streepzaad: ‘Crepis’ is Oudgrieks, het betekent schoenzool. Groot streepzaad is in Nederland talrijker dan vroeger. Waarom? Het zit ‘m in gemengd zaaigoed voor wilde bijen en andere insecten. Groot streepzaad is daarin nogal goed vertegenwoordigd. Een beetje té goed, wellicht. Het is wel goed bedoeld.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Kars Veling (leadfoto: leeg huidje van een vuurjuffer)
