Nature Today

Netwerkende nachtegalen doen het zonder Twitter

26-OKT-2011 - Het gaat niet alleen om hoe je zingt, maar ook om waar je zingt. Dat samen bepaalt je boodschap en je kwaliteit als zanger, en dus als man. Dat geldt in ieder geval voor vrijgezelle nachtegalen, en daarmee waarschijnlijk voor meer communicerende dieren. Philipp Sprau van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) verdedigt op 28 oktober zijn proefschrift aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij bezocht net als de nachtegaalvrouwen de nachtelijke concerten en floot een experimenteel deuntje mee.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven op [publicatiedatum]

Het gaat niet alleen om hoe je zingt, maar ook om waar je zingt. Dat samen bepaalt je boodschap en je kwaliteit als zanger, en dus als man. Dat geldt in ieder geval voor vrijgezelle nachtegalen, en daarmee waarschijnlijk voor meer communicerende dieren. Philipp Sprau van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) verdedigt op 28 oktober zijn proefschrift aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij bezocht net als de nachtegaalvrouwen de nachtelijke concerten en floot een experimenteel deuntje mee.

Nachtegaal (foto: J. Dietrich)Hoe kun je de kwaliteit van een zingende nachtegaal snel inschatten? Voor een concurrerende man is dat van levensbelang: om zijn eigen kansen in te schatten voor het veroveren of behouden van een territorium, zonder zich in tot mislukken gedoemde gevechten te storten. Voor een vrouwtje ook, maar dan voor het kiezen van de juiste partner om zich meteen mee voort te planten. Als je goed luistert naar een nachtegaal, dan pik je signalen op over de motivatie, conditie en kwaliteit van de zanger. En die signalen blijken hem niet alleen in het geluid te zitten.

“Bij communicatie tussen dieren kun je het geluid niet meer los zien van de plek waar het dier zit,” zegt Sprau. Zijn onderzoek toont aan dat niet alleen vogelzang zelf informatie geeft, denk aan de structuur van het lied, beginnen met zingen als je concurrent nog niet klaar is of het gebruik van agressieve elementen zoals ‘trillers’ die de leeftijd verraden. Ook de plek waar een nachtegaal zingt, maakt groot verschil.
Zo blijkt de afstand tussen zanger en luisteraar belangrijk, ook (en dat is nieuw) als de eerste buiten het territorium van de tweede blijft. En het heeft zelfs invloed op het gedrag van de buren, zelfs in volgende nachten. De buren zijn bijvoorbeeld minder agressief naar de met een zangduel belaagde ‘broeder’. Alle individuele concerten beïnvloeden zo elkaar. Sprau en zijn begeleider Marc Naguib lichten toe: “De nachtegalen vormen samen een groot communicatienetwerk. Een boodschap bestaat daarom uit geluid plus plaats.”

“De hoogte van de zangplek was niet eerder bestudeerd, maar blijkt ook van belang te zijn,” gaat Sprau verder. Gemiddeld zit een dier op zo’n 2,5 tot 3 meter in een boom tijdens een nachtelijk concert. “Verrassend genoeg was de uitkomst precies omgekeerd aan wat de literatuur voorspelde: niet de hoger gezeten zangers maar juist die op dezelfde hoogte werden als bedreigender ingeschat.”

Voor het onderzoek speelde Sprau midden in de nacht nachtegaalgeluiden af in een groot moerasgebied op de grens van Frankrijk, Zwitserland en Duitsland. Het natuurreservaat Petite Camargue Alsacienne is een nachtegalenparadijs. Nieuw is dat hij met een aantal luidsprekers een in het gebied rondvliegende vogel gesimuleerd heeft, in plaats van geluiden alleen op een vaste plek af te spelen. De bewegingen van een zanger in het sociale netwerk blijken ook belangrijke signalen af te geven.

Vier uur ’s ochtends. “Het is nog donker, de voorjaarszon komt bijna op. De vrijgezelle nachtegalen zingen nog steeds het hoogste lied en langzaam wordt de rest van de natuur wakker,” maar Sprau is klaar met zijn onderzoek en kan er nu ongedwongen van genieten. Het nachtelijk onderzoek werd het eerste jaar uitgevoerd vanuit de Universiteit Bielefeld en daarna vanuit het NIOO. Nachtegalen zingen trouwens ook overdag, met andere boodschappen. En nu in de herfst, maar dan wel in Afrika. Collega-onderzoekers volgen ze daar met zogenaamde ‘geolocators’.

Bron: Nederlands Instituut voor Ecologie
Foto: J. Dietrich, CC BY-SA 3.0-licentie

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen