Otter

Rivierengebied weer geschikt als leefgebied voor otters

14-JUL-2010 - De eerste otters hebben al op eigen kracht het IJsseldal bereikt, vanuit de Kop van Overijssel waar zij in 2002 zijn uitgezet. Recent onderzoek toont nu aan dat het hele rivierengebied van Rijn en Maas weer geschikt is als leefgebied voor de otter. Er zijn nog wel een paar migratieknelpunten die moeten worden opgelost.

Bericht uitgegeven op [publicatiedatum]

De eerste otters hebben al op eigen kracht het IJsseldal bereikt, vanuit de Kop van Overijssel waar zij in 2002 zijn uitgezet. Recent onderzoek toont nu aan dat het hele rivierengebied van Rijn en Maas weer geschikt is als leefgebied voor de otter. Er zijn nog wel een paar migratieknelpunten die moeten worden opgelost.

Otter (foto: Hugh Jansman)Vandaag overhandigt gedeputeerde Harry Keereweer van de provincie Gelderland het onderzoekrapport aan de dijkgraven van de waterschappen Rijn en IJssel, Rivierenland, Groot Salland en Veluwe, aan Rijkswaterstaat en aan het Wereld Natuur Fonds. In het onderzoek van Alterra Wageningen UR, ARK Natuurontwikkeling en Kurstjens ecologisch adviesbureau zijn alle Rijntakken (IJssel en Oude IJssel, Neder-Rijn, Waal en Gelderse Poort) bekeken op hun kansen voor de otter. De conclusies zijn positief.

Alterra-onderzoeker Hugh Jansman: 'De otters die we in de Kop van Overijssel hebben uitgezet doen het daar inmiddels zo goed, dat al dieren uitwijken naar nieuwe leefgebieden. Uit onze analyse komt naar voren dat in de Gelderse Poort en de uiterwaarden van de IJssel en de Waal in potentie genoeg ruimte is voor een otterpopulatie van ieder zo’n 30 dieren. Het belangrijkste aandachtspunt is de verkeersgevoeligheid van otters. Otters lopen als oeverbewonend zoogdier een aanzienlijk risico om bij het oversteken van wegen overreden te worden. Toch liggen er goede kansen, mits er serieus werk wordt gemaakt van ontsnippering. Als in potentieel ottergebied bijvoorbeeld een beek kruist met een verkeersweg, kan dit knelpunt worden verholpen met de aanleg van loopplanken onder de brug in combinatie met een geleidend raster. Zo kunnen otters veilig passeren.'

Daarnaast komen de onderzoekers met de aanbeveling om naast de otterpopulatie in Noordwest-Overijssel en Zuidoost-Friesland minstens één extra kernpopulatie te ontwikkelen van zo’n 50 otters. 'Dit is van groot belang voor de genetische diversiteit van de reeds bestaande populatie in Nederland,' zegt Hugh Jansman. 'Bijplaatsing van otters langs de IJssel en in de Gelderse Poort ligt daarbij het meest voor de hand, omdat de eerste otters uit de Kop van Overijssel het IJsseldal al gekoloniseerd hebben. Onze aanbevelingen sluiten aan bij het internationale ontwikkelingsperspectief van de otter: het rivierengebied vormt namelijk de schakel tussen populaties in Noord-Nederland en de Ardennen. De terugkeer van de otter vormt de kroon op het werk aan ecologisch herstel van de grote rivieren en beken.'

Bron: Alterra, Wageningen UR
Foto: Hugh Jansman