Strandplevier

Strandplevier verlaat de Kust

6-JUN-2013 - Het gaat niet goed met de Strandplevier. Of beter: het gaat slecht met de Strandplevier.  Mogelijk zal de soort binnenkort het trieste rijtje van uitgestorven Vlaamse broedvogels vervoegen. Of rest er toch nog een zandkorrel hoop?

Bericht uitgegeven door Natuurpunt Studie [land] op [publicatiedatum]

Het gaat niet goed met de Strandplevier. Of beter: het gaat slecht met de Strandplevier.  Mogelijk zal de soort binnenkort het trieste rijtje van uitgestorven Vlaamse broedvogels vervoegen. Of rest er toch nog een zandkorrel hoop?

Het gaat op en af: perioden van lage aantallen wisselen af met kortstondige pieken. Tussen 1977 en 2002 steeg de Vlaamse populatie slechts in vijf jaar boven de 100 broedpaar uit, met pieken van 172 (in 1981) en 156 (in 1995). Het plaatje wordt vooral bepaald door de ontwikkelingen in de twee overblijvende bolwerken in Zeebrugge en het Antwerpse Linkeroevergebied.

De zwanenzang van de Kust: net als Tapuit en Kuifleeuwerik, maakt ook de Strandplevier zich op om de Kust als broedvogel te verlaten (foto: Raymond De Smet).

Tot in de jaren ’50 was de Strandplevier een vrij algemene broedvogel aan de Vlaamse Kust. Enkele cijfers: in 1945 werden in Knokke een 70-tal broedparen gekarteerd, terwijl voor 1953 melding wordt gemaakt van 45 koppeltjes tussen De Panne en Nieuwpoort. Door opkomst van het massatoerisme kwamen die kwetsbare populaties echter steeds meer in de verdrukking: te veel verstoring op de stranden deed de soort geen goed. De uitbouw van grote havengebieden zorgde in de jaren ’60 voor een tijdelijk keerpunt. Grote opgespoten terreinen vormden er een ideale broedstek, o.a. in de voorhaven van Zeebrugge (met max. 114 paar in 1995). Maar stuk voor stuk werden de nieuwe broedgronden bouwrijp gemaakt en moesten schaars begroeide, schelpenrijke terreinen plaats maken voor havendokken en containerterminals. De donkere dagen van de Strandplevier braken aan.

Strandplevier moet het vooral hebben van schaars begroeide, zanderige pioniersvegetaties. Aan de kust gaan dergelijke habitats in ijltempo voor de bijl (foto: Glenn Vermeersch).

Aan de Oostkust wist de soort eind jaren ’90 nog stand te houden dankzij een aantal natuurontwikkelingsprojecten. De aanleg van een sterneneiland (goed voor max. 25 paar in 2002) en de ontwikkeling van de Baai van Heist, het eerste Vlaamse strandreservaat (met max. 26 paar in 1999) zorgde voor een kleine kustrevival. Op alle andere plaatsen langsheen de kust klonk de zwanenzang rond de eeuwwissel al loeihard: 5 paar in de achterhaven van Zeebrugge (2002), 2 paar in het Zwin (2000), 1 paar op het strand van Oostduinkerke. Helaas bleek ook het oostkustsucces van korte duur. In 2005 waren het sterneneiland en de Baai van Heist nog goed voor amper 17 broedpaar. Vanaf dan werd het aftellen: 16 in 2006, 13 in 2007, 14 in 2008, 7 in 2009, 9 in 2010, 4 in 2011 en 4 in 2012. Het einde lijkt nabij.

De teloorgang van de Strandplevier als broedvogel in België (bron: INBO).

Het is maar zeer de vraag of natuurontwikkelingsprojecten (o.a. in de IJzermonding te Nieuwpoort, de uitbreiding van het Zwin) het tij nog kunnen doen keren. Ook elders in Europa gaat het de soort niet voor  de wind. In Nederland broedden tussen 1973-1977 nog 700 tot 900 paar. In 1998-2000 restten er nog 270-320 broedkoppels en in 2011 stond de teller op 180-210. Natuurlijke broedplaatsen op de stranden zijn er al lange tijd ongeschikt door een permanente en intensieve recreatie. Drooggevallen platen en kunstmatige broedhabitats raken snel ongeschikt door vegetatiesuccessie en herinrichting.

De laatste hoop ligt ook bij onze noorderburen in natuurontwikkelingsgebieden. Kritische randvoorwaarde: deze gebieden moeten onder invloed staan van een grootschalige dynamiek van wind en water. Zonder deze dynamiek zijn nieuwe broedplekken slechts geschikt te houden door zeer intensief beheer waarbij jaarlijks alle vegetatie moet worden verwijderd.  Maar misschien is het al 1 na 12. Wellicht is er gewoon niet voldoende surplus meer van aspirant-broedvogels die nieuwe geschikte broedgebieden kunnen bezetten, niet in Vlaanderen, niet in Nederland, niet in West-Europa. Of hoe de kust, na de Tapuit en de Kuifleeuwerik, nu ook de Strandplevier dreigt te verliezen.

Tekst: Dominique Verbelen, Natuurpunt Studie
Foto: Raymond De Smet, Glenn Vermeersch