Nature Today

Het bouwverlof is voorbij

26-MRT-2012 - Voor veel mensen is de eerste Boerenzwaluw van het jaar het startschot van de lente. Maar ook het vrolijke gezoem van bijen wordt vaak geassocieerd met een lentegevoel. Wanneer de eerste zonnestralen de terrasjes doen vollopen is het ook voor menig bijensoort tijd om aan de dis te gaan.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Natuurpunt Studie [land] op [publicatiedatum]

Voor veel mensen is de eerste Boerenzwaluw van het jaar het startschot van de lente. Maar ook het vrolijke gezoem van bijen wordt vaak geassocieerd met een lentegevoel. Wanneer de eerste zonnestralen de terrasjes doen vollopen is het ook voor menig bijensoort tijd om aan de dis te gaan.

Voor de één zijn bijen vervelende prikkebeesten, voor de ander een bedreiging voor huisdier en kinderen. Niets is echter minder waar; solitaire bijen zijn zachtaardige diertjes en zullen niet zomaar zonder reden aanvallen. Meer zelfs, deze vlijtige diertjes zijn van levensbelang voor menige plant in de tuin.

 Vrouwtje Gehoornde metselbij aan een nestblok (foto: Jens D’Haeseleer)
In het voorjaar worden af en toe heuse zwermen bijen in de voegen van oudere muren teruggevonden. Deze metselbijen peuteren met hun stevige kaken de mortel tussen de voegen vandaan. Doordat voortdurend vrouwtjes af en aan vliegen lijkt het wel of er een bijennest in de muur zit. Al deze bijtjes zullen echter elders een eigen nestje maken. De mortel wordt alleen gebruikt om de nestcellen dicht te metselen.

De meest algemene metselbijen in ons land zijn de Gehoornde metselbij (Osmia cornuta) en de Rosse metselbij (Osmia rufa). Beide hebben ze rossige en zwarte haren. Toch zijn er enkele opvallende verschillen. De Gehoornde metselbij vliegt in principe al vanaf eind februari, heeft een pikzwarte kop en borststuk en een felros gekleurd achterlijf. Ze kan tot anderhalve centimeter groot worden. De Rosse metselbij vliegt vanaf begin maart, heeft een zwarte kop en ‘poepje’ en rosse haren op het borststuk en het eerste deel van het achterlijf. Ze is iets kleiner en wordt slechts 12 mm lang. Mannetjes van beide soorten hebben een grijze of witte ‘baard’ op de voorkant van de kop.

Vrouwtje Gehoornde metselbij (foto: Maarten Jacobs)Vrouwtje Rosse metselbij (foto: Henk Wallays)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Metselbijen verkiezen warme, zongerichte plekjes om hun nesten te maken. Daarnaast willen ze ook graag iets te snoepen hebben. Bijen vind je vooral in de buurt van bloemenrijke plekjes. Fruitbomen, bloembollenvelden, wilgen, maar ook onkruiden zoals Madeliefje en Paardenbloem zijn een goede bron van nectar en stuifmeel. Metselbijen zijn topbestuivers. Zo berekende O’Toole in 2000 dat één enkele metselbij het bestuivingsequivalent is van 120 werksters van een honingbij. Met hun lange haren op de buik (ook wel een buikschuier genoemd) verzamelen ze reusachtige hoeveelheden stuifmeel.

Steeds meer mensen bouwen een bijenhotel in de tuin om deze bijtjes te soigneren. Zo'n bijenhotel bestaat uit holle stengels of houtblokken met boorgaten. Metselbijen delen de lange nestgangen op in kamertjes en vullen die één voor één met stuifmeel, nectar en één enkel eitje. De tussenwandjes worden opgetrokken uit leem. De vrouwtjes van beide soorten metselbijen hebben kleine hoorntjes vooraan op de kop die gebruikt worden bij het aanstampen van de nestwandjes. Een bijenhotel zorgt dan ook al gauw voor uren kijkplezier! 

Meer info over bijenhotels en goede bijenplanten vind je op de website van Natuurpunt.

Tekst: Jens D’Haeseleer, Natuurpunt Studie
Foto’s: Jens D’Haeseleer, Maarten Jacobs, Henk Wallays

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen