Nature Today

Scheefbloemwitje in opmars

De Vlinderstichting
22-MEI-2017 - Al eerder berichtte De Vlinderstichting over de opmars van het scheefbloemwitje. De vlinder is in acht jaar tijd in Duitsland 800 kilometer opgeschoven, dat is niet niks. Nu is Nederland aan de beurt.
Deel deze pagina

Het scheefbloemwitje breidt zich uit naar het noorden. De Nederlandse plekken zijn met een blauwe ster aangegeven

In Duitsland zit het scheefbloemwitje sinds 2010 behoorlijk in de lift. Het kaartje laat de uitbreiding zien van de soort in Duitsland tot en met 2016. In 2015 werd de vlinder voor het eerst waargenomen in Nederland op de Sint-Pietersberg en bij Posterholt. In het voorjaar van 2016 werden zowel volwassen exemplaren als rupsjes gevonden, opnieuw bij Posterholt. In Zuid-Limburg koloniseerde het scheefbloemwitje vervolgens in september 2016 elk dorp in het heuvelland.

Vestiging in Limburg

Ook dit voorjaar is het scheefbloemwitje al op een aantal plaatsen in Zuid-Limburg aangetroffen. Hij lijkt zich daar nu echt gevestigd te hebben. Deze voorjaarsvlinder is wel een stuk moeilijker te onderscheiden van andere witjes dan de nazomervlinders. Vooral de mannetjes zijn flauw getekend, en lijken daarmee veel op kleine koolwitjes. Maar het zwart in de vleugelpunt loopt altijd door tot de hoogte van de zwarte vlek (of verder). Zie dit nieuwsbericht uit 2015 voor meer details.

Kijken we naar de situatie in Duitsland, dan ligt het in de lijn der verwachtingen dat de uitbreiding van het scheefbloemwitje in Limburg en Oost-Brabant door zal kunnen gaan. Ook Nijmegen, en zoals we op het kantoor van De Vlinderstichting hopen, ook Wageningen, zullen dit jaar, dan wel volgend jaar bereikt kunnen worden.

Nieuwe plek

Het scheefbloemwitje is te herkennen aan de vleugelpunt: het zwart in de vleugelpunt loopt altijd door tot tenminste de hoogte van de zwarte vlekMaar er is nog iets interessants aan het kaartje. Dat is het clustertje van waarnemingspunten in het noordwesten, bij het Teuteburger Wald. Zou het kunnen dat Twente en de Achterhoek eerder bereikt worden door het scheefbloemkoolwitje dan Nijmegen?
Inmiddels weten we dat dit klopt. Op 14 mei zag Mariet Prins uit Enschede deze vlinder in haar tuin. Het is een duidelijk vrouwtje scheefbloemwitje. Daarmee is duidelijk dat de uitbreiding van het scheefbloemwitje via die noordelijke route ook gewoon is doorgegaan (al zouden ze ook vanuit het Ruhrgebied kunnen zijn gekomen, dan zijn ze in de Achterhoek gemist).

Wat betekent dit voor u? Zeker als u in het oosten van ons land woont: let op alle witjes, en al helemaal als ze bij de scheefbloemen in uw tuin blijven rondhangen. Heeft u nog geen scheefbloem in uw tuin: koop ze dan snel, want het is natuurlijk leuk zoiets zelf mee te maken. Liefst wel biologisch geteeld!

Met u gaan we de uitbreiding van deze soort verder volgen. Maak wel altijd een foto, de vlinders zijn moeilijk te onderscheiden van kleine koolwitjes. Dat mag ook met uw mobiel of een slechte camera. En geef uw waarnemingen dan door aan ons via email, of voer ze in op telmee.nl of waarneming.nl.

Tekst: Chris van Swaay, De Vlinderstichting
Foto's: Marlie Huskens (leadfoto: scheefbloemwitje); Mariet Prins
Kaart: R. Pähler