Nature Today

Melanistische Harlekijnslakken in Oosterschelde

Stichting ANEMOON
4-DEC-2016 - Recent kreeg Stichting ANEMOON de bovenstaande foto toegestuurd. De maker van de foto wilde graag weten of dit een bijzondere, mogelijk zelfs voor de Nederlandse kustwateren nieuwe soort zeenaaktslak is. Het dier lijkt op een Harlekijnslak maar die zijn meestal wit en geel gekleurd. Wat is er met dit dier aan de hand?
Deel deze pagina

Sinds de zomer van 2011 worden jaarlijks in vooral de centrale en westelijke Oosterschelde, maar ook in de Noordzee door sportduikers duizenden Harlekijnslakken (Polycera quadrilineata) waargenomen. Daarvoor was het een zeldzame soort voor de Nederlandse kustwateren. De soort is eenvoudig te herkennen aan zijn uitwendige anatomische kenmerken met onder andere een relatief slank lichaam, kieuwkrans en lamellen op de rhinoforen (de knotsvormige zintuigorganen op de bovenzijde van de kop). Bij bijna alle dieren is het lichaam semitransparant wit met geel pigment op alle kopaanhangsels, de kieuwkrans en de twee vingervormige papillen die daarnaast staan. Ook op het lichaam komen in wisselende mate lijnen en vlekken voor die geel gepigmenteerd zijn. Zelden is het gele pigment wat meer oranje gekleurd.

Karakteristiek wit en geel gekleurde Harlekijnslak

In tegenstelling tot het typische wit en de gele vlekken van de “gewone” Harlekijnslak is het dier op de foto boven in dit bericht opvallend zwart gekleurd en lijkt daardoor wellicht een andere soort te zijn. Als je het dier nauwkeurig bestudeert dan komen alle externe anatomische kenmerken overeen met die van de Harlekijnslak. Het is alleen de zwarte pigmentering die het dier opvallend afwijkend maakt.

Melanisme

De kleur van dieren is vaak een onbetrouwbaar determinatiekenmerk. En dat is nu dus ook het geval. Dit is gewoon een Harlekijnslak met een afwijkend zwart kleurpatroon. Deze kleurvariatie wordt melanisme genoemd. Het woord melanisme is afgeleid van melanine, de pigmentstof die de zwarte verkleuring vormt. Het melanisme bij Harlekijnslakken kent enkele zeer opvallende eigenschappen.

Dit fenomeen komt zeer wisselend in de Nederlandse en West-Europese populatie Harlekijnslakken voor. Meestal moet je naar de spreekwoordelijke speld in een hooiberg zoeken om tussen honderden slakken een exemplaar met melanistische verkleuringen te vinden. Opvallend genoeg zijn er dit najaar juist heel veel slakken met meer of minder melanisme aangetroffen. En in dat “meer of minder” zit wellicht het meest bijzondere kenmerk van deze eigenschap voor deze soort.

Meer of minder melanisme

Dieren met slechts een heel klein beetje melanisme hebben dit nagenoeg altijd alleen maar aan de basis en binnenzijde van de rhinoforen. Heeft het dier wat meer melanisme dat zijn ook de top van de veren van de kieuwkrans zwart gekleurd. Nog meer melanisme uit zich in een dubbele zwarte streep op de rug tussen de kieuwkrans en de kop. Bij nog meer melanisme komen er meedere zwarte strepen op de rug voor en wordt ook het achterlijf met een opvullende vlek zwartgekleurd. Dieren met bijvoorbeeld alleen maar melanisme op de rug of rug en kieuwkrans maar niet op de rhinoforen worden niet waargenomen. Wat de oorzaak van deze typische volgorde in de stapeling van melanine in de dieren is, weten we helaas niet. Dit dier is uitzonderlijk zwaar melanistisch gepigmenteerd en draagt ook het minder vaak voorkomende oranje pigment. Het is een zeldzame waarneming!

Eerste stadium van melanisme (links) en een Harlekijnslak met veel meer zwarte pigmentering (rechts)

En waarom er dit najaar zoveel melanistische Harlekijnslakken in de Oosterschelde worden waargenomen is eveneens een raadsel, maar wel een leuk natuurfenomeen om sportduikend te observeren. Melanisme wordt over de gehele West-Europese kust bij Harlekijnslakken waargenomen. Maar het is onze enige zeenaaktslak die deze eigenschap laat zien. “Meer of minder melanisme” heeft zeer zeker niets te maken met de landelijk gevoerde discussie over zwarte Piet!

Tekst: Peter H van Bragt, Stichting ANEMOON
Foto's: Valentin Engelbos (leadfoto: melanistische Harlekijnslak); Peter H van Bragt