Nature Today

Warm of niet: blijf je tuinvogels bijvoederen

9-JAN-2015 - Met een januariweekend van een spectaculaire 10°C en meer voor de deur, vragen veel mensen zich af of het nog zinvol is om vogels te voederen. Laat er geen twijfel over bestaan: zolang het winter is, blijft bijvoederen met mondjesmaat belangrijk, want bij een plotse koudeprik moeten de vogels jouw hulp meteen vinden om aan een hongerdood te ontsnappen.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Natuurpunt Studie [land] op [publicatiedatum]

Met een januariweekend van een spectaculaire 10°C en meer voor de deur, vragen veel mensen zich af of het nog zinvol is om vogels te voederen. Laat er geen twijfel over bestaan: zolang het winter is, blijft bijvoederen met mondjesmaat belangrijk, want bij een plotse koudeprik moeten de vogels jouw hulp meteen vinden om aan een hongerdood te ontsnappen.

Bij warm winterweer vinden vogels meer voedsel in de natuur. Maar de temperatuur kan snel weer een duik nemen. In de loop van volgende week worden opnieuw geleidelijk dalende temperaturen voorspeld, al blijven we voorlopig nog net boven het vriespunt. En vaak is februari nog een ijskoude maand.

Het kan snel weer gaan vriezen, en dan moeten de vogels je hulp vinden. (foto: Francois Van Bauwel)

Vogels hebben hun gewoontes en ritmes. Eens ze je voederplaats weten liggen, stemmen ze hun gewoontes daarop af. Dat is ook de reden waarom mensen vaak vaste klanten zien in hun tuin: een oude vertrouwde Merel zit wachtend voor zich uit te staren en weet precies wanneer je de deur zal openen voor de voederbeurt. Wanneer die voederplaats plots leeg zou blijven, moeten ze weer op zoek, en dringend. In koude periodes verliezen vogels tot 10% van hun lichaamsgewicht; ze moeten immers hun lichaamstemperatuur van 40° Celsius behouden. Dus in de regel: hoe kleiner het beestje, hoe kleiner de vetmassa, en hoe meer energie er ’s nachts verloren gaat. Zeker wanneer de dagen nog kort zijn, zoals nu. Het gaat bij die beestjes dus puur om overleven. Een garantie op regelmaat is dan stevig meegenomen.

Maar het regent ook vaker bij zacht weer. Zaden beginnen te kiemen of voedsel gaat al snel beschimmelen en dat kan ziektes veroorzaken bij je tuinvogels. Het is dus belangrijk om regelmatiger en in kleine hoeveelheden te strooien, zodat er niet te veel blijft liggen.Probeer vetbollen droog te hangen als dat enigszins kan, en gebruik een voederplank met een dak. Of strooi op de meest wind- en regenbeschutte plaatsen. Vermijd deegwaren bij nat weer, die worden snel wak en beschimmelen snel. Of zorg ervoor dat je het op een droge plaats kan aanbieden. Maak er in ieder geval een punt van om je voedertafel regelmatig te reinigen met heet water, zodat bedorven restjes niet blijven liggen, want zij tasten ook sneller het nieuwe voedsel aan.

Waar blijven de vogels?

Op warmere winterdagen is het opvallend rustig aan de voedertafel. Logisch: de behoefte om aan te vetten op die dagen is minder groot. Bedenk ook dat je vaak slechts in flitsen naar de voederplaats kijkt. Hoeveel vogels er in tussentijd zijn gepasseerd, daar heb je dan maar het raden naar. We zitten dan wel in een (voorlopig) matig jaar voor aantallen tuinvogels, maar er zitten er wel wat. Vooral Pimpel- en Koolmezen zijn er in aardige aantallen.

Melanistische Pimpelmees(foto: Bart Cuverlier)

Die speelse bende is altijd het bekijken waard. Een opvallend fenomeen de laatste jaren, is dat in ondertussen vier West-Vlaamse gemeenten melanistische Pimpelmezen opdoken: een zeldzame kleurafwijking die we nergens anders in Vlaanderen zagen.

Voor Huismussen lijken we qua aantallen een normaal jaar te krijgen maar de Ringmus is een echte bonussoort geworden. Hier en daar klautert er wel eens een Boomklever of een Grote bonte specht op de pindasilo, maar ze vinden nog heel veel voedsel in het bos. De reden: het was een goed notenjaar, vooral voor beukennootjes. Andere notenliefhebbers als Kepen en Vinken houden zich dan ook opvallend schuil in de bossen. Groenlingen lijken het vrij aardig te doen bij de zonnebloempitstrooiers.

Op 17 en 18 januari organiseert Natuurpunt voor de 15de keer Het Grote Vogelweekend. Natuurpunt roept iedereen op om tijdens het weekend minstens een halfuur post te vatten in de tuin of op het balkon om er de vogels te tellen. Het is de bedoeling dat de tellers bijhouden hoeveel vogels ze tegelijkertijd te zien krijgen. De aantallen en soorten voeren ze dan in op www.vogelweekend.be. Met die data kunnen trends in de aantallen en de verspreiding van tuinvogels onderzocht worden op grote schaal. Daarnaast is het ook een ideale gelegenheid om mensen in contact te brengen met het fascinerende leven van vogels in de tuin en om het belang van voederen duidelijk te maken.

In week voor het Vogelweekend, vanaf 12 januari, wordt er ook speelpleinvogels geteld door een 400-tal scholen in heel Vlaanderen. De hordes Kauwen, Houtduiven en Turkse Tortels staan al klaar. En misschien zit de Sperwer wel op de loer.

Heb je nog vragen over tuinvogels? Vraag het aan onze tuinvogelconsulenten.

Tekst: Gerald Driessens, Natuurpunt Studie
Foto: Francois Van Bauwel, Bart Cuverlier

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen