Nature Today

'Achteruitgang zoogdieren gestopt'

Zoogdiervereniging
11-MEI-2010 - 2010 is het Jaar van de Biodiversiteit. Dit leidt ongetwijfeld weer tot veel alarmerende berichten in de media over hoe slecht het gaat met de natuur. Maar zijn die alarmbellen voor wat het de zoogdieren in Nederland betreft wel terecht? Johan Thissen en Wouter Helmer vinden van niet. De achteruitgang is gestopt. Het gaat weer beter met de natuur in Nederland.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door de Zoogdiervereniging op [publicatiedatum]

2010 is het Jaar van de Biodiversiteit. Dit leidt ongetwijfeld weer tot veel alarmerende berichten in de media over hoe slecht het gaat met de natuur. Zijn die alarmbellen voor wat het de zoogdieren in Nederland betreft wel terecht? Johan Thissen en Wouter Helmer vinden van niet. De achteruitgang is gestopt. Het gaat weer beter met de natuur in Nederland.

'Bij de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling in Johannesburg in 2002 is afgesproken dat in 2010 wereldwijd het tempo van achteruitgang van de biodiversiteit aanzienlijk vertraagd zou moeten zijn. De regeringsleiders van de EU hadden bij hun topberaad in Göteborg in 2001 al afgesproken dat in 2010 in hun landen de achteruitgang niet alleen vertraagd, maar geheel gestopt zou moeten zijn. Een goed moment om er bij stil te staan of Nederland deze doelstelling gehaald heeft voor de zoogdieren. Ons antwoord is ‘Ja’ en we zijn het ook eens met de boodschap in de Forum bijdrage van Udo de Haes en anderen in het tijdschrift Landschap, dat het de laatste decennia weer beter gaat met de natuur in Nederland.

Foto: countdown 2010

Het gaat met name beter met de zoogdieren van het water (zout en zoet) en in de twintig procent natuurgebied van onze landoppervlakte. Het gaat ook goed met de meeste vleermuizen, onze enige zoogdieren van de lucht. In het agrarisch gebied, nog steeds het grootste deel van Nederland, blijft het herstel echter achterwege. Soorten als wezel, hermelijn en laatvlieger kwamen in 2006 nieuw op de Rode Lijst. Ook met de haas gaat het in de landbouwgebieden niet goed. In feite gaan vele natuurwaarden van het agrarisch gebied hard achteruit. Een opmerkelijke uitzondering lijkt de veldmuis en daarmee zijn predatoren kerkuil en ooievaar. Die herstellen zich.

Over het geheel genomen weegt de winst in het water, de lucht (vleermuizen) en in de natuurgebieden op land op tegen de voortgaande aftakeling van het agrarisch gebied. Alle zeven vleermuizen die geteld worden in het meetnet Vleermuizen in winterverblijven nemen sinds de jaren tachtig flink toe. Ze lijken te profiteren van de verminderde gifconcentraties in het milieu. Daar komt bij dat het klimaat de laatste decennia gunstiger voor ze is geworden.

Gewone en grijze zeehonden (Foto: Richard Witte van den Bosch)
Onze zeezoogdieren, zoals gewone zeehond, grijze zeehond en bruinvis, doen het goed, met uitzondering van de rond 1960 in onze wateren uitgestorven en niet meer teruggekeerde tuimelaar en gewone dolfijn. De hoefdieren doen het zelfs zo goed, dat discussies over verhoogd afschot bijna maandelijks de media halen. Wilde zwijnen, maar ook edelherten, damherten en reeën, hebben in geen eeuwen zulke hoge aantallen bereikt. Van de eerste drie wordt helaas ook hun verspreiding beperkt. Volgens ons zouden wild zwijn, edelhert en damhert in veel meer gebieden in Nederland leefgebieden aangewezen kunnen krijgen. Dan kunnen meer mensen in hun eigen omgeving van deze dieren genieten.

Onder de inheemse zoogdieren zijn twee grote zorgenkinderen: de eikelmuis en de noordse woelmuis. De eikelmuis zit nog maar in één klein gebied: het Savelsbos. Het aantal is gezakt tot minder dan honderd, mogelijk nog maar enkele tientallen. Deze ondersoort (M.o.arenicola) van de noordse woelmuis komt alleen in ons land voor. Het verspreidingsgebied krimpt al vele decennia en ondanks een speciaal beschermingsplan lukt het niet om de achteruitgang te stoppen. Het is tijd voor een groot gebaar, zoals introductie in de Oostvaardersplassen. Dan hebben de kiekendieven en velduilen daar ook meer te eten.

Eikelmuis (Foto: Rollin Verlinde)

Zoogdieren in Nederland hebben anno 2010 te maken met twee ogenschijnlijk tegengestelde ontwikkelingen: verstedelijking en verwildering. Een voorheen vooral agrarische maatschappij evolueert in hoog tempo in een stedelijke samenleving. Intensivering van landgebruik op de ene plek (stad, infrastructuur, intensieve landbouw) gaat gepaard met extensivering op andere plekken, waar meer ruimte ontstaat voor ruige natuur, recreatie, waterberging en drinkwaterwinning.

Het slechte nieuws voor zoogdieren is dat het landschap verder versnipperd raakt door verdichting van het wegennet, en dat intensieve landbouwgebieden vrijwel onleefbaar zijn geworden. Maar er is ook goed nieuws. De stedeling is weliswaar de dagelijkse omgang met de natuur, zoals zijn boerenvoorouders die hadden, wat ontwend, maar daartegenover staat een groeiende behoefte aan vrije tijdsbesteding in de natuur, wonen in het groen, de wens om gifstoffen uit het milieu te bannen et cetera. Eenmaal in de natuur wil men daar graag spectaculaire soorten zien. Dieren worden steeds minder vanuit een nut-schade invalshoek bekeken en steeds meer als attracties in de natuurbeleving. We hebben er een hoop dierenvrienden bij, tot en met een politieke partij in Den Haag.

Wild zwijn (Foto: Richard Witte van den Bosch)

Dieren ervaren dagelijks dat ze minder bang hoeven te zijn voor mensen, dat er minder gif in het milieu zit en dat de Nederlandse delta eigenlijk één grote gedekte, voedselrijke tafel is. Zonder dreiging van afschot, en met een overdosis aan voedsel worden zelfs grote steden leefgebied van steeds meer soorten. Voorheen schuwe, overbejaagde dieren als das, vos en steenmarter kun je tegenwoordig 's nachts bij een friettent tegenkomen. Wilde zwijnen volgen en we moeten niet raar staan te kijken als wolf en lynx zich ook in dit rijtje gaan voegen, zoals bruine beren al jaren de buitenwijken van Oost-Europese steden afschuimen naar vuilnisbakken met inhoud.

Hoefdieren beleven, al dan niet uitgezet of ontsnapt, hoogtijdagen in het jacht-luwe Nederland van 2010. Particuliere initiatieven om deze soorten op de Waddeneilanden te introduceren zijn symbolisch voor de veranderde verhoudingen tussen mens en natuur.

Herstel van biotopen, vermindering van de jachtdruk en gifconcentraties blijken succesfactoren in het herstel van zoogdierpopulaties. Maar gerichte bescherming van soorten kan ook zeer effectief zijn, zoals maatregelen voor das, hamster en hazelmuis in het verleden hebben bewezen. We moeten het één doen en het ander niet laten, met aansprekende zoogdieren als gidssoorten voor het herstel van hele levensgemeenschappen. Zo kan de egel symbool staan voor de versnipperende invloed van infrastructuur, de lynx voor de schaal waarop natuurherstel moet plaatsvinden en kleine marterachtigen voor de teloorgang van gradiënten in het landschap.

Egel (Foto: Mireille de Heer)

Daarmee wordt ook meteen duidelijk wat ons te doen staat: doorgaan met de aanleg van natuurbruggen, doorgaan met ontwikkeling van natuurlijke biotopen voor soorten van kleinschalige landschappen, onder andere door herintroductie van herbivorie als natuurlijk proces op plaatsen waar de inheemse hoefdierpopulaties nog ontbreken.


De grootste uitdaging is waarschijnlijk om de verdere verstedelijking en verwildering dusdanig te begeleiden dat we als moderne samenleving leren omgaan met de groeiende populaties zoogdieren, die we binnen onze stedelijke invloedsfeer aan het 'lokken' zijn.  Een nieuwe balans tussen genieten en gedogen, tussen schaderegelingen en uitgekiende jacht. Met goede informatievoorziening over de veterinaire kanten van zoveel zoogdieren op een kluitje.

Het meest voorkomende zoogdier in Nederland kan in het jaar van de biodiversiteit de tafel dekken voor een bont gezelschap aan familiegenoten. Onze conclusie is dat Nederland voor de zoogdieren de 2010-doelstelling heeft gehaald. Onze verwachting is dat we in het volgende decennium meer winst voor de biodiversiteit kunnen boeken, als we ons daarvoor blijven inzetten. Winst die hard nodig is in een land waar de natuur in het verleden zo verarmd is.'

Dit opinieartikel van Johan Thissen en Wouter Helmer verscheen in het populair wetenschappelijke tijdschrift Zoogdier van de Zoogdiervereniging. Johan Thissen is teammanager Onderzoek en Advies bij de Zoogdiervereniging en Wouter Helmer is directeur van ARK Natuurontwikkeling.

Tekst: Johan Thissen en Wouter Helmer
Foto's: Richard Witte van den Bosch, Rollin Verlinde en Mireille de Heer 

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen