Bosvleermuis

Bosvleermuis duikt op in West-Brabant

21-DEC-2012 - In de zomer van 2012 werd uitgebreid onderzoek verricht naar het voorkomen van vleermuizen in Vlaams-Brabant. De resultaten tonen aan dat de Bosvleermuis, die in heel Vlaanderen bekend staat als een zeer zeldzame soort, inderdaad in zeer lage aantallen voorkomt. Wel werden enkele nieuwe locaties ontdekt ten westen van Brussel. Dank zij dit onderzoek werd meer bekend over het gedrag en de verspreiding van deze soort, en werd waardevolle informatie verzamelend over haar voorkeursbiotopen.

Bericht uitgegeven door Natuurpunt Studie op [publicatiedatum]

In de zomer van 2012 werd uitgebreid onderzoek verricht naar het voorkomen van vleermuizen in Vlaams-Brabant. De resultaten tonen aan dat de Bosvleermuis, die in heel Vlaanderen bekend staat als een zeer zeldzame soort, inderdaad in zeer lage aantallen voorkomt. Wel werden enkele nieuwe locaties ontdekt ten westen van Brussel. Dank zij dit onderzoek werd meer bekend over het gedrag en de verspreiding van deze soort, en werd waardevolle informatie verzamelend over haar voorkeursbiotopen.

Bosvleermuis, Foto: Wout WillemsHet project ‘Vleermuizen in bos en park in de provincie Vlaams-Brabant’, met de financiële steun van de provincie Vlaams-Brabant, leidde tot een uitgebreide inventarisatie met vleermuizendetectoren in twintig bos- en parkgebieden verspreid over de provincie. Hierbij werd speciaal aandacht besteed aan de Bosvleermuis. Deze soort gebruikt een lagere roepfrequentie dan de meeste andere vleermuizensoorten. Voor onderscheid met haar grote broer, de Rosse vleermuis, is echter meestal een geluidsopname nodig. Een latere analyse met pc kan dan zekerheid geven. Een voordeel is dat de Bosvleermuis luid roept, waardoor ze van vrij ver waarneembaar is (gemakkelijk 100 tot 200 meter) en de kans op het missen van het dier dus relatief klein is.

De waarnemingen leidden tot een geactualiseerde verspreidingskaart van de Bosvleermuis. Zij komt in Vlaams-Brabant voor nabij oude bossen, in een straal van 18 km rondom de zuidelijke helft van het Brussels Gewest. De soort werd daar in vijf van de zeven onderzochte gebieden gehoord: het Meerdaalwoud, Sint-Agatha-Rodebos, Zoniënwoud, Bos Ter Rijst en de kasteeldomeinen van Gaasbeek-Groenenberg. De twee laatste zijn nieuwe vindplaatsen voor deze soort, en de eerste Vlaams-Brabantse vindplaatsen ten westen van Brussel. Verder werden ook twee losse waarnemingen gedaan van de soort in Overijse en in Sint-Agatha-Rode. Vergelijkbaar onderzoek in de 13 overige projectgebieden, verspreid over de rest van de provincie, leverde geen waarnemingen op. Het is voorlopig nog onduidelijk of deze nieuwe vindplaatsen enkel als foerageergebied gebruikt worden of dat er zich ook verblijfplaatsen bevinden.

Nergens werden hoge aantallen van de soort aangetroffen: meestal één en uitzonderlijk twee dieren. Ook bij oudere waarnemingen is het maximaal vastgestelde aantal twee dieren. Dit indiceert dat de totaalpopulatie Bosvleermuizen vermoedelijk zeer klein is, wat de soort extra kwetsbaar maakt.

Uit de waarnemingen blijkt dat Bosvleermuizen niet zozeer in bos zelf foerageren, maar eerder in een bosrijke, vochtige halfopen omgeving. Hier jagen zij liefst in de buurt van grotere wateroppervlakten. Een waterpartij is nochtans geen sluitende voorwaarde. Langdurig jagende Bosvleermuizen werden ook waargenomen boven door bos omringde graslanden en zelfs boven de open strook gevormd door een (op dat moment zeer verkeersluwe) steenweg door het bos.

Foerageerbiotoop Bosvleermuis. Foto: Wout WillemsAfgaande op deze voorkeur voor foerageergebieden kunnen ook oudere waarnemingen gekaderd worden. De dieren zijn gebonden aan de grote, uitgestrekte en oude (Kolenwoud)bossen voor hun verblijfplaatsen. Om te foerageren zoeken zij echter de bosranden en open zones in bossen op, en meest nog waterpartijen in een halfopen omgeving. Dit betekent dat de dieren sterk gebonden zijn aan natte valleigebieden en zich dan vermoedelijk ook langs deze valleien verplaatsen. Zij maken ook dankbaar gebruik van verspreide kleinere maar oude bossen en van bosrijke kasteeldomeinen waar een vijver vaak een extra aantrekkingspool is.

De nieuwe bevindingen rond Bosvleermuizen leiden tot gepaste aanbevelingen voor bos- en landschapsbeheer, zodat de soort de toekomst veilig tegemoet kan zien.

Tekst en foto's: Wout Willems, Natuurpunt Studie